Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-110

van Bart Laeremans (Vlaams Belang) d.d. 3 september 2010

aan de minister van Justitie

Europese kaderwet inzake buitenlandse inbeslagnames - Omzetting - Stand van zaken

nationale uitvoeringsmaatregel
verbeurdverklaring van goederen
georganiseerde misdaad

Chronologie

3/9/2010 Verzending vraag
16/3/2011 Antwoord

Vraag nr. 5-110 d.d. 3 september 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Uit mediaberichten (onder andere uit De Morgen van 24 augustus 2010) blijkt dat de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie talmt met de omzetting van de Europese kaderwet in verband met de confiscatie van bezittingen van criminelen in het buitenland. Dat is bijzonder merkwaardig en verontrustend, aangezien via deze weg grote sommen aan misdaadgeld gerecupereerd kunnen worden. Zeker in een tijd van bezuinigingen en tekort aan overheidsmiddelen zou dit instrument zeer nuttig kunnen zijn.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1. Kan de minister verklaren waarom de omzetting van deze kaderwet nog niet is gebeurd, hoewel de deadline sinds bijna twee jaar is verstreken?

2. Wat is de stand van zaken? Wanneer is het voorontwerp klaargemaakt? Is dat in de regering besproken? Is het advies van de Raad van State gevraagd?

3. Wat is hieromtrent mogelijk in het kader van de lopende zaken?

4. Beschikt de minister over cijfers inzake beslagnames in het buitenland krachtens de huidige wetgeving?

5. Wordt intussen reeds meegewerkt aan confiscaties in ons land in opdracht van buurlanden? Wordt in dat geval een deel van de opbrengst toegewezen aan ons land? Zo ja, hoeveel heeft dit opgebracht in 2008 en 2009?

Antwoord ontvangen op 16 maart 2011 :

1. Sinds 2008 is er een voorontwerp van wet klaar. Dat werd in 2009 voorgelegd aan de Raad van State en vervolgens gewijzigd ingevolge het advies van de Raad van State. Dat voorontwerp van wet kon echter niet worden ingediend in 2010 door de ontbinding van de Kamers.

De termijn voor de omzetting in de nationale wetgeving is overschreden. De Commissie kan tegen een lidstaat echter geen procedure van beroep wegens niet-nakoming inleiden, aangezien een kaderbesluit niet onder hetzelfde stelsel als een richtlijn valt. Overeenkomstig het Verdrag van Lissabon zal een vergelijkbaar stelsel pas vanaf 2014 van toepassing zijn.

2. Zoals hiervoor vermeld, heeft de ministerraad in 2008 een ontwerp van wet goedgekeurd en in 2009 heeft de ministerraad dit voorgelegd aan de Raad van State, die zijn advies heeft gegeven. Het ontwerp is klaar om aan het parlement te worden voorgelegd en het moet door de volgende regering worden ingediend.

3. In de huidige interpretatie van het begrip “lopende zaken” kan de regering het ontwerp van wet niet indienen in het parlement.

Samenwerking inzake confiscaties is overigens reeds mogelijk gemaakt op grond van een overeenkomst van de Raad van Europa, de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven van 8 november 1990, gewijzigd bij de Europese Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van het terrorisme van 16 mei 2005, die door België is bekrachtigd op 17 september 2009.

Deze overeenkomst is ten uitvoer gelegd in het Belgische recht door de wet van 20 mei 1997 betreffende de internationale samenwerking inzake de tenuitvoerlegging van inbeslagnemingen en verbeurdverklaringen. Deze wet werd gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen teneinde de vermogensbestanddelen te kunnen verdelen tussen de verzoekende Staat en de aangezochte Staat (artikel 8 van de wet van 1997).

De bijdrage van het kaderbesluit bestaat erin, het bestaande juridisch kader te verbeteren door het beginsel van wederzijdse erkenning, dat eigen is aan de samenwerking tussen lidstaten van de Europese Unie, daarop toe te passen.

4. Noch de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie, noch het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring beschikken ter zake over statistische gegevens.

Overeenkomstig artikel 3, § 3, 8°, van de wet van 26 maart 2003 verleent het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring enkel bijstand in het kader van de internationale wederzijdse rechtshulp, zoals het geven van juridisch advies ten behoeve van de gerechtelijke autoriteiten.

Hetzelfde geldt voor de FOD Justitie: aangezien het om een sterk “gejuridiseerde” aangelegenheid gaat, ten minste in het kader van de relaties binnen de Europese Unie, is de rol van de minister van Justitie dan ook beperkt.

5. Ja, confiscaties die door buitenlandse autoriteiten uitgesproken zijn, worden in België ten uitvoer gelegd en omgekeerd.

Bovendien werd de wet van 20 mei 1997 gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen teneinde de vermogensbestanddelen te kunnen verdelen tussen de verzoekende Staat en de aangezochte Staat (artikel 8 van de wet van 1997).

Zoals supra vermeld zijn er echter geen statistische gegevens beschikbaar over de in het kader van de wederzijdse rechtshulp geconfisqueerde bedragen.