Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-10624

van Fauzaya Talhaoui (sp.a) d.d. 20 december 2013

aan de staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen, en staatssecretaris voor Staatshervorming, toegevoegd aan de eerste minister

de overtredingen van vrachtwagenchauffeurs

overtreding van het verkeersreglement
wegvervoer
bedrijfsvoertuig
politiecontrole
verkeerscontrole
straffeloosheid
opnameapparaat

Chronologie

20/12/2013 Verzending vraag
8/4/2014 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-4389

Vraag nr. 5-10624 d.d. 20 december 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De discussie over duurzame mobiliteitsalternatieven loopt vaak spaak op argumenten als zouden het steeds dezelfde weggebruikers zijn -met name vrachtwagenbestuurders, automobilisten en motorrijders- die door de wetgever worden geviseerd. Op basis van een aantal concrete antwoorden die ik eerder van u ontving, kan ik me echter toch niet van de indruk ontdoen dat er nog teveel vrachtwagenchauffeurs onbestraft blijven na flagrante overtredingen. Ik citeer er twee:

" In 2011 bedroeg het aantal vastgestelde overtredingen op het inhaalverbod voor vrachtwagens 1.372;

" Voor datzelfde jaar waren er 7.000 overtredingen inzake belading op een totaal van 18.800 voertuigen - dat is meer dan 40%!

Welke van bovenstaande overtredingen uiteindelijk beboet werden, weet ik niet. Toch kunnen we enige extrapolaties doen aan de hand van verkeerstellingen van het Vlaams verkeerscentrum op de Antwerpse ring in 2008. Ter hoogte van Antwerpen-oost waren er dagelijks gemiddeld 250.000 voertuigbewegingen, dat zijn jaarlijks bijna 93 miljoen voertuigen. 20% -of ruim 18 miljoen- daarvan waren vrachtwagens.

Nog even terug komend op die 1.372 vastgestelde overtredingen over het hele grondgebied in 2011, kan omgerekend gesteld worden dat er 4,5 vaststellingen per werkdag gebeurden. Dat zijn dus geen structurele controles, maar eerder steekproefsgewijze vaststellingen van agenten van de wegpolitie die inzake het beheersen van essentiŽle verkeersveiligheidsprobleem op de weg niet weten of ze moeten pompen of verzuipen.

U gaf inzake deze problematiek al eerder toelichting bij een paar gelijkaardige vragen van mij (5-3185 en 5-3186), maar een echte oplossing voor de gestelde problematiek van niet-identificeerbare kentekens en een inefficiŽnte administratieve procedure is er niet uit de bus gekomen. Specialisten stellen dat bij trekker-combinaties de nummerplaat van trekkende voertuigen achteraan gewoon moet worden herhaald. Dit zou complementair zijn met de bestaande Europese regelgeving.

Mijn concrete vragen zijn deze:

1) Welke acties gaat de staatsecretaris ondernemen om ervoor te zorgen dat vrachtwagencombinaties beter gecontroleerd kunnen worden door automatische camera's?;

2) Wat vindt u van het voorstel om herhaling van de nummerplaat van het trekkende voertuig, indien de trekker en oplegger/aanhanger in een combinatie niet dezelfde nummerplaat hebben, om te zetten in een wettelijke maatregel?;

3) Hoe gaat u efficiŽnter boetes innen voor buitenlandse vrachtwagenchauffeurs in overtreding?;

4) De Nederlandse politie stelt soms mobiele ANPR-camera's aan grensovergangen op en onderschept met motoragenten vrachtwagens om ze te controleren op bv. openstaande boetes en immobiliseert de voertuigen indien die niet meteen worden vereffend. Kan zoiets ook op ons grondgebied?

Antwoord ontvangen op 8 april 2014 :

1) Ik zie niet in waarom vrachtwagens moeilijker identificeerbaar zouden zijn dan andere voertuigen. Centrex Wegverkeer (geïntegreerde politie) bevestigt dat er zich geen specifieke problemen inzake identificatie voordoen voor vrachtwagencombinaties.

De politie, en dan vooral de federale Wegpolitie op autosnelwegen, geeft prioriteit aan de vaststelling van overtredingen, begaan door het zwaar vervoer, ook door buitenlandse vrachtwagenchauffeurs. Uiteraard is het zo dat er geen identificatieprobleem bestaat, wanneer de vrachtwagen wordt geïntercepteerd.

Controles op het inhaalverbod gebeuren niet geautomatiseerd. Deze overtredingen worden bijgevolg vastgesteld tijdens de uitoefening van de controle-opdrachten van de federale Wegpolitie.

Het zijn bijgevolg de snelheidsovertredingen die in aanmerking komen om geautomatiseerd te worden vastgesteld, maar we mogen daarbij niet vergeten dat vrachtwagens met een snelheidsbegrenzer zijn uitgerust die is afgesteld op 90 km per uur.

2) Het is inderdaad zo dat trekker en oplegger een verschillende nummerplaat dragen omdat de oplegger vanaf 750 kg apart moet worden ingeschreven. Bovendien verwisselen trekkers vaak van oplegger bij laden en lossen om economisch rendabel te zijn.

Het principe is dat de houder van de nummerplaat van de aanhangwagen ook verondersteld wordt deze aanhangwagen te trekken. Het is dus aan de eigenaar van de aanhangwagen of oplegger om de identiteit van de bestuurder mee te delen. Wanneer het gaat om rechtspersonen – wat bij vrachtwagens toch dikwijls het geval is – is de firma verplicht om de identiteit van de bestuurder mee te delen. De niet-mededeling van de identiteit wordt zwaar gestraft.

3) De identificatie van een buitenlandse nummerplaat werd recentelijk mogelijk gemaakt voor acht inbreuken door de toepassing van de Europese “Cross Border Enforcement” Richtlijn (of CBE-richtlijn). Daardoor zal de buitenlandse bestuurder kunnen worden geïdentificeerd en zal hij ook de geldboete moeten betalen voor de begane overtreding. Als hij niet betaalt, zal hij in België worden vervolgd.

4) Wat de openstaande boetes van buitenlandse overtreders betreft, heb ik in een wetsontwerp dat op 30 januari 2014 gekeurd werd in de Kamer, voorzien dat het voertuig inderdaad kan worden geïmmobiliseerd totdat de geldboetes zijn betaald.