Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-7400

van Geert Lambert (Onafhankelijke) d.d. 7 april 2010

aan de minister van Justitie

Bezit van wapens - Niet aanvragen van een verplichte vergunning - Aansporing tot inlevering - Vervolging

persoonlijk wapen
vuurwapen
handvuurwapens

Chronologie

7/4/2010 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 6/5/2010 )
29/4/2010 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-1637

Vraag nr. 4-7400 d.d. 7 april 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Volgens sommige media schrijven de parketten de wapenbezitters die hun wapen na de invoering van de nieuwe wapenwet niet geregulariseerd hebben, aan om hen aan te sporen dit wapen in te leveren.

Klopt dat? Kan de minister een stand van zaken geven van die actie?

Welke bestanden worden gebruikt bij het aanschrijven van de niet-geregulariseerde wapenbezitters? In hoever zijn die bestanden volledig en betrouwbaar?

Gelden voor de wapenbezitters in kwestie nog steeds de richtlijnen uit de rondzendbrief van het College van procureurs-generaal van 18 juni 2009 en worden ze dus niet vervolgd voor illegaal wapenbezit indien ze vrijwillig afstand doen van hun wapen? Men kan zich afvragen of het inleveren van een illegaal wapen na aansporing van het parket nog steeds als een vrijwillige inlevering beschouwd kan worden.

Dit betekent de facto dat mensen die zich willens en wetens niet in orde stelden met de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, tijdens de amnestieperiode geen risico lopen op vervolging wegens illegaal wapenbezit.

Tot welke datum geldt de overgangsperiode die door de rondzendbrief van 18 juni 2009 is ingesteld?

Antwoord ontvangen op 29 april 2010 :

Het klopt inderdaad dat sommige parketten wapenbezitters van wie het bekend is dat ze niet de nodige stappen hebben gezet om zich in orde te stellen aanschrijven. Het is trouwens de bedoeling dat dit overal gebeurt. Dit hangt echter af van de capaciteit van de provinciale wapendiensten om zich bezig te houden met deze zaak.

Ze baseren zich hiervoor op lijsten van gekende wapenbezitters, afkomstig van het Centraal Wapenregister en gecontroleerd door de provinciale wapendiensten. Ze vergelijken de lijst van de wapenbezitters die al voor de inwerkingtreding van de nieuwe wapenwet bekend waren met de lijst van de wapenbezitters die hun oude vergunningen hebben laten hernieuwen en ze houden uiteraard ook rekening met de nog in behandeling zijnde aanvragen.

Men mag er niet van uit gaan dat dit systeem toelaat alle personen die zich niet in orde hebben gesteld, terug te vinden. Het laat wel toe de grote meerderheid onder hen te ontdekken. Anderen zullen pas later tegen de lamp lopen naar aanleiding van een controle, van een nieuwe aanvraag, of van andere omstandigheden.

De richtlijnen van de omzendbrief van het College van procureurs-generaal van 18 juni 2009 worden nog steeds toegepast. Er is daarop geen limiet gesteld. Wie zich, om welke reden dan ook, niet in orde heeft gesteld én aan wie verder niets te verwijten valt, krijgt de kans te ontsnappen aan verdere vervolging op voorwaarde dat hij het betrokken wapen vrijwillig afstaat en bovendien een minnelijke schikking betaalt. De vrijwilligheid hiervan is misschien relatief, maar ze bestaat omdat de betrokkene ook kan kiezen zich te verdedigen voor de strafrechter.