Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-7072

van Philippe Fontaine (MR) d.d. 5 maart 2010

aan de minister van Klimaat en Energie

Belgische olievoorraden - Distillaten - Tekort - Rapport van het Rekenhof - Europese verplichtingen - EU-sancties - Opslagplaats voorraad - Tekort - Aanbesteding - Plaats en bouw van de depots - Kostprijs - Overeenkomsten met de lidstaten

aardolieproduct
minimumvoorraad
Rekenhof (BelgiŽ)
strategische reserve
opslag van koolwaterstoffen

Chronologie

5/3/2010 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/4/2010 )
6/5/2010 Einde zittingsperiode

Vraag nr. 4-7072 d.d. 5 maart 2010 : (Vraag gesteld in het Frans)

BelgiŽ heeft, als lidstaat van de Europese Unie en van het Internationaal Energie Agentschap,† de verplichting om ťťn vierde van zijn jaarlijkse consumptie van aardolieproducten als strategische voorraad aan te houden. Dit om te vermijden dat onze economie en onze gebruikers, op het moment van een breuk in de aardoliebevoorrading,†geconfronteerd worden met een schaarste of met een totaal gebrek aan motorbrandstoffen, huisbrandolie, zware stookolie of kerosine.

Op 26 januari 2006 heeft het federale Parlement beslist het beheer van het leeuwendeel van deze voorraden toe te vertrouwen aan de naamloze vennootschap van publiek recht met sociaal oogmerk APETRA. (Website van APETRA : http://www.apetra.be).

APETRA heeft op het vlak van aardolie twee belangrijke doelstellingen, met name waken over de bevoorradingszekerheid van BelgiŽ en BelgiŽ in de mogelijkheid stellen om aan zijn internationale verplichtingen inzake het houden van een minimumvoorraad aardolie en aardolieproducten te voldoen.

Volgens het Rekenhof en de pers zouden de huidige aardolievoorraden van BelgiŽ echter ontoereikend zijn om een aardoliecrisis het hoofd te kunnen bieden. De lidstaten van de Europese Unie (EU) moeten immers olievoorraden aanleggen die overeenstemmen met gemiddeld negentig dagen verbruik voor benzine, huisbrandolie en motorbrandstoffen, kerosine en zware stookolie.

Volgens het Rekenhof zou BelgiŽ wel voldoen aan zijn verplichtingen, of zelfs meer doen dan wat is opgelegd voor benzine en stookolie, maar zou er een tekort zijn aan distillaten (huisbrandolie, motorbrandstof en kerosine). De voorraad daarvoor zou slechts overeenstemmen met zestig dagen verbruik in plaats van met de voorgeschreven negentig dagen.

Ik heb volgende vragen :

1. Bevestigt u de conclusies van het rapport van het Rekenhof over de ontoereikende olievoorraden voor wat de distillaten betreft?

2. Deed die situatie zich alleen voor in het jaar 2008 of doet ze zich, ondanks de verplichting, nog altijd voor? Als ze zich alleen in 2008 voordeed, hoe kan dat dan worden uitgelegd?

3. Was er al een tekort toen de voorraden door de petroleumgroepen werden beheerd?

4. Haalt BelgiŽ zich sancties van de EU op de hals omdat het de ter zake geldende verplichtingen niet is nagekomen?

5. Het zou voor BelgiŽ technisch onmogelijk zijn om dergelijke voorraden op te slaan bij gebrek aan sites. Klopt dat?

6. Zo ja, hoe legt u dan uit dat die situatie sedert de oprichting van het Agentschap nog niet is geregulariseerd?

7. Het Agentschap zou aanbestedingen hebben uitgeschreven voor de huur van depots of de bouw van opslagplaatsen. Is dat waar? Wanneer zijn die aanbestedingen uitgeschreven? Heeft men nieuwe opslagcapaciteit gevonden? Welke?

8. Op hoeveel wordt de kostprijs van hun huur of constructie geraamd?

9. Beschikt BelgiŽ over verdragen met de andere lidstaten om dit tekort op te vangen in geval van zware crisis?