Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-10598

van Cindy Franssen (CD&V) d.d. 12 december 2013

aan de minister van Werk

de impact van de dienstencheque-ondernemingen op de budgetten van de Openbare Centra voor maatschappelijk welzijn

bijkomend voordeel
OCMW

Chronologie

12/12/2013 Verzending vraag
17/2/2014 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3927

Vraag nr. 5-10598 d.d. 12 december 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Tijdens gesprekken op gemeentelijk niveau werden geregeld de problemen aangehaald met betrekking tot de dienstencheque-ondernemingen die werden opgericht in de schoot van de lokale OCMW's.

De OCMW's zouden op diverse plaatsen ernstige verliezen lijden ten gevolge van het beheer van deze dienstencheque-ondernemingen. De uurvergoeding die zij per poetshulp per uur ontvangen, is in de loop der jaren sterk afgenomen en heeft ertoe geleid dat de verliezen zich opstapelen. Bovendien zijn heel wat ondersteunende maatregelen weggevallen waardoor de loonkost sterk is toegenomen. Het duurder OCMW-statuut (extra-legale voordelen, verlofdagenÖ ) waaronder de werknemers worden tewerkgesteld, is een extra kost tegenover identieke tewerkstelling in de private DCO-sector.

Betrokken werknemers vertoeven op het eerste zicht in een betere tewerkstellingscontext doch door de financiŽle druk zouden heel wat lokale besturen kunnen beslissen om de DCO's op te doeken. Hierdoor riskeren laaggeschoolde arbeidskrachten op termijn opnieuw in de werkloosheid terecht te komen.

Graag had ik van de Minister het volgende vernomen:

1) Is de minister op de hoogte van deze problemen op het lokale niveau?

2) Zijn er cijfers beschikbaar omtrent de financiŽle toestand van de door OCMW's opgerichte DCO's? Zo ja, dan had ik deze graag ontvangen.

3) Hoe denkt de minister te kunnen bijdragen aan een oplossing hiervoor?

Antwoord ontvangen op 17 februari 2014 :

1./2. In het kader van de evaluatie van het stelsel van de dienstencheques wordt een rentabiliteitsstudie uitgevoerd. Dit rapport wordt momenteel afgerond. Op basis van de resultaten van deze evaluatie zal ik een objectief zicht hebben op de rentabiliteit en de kwaliteit van de arbeid in de betrokken ondernemingen.

3. In 2004 werd een convenant gesloten houdende het gebruik van dienstencheques in de Openbare Centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW’s).

Dit convenant bepaalt een referentie arbeidsvolume, dit is het arbeidsvolume van de twaalf maanden voor de beginmaand van het eerste arbeidscontract dienstencheques. Ieder jaar wordt de verhoging van het aantal werkuren vergeleken met het aantal dienstencheques door het OCMW in omloop gebracht in dezelfde periode.

De toename van het aantal werkuren dient voor ieder OCMW minimaal twee derde te bedragen van het aantal dienstencheques in omloop gebracht door het OCMW. Er mag dus voor een derde bestaand personeel in de dienstencheque-afdeling worden ingezet.

Ik denk dat dit convenant bijdraagt tot een oplossing voor het probleem.