Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-7190

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 12 maart 2010

aan de minister van Landsverdediging

Afghanistan - Commissie voor verkiezingsklachten - Schending van democratische waarden - Gevolgen voor de Belgische missie

presidentsverkiezing
Afghanistan

Chronologie

12/3/2010Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 15/4/2010)
12/4/2010Antwoord

Vraag nr. 4-7190 d.d. 12 maart 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Via een amendement op de kieswet heeft de Afghaanse president Hamid Karzai de facto de controle overgenomen over de Commissie voor verkiezingsklachten (Electoral Complaints Commission, EEC). Hierdoor heeft het Staatshoofd het recht de vijf leden van de klachtencommissie te benoemen. Tot voor kort werden drie van de vijf leden door de United Nations Assistance Mission in Afghanistan (UNAMA), de missie van de Verenigde Naties in Afghanistan, toegewezen. Karzai spreekt over een zogenaamde " Afghanisering " van de EEC.

De werkelijke motieven van deze beslissingen liggen echter anders. De EEC onderzocht immers honderdduizend klachten over frauduleuze praktijken tijdens de presidentsverkiezingen van augustus 2009. Even leek een tweede ronde verplicht, maar uitdager Abdullah Abdullah trok zich uiteindelijk terug.

Met de controle die de president verwerft in de EEC slaagt hij er niet alleen in deze problematiek definitief in de doofpot te steken, maar verhindert hij eveneens op een handige manier de aanwezigheid van internationale waarnemers bij de eerst komende verkiezingen. Hierdoor heeft de president vrij spel en riskeert de democratie in het gedrang te komen.

Dit proces ondergraaft niet alleen de legitimiteit van het huidige regime tegenover de Afghaanse bevolking, maar ook die van de Westerse aanwezigheid in het land. Het Westen onderhoudt immers tot op heden nauwe banden met de Afghaanse regering.

Ik heb dan ook volgende vragen voor de minister:

Welke gevolgen heeft dit voor de Belgische missie in Afghanistan? Is BelgiŽ immers niet aanwezig in Afghanistan om de stabiliteit en democratie te bevorderen? Meent hij niet dat deze maatregelen van de Afghaanse regering strijdig zijn met deze waarden? Kan hij dit uitvoerig toelichten?

Antwoord ontvangen op 12 april 2010 :

Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te willen vinden op de door hem gestelde vraag.

Ik verwijs het geachte lid naar de heer vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen, bevoegd voor deze materie.