Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-10874

van Cindy Franssen (CD&V) d.d. 15 januari 2014

aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, toegevoegd aan de minister van Justitie

de stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden van de Openbare Centra voor maatschappelijk welzijn

OCMW
minimumbestaansinkomen
student
armoede
werkloosheidsverzekering

Chronologie

15/1/2014 Verzending vraag
20/1/2014 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3914

Vraag nr. 5-10874 d.d. 15 januari 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De POD Maatschappelijke integratie maakte op 2 mei 2013 haar jongste cijfers bekend. Daaruit blijkt dat het aantal leefloongerechtigden in BelgiŽ toeneemt. Momenteel zijn er 94.947 begunstigden per maand en is er een maandelijks groeipercentage van 0,3 procent.

Wanneer alle types in rekening worden gebracht, werden in 2012 gemiddeld 149.076 personen per maand geholpen. Die mensen genoten een leefloon, equivalente financiŽle steun, een tewerkstellingsmaatregel, medische hulp of een vestigingspremie. Dit aantal is een record.

Het profiel van de leefloongerechtigden is opvallend. Zo is er een oververtegenwoordiging van jonge leefloners tussen 18 en 24 jaar: ťťn derde van de leefloongerechtigden is jonger dan 25 jaar. Daarnaast waren de leefloners in 2012 hoofdzakelijk vrouwen. In de categorie "alleenstaanden" zijn in verhouding meer mannen dan vrouwen leefloongerechtigd. De categorie "personen met een gezinslast" bestaat dan weer voornamelijk uit vrouwen. Ten slotte hebben de leefloongerechtigden vooral de Belgische nationaliteit.

In de beleidsnota van de staatssecretaris staat dat ze een studie zal opzetten over studenten en OCMW's. "Omdat het aantal studenten bij de leefloongerechtigden en bij de gelijkgestelde hulp de laatste jaren is toegenomen, schreef de staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie in februari 2011 een bestek uit voor een wetenschappelijke studie over studenten en OCMW's. Op deze manier wil ik met kennis van zaken kunnen bepalen welke beleidsacties voorrang moeten krijgen voor deze categorie van gerechtigden."

De POD Maatschappelijk Integratie stelt ook dat er een kloof groeit tussen gemeenten. Terwijl het aantal leefloners in de grote steden is gedaald, neemt het aantal uitkeringsgerechtigden in kleinere gemeenten toe. In gemeenten met een laag mediaan inkomen steeg het aantal personen van 19,7 per 1.000 inwoners naar 26,9 in 2012. Het aantal steuntrekkers nam daarentegen af van 7,8 per 1.000 inwoners in 2003 tot 5,5 in 2012 in gemeenten met een hoog mediaan inkomen, of de rijkere gemeenten. Bovendien is het aantal OCMW-gerechtigden ook sneller gestegen in de arme gemeenten dan in de rijke gemeenten.

Graag had ik dan ook van de staatssecretaris het volgende vernomen:

1) Wat is volgens de staatssecretaris de oorzaak van het hoge aantal jonge leefloners tussen 18 en 24 jaar? Welke acties plant ze om de oververtegenwoordiging van jonge leefloners tegen te gaan en te anticiperen op deze nieuwe doelgroep?

2) Ouders van jonge leefloners die studeren zijn nog gebonden aan de onderhoudsplicht: "De ouders dienen naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen. Indien de opleiding niet voltooid is, loopt de verplichting door na de meerderjarigheid van het kind." (B.W. Art. 203 ß 1)

a) Bestaan er cijfers over hoe vaak OCMW's zich beroepen op deze wettelijke bepaling om geld terug te vorderen van vermogende ouders die weigeren aan de onderhoudsplicht te voldoen tegenover hun kinderen?

b) Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om de procedure te vereenvoudigen en te verbeteren zodat de middelen van de OCMW's kunnen worden gebruikt voor wie ze het meest nodig heeft?

3) Werd de studie over studenten en OCMW's reeds uitgevoerd?

a) Zo ja, wat waren de resultaten en de conclusies van de studie? Is er een verband tussen het aantal studenten die een beroep doen op het OCMW en het hoge aantal jonge leefloners? Zo ja, kan de minister dit verband duiden?

b) Zo neen, is deze studie nog steeds gepland? Wanneer zal ze worden uitgevoerd?

4) Welke extra maatregelen plant de staatssecretaris om die stijging om te buigen?

5) Op welke wijze zullen armere en/of kleinere gemeenten worden ondersteund om de tendens van het hoge aantal leefloongerechtigden in deze gemeenten te doorbreken? Welke middelen worden hiervoor voorzien?

6) Ondertussen is de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen ook volledig in voege voor alle betrokken categorieŽn. Is er een verband tussen de stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden en de toepassing van de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen?

a) Zo ja, kan de staatssecretaris het verband hiertussen duiden?

b) Zo neen, welke maatregelen werden genomen om een direct verband tussen die twee tendensen te vermijden?

7) Werd de stijging van het aantal leefloongerechtigden reeds besproken op de InterministeriŽle Conferentie Maatschappelijke Integratie? Wat waren de conclusies?

8) Heeft de staatssecretaris reeds met haar collega's in de regering, en in het bijzonder met de minister van Werk, over die stijging overleg gepleegd, teneinde de maatregelen op elkaar en op deze problematiek af te stemmen?

Antwoord ontvangen op 20 januari 2014 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op haar vragen.

Het aantal jongeren dat een beroep doet op een leefloon stijgt sinds 2003. 1 op 3 leefloongerechtigden was in 2012 tussen 18 en 24 jaar oud. Binnen deze leeftijdsgroep bevinden zich ook de studenten die een leefloon verkrijgen. De stijging van het aantal jongeren met een leefloon is voor een deel ook toe te schrijven aan de stijging van het aantal studenten.

Studenten moeten kansen krijgen om een diploma te behalen. Daarom vind ik investeren in studenten bijzonder belangrijk. Op die manier krijgen ze de kans om bij een normaal studieverloop een diploma te behalen dat hun kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk verhoogt.

De stijging van het aantal jongeren is voor een deel te wijten aan de uitstroom uit het onderwijs, jongeren met een instellingsachtergrond, psychosociale problemen, enz.

De crisis laat zich ook bij iedereen voelen, echter wordt ook vastgesteld dat jongeren meer tewerkgesteld worden door het Openbaar Centrum voor maatschappelijk welzijn (OCMW) in vergelijking met andere leeftijdsgroepen.

Samen met de collega’s uit de gewesten en de gemeenschappen werd bovendien een Nationaal Actieplan Kinderarmoedebestrijding opgesteld. Dit plan moet ertoe bijdragen dat er minder jongeren in een latere fase van hun leven moeten aankloppen voor steun bij het OCMW. De inzet op kinderarmoede levert de samenleving op lange termijn efficiëntie winsten op.

Het is niet mogelijk de gegevens voor de terugbetaalde onderhoudsgelden op te leveren.

De procedure werd reeds verbeterd en vereenvoudigd bij koninklijk besluit van 13 september 2004, daarbij zorg dragend dat alle onderhoudsplichtigen op een gelijkwaardige manier behandeld worden door de OCMW’s. Zo wordt er een eenvoudig te gebruiken schaal van terugvordering gehanteerd, gebaseerd op het belastbaar inkomen en aldus een objectief instrument vormend. Tevens kan er in elk individueel geval om billijkheidsredenen afgeweken worden van de opgelegde bedragen.

In verband met de studie over studenten : op 20 april 2012 heb ik de resultaten ervan voorgesteld. Ik wil er de aandacht op vestigen dat uit de studie blijkt “dat ¾ van de 17.052 studenten met een leefloon uit een arm gezin afkomstig zijn. Dankzij het leefloon kan de cirkel van de armoede doorbroken worden. Sinds 2002 is het aantal studenten in het leefloon verdubbeld en van alle leeflonen uitbetaald in België gaat 1 op 10 naar een student. 39% van de OCMW studenten volgt secundair onderwijs wat wijst op een schoolachterstand”.

Niettegenstaande de moeilijke socio-economische context slagen de OCMW’s erin om het activeringsritme aan te houden. 1 op 10 cliënten wordt jaarlijks geactiveerd en op die manier klaargestoomd voor integratie op de (reguliere) arbeidsmarkt.

De maatregelen die beschikbaar zijn voor gemeenten met een groot belastbaar inkomen zijn ook van toepassing op gemeenten waarvan het belastbaar inkomen kleiner is. Dit zorgt voor een gelijkheid van behandeling van de cliënten ongeacht hun woonplaats. Een hoger terugbetalingspercentage van het leefloonbedrag kan overwogen worden. Maar er is hiervoor binnen de, u gekende, budgettaire omstandigheden geen ruimte voor.

Ter ondersteuning van de activeringsinspanningen van de OCMW’s wordt aan kleine OCMW’s die samenwerken een extra duw in de rug gegeven onder de vorm van een clustersubsidie, dit zijn gemeenten uit het landelijke gebied. Daarnaast is er ook de bijkomende bijdrage voor de OCMW’s die geconfronteerd worden met ene hoge concentratie van leefloongerechtigden binnen hun werkingsgebied, dit is de ondersteuning voor OCMW’s uit het stedelijke gebied.

De ex ante inschatting van de stromen die de degressiviteit van de werkloosheidsverzekering teweeg zullen brengen werd in samenspraak met de Minister voor Werk opgemaakt. Pas nadat data aanwezig zijn binnen de datawarehouse arbeidsmarkt en sociale bescherming van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid kan er ex post evaluatie uitgevoerd worden. Er is een interval van 2 jaar waarmee rekening gehouden moet worden tussen de effecten van de maatregel en de mogelijke evaluatie via gegevens aanwezig binnen de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.

Binnen het federale regeerakkoord werd bepaalt dat het lokale niveau een tegemoetkoming zal ontvangen voor de stromen die de wijzigingen in de werkloosheidsverzekering teweeg brengen richting het lokale OCMW.

De stijging van het aantal personen die een beroep doen op het leefloon werd tot op heden nog niet geagendeerd op de Interministerieel Conferentie Maatschappelijke Integratie. Door middel van het Federaal Plan Armoedebestrijding heeft de federale Regering zich geëngageerd de strijd tegen de armoede de hare te maken. Door het opstellen van 118 acties zal ertoe bijgedragen worden dat armoede beter bestreden en vermeden wordt.