Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-5747

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 7 december 2009

aan de minister van Klimaat en Energie

Aardolie - Opslagcapaciteit - Havens van Rotterdam en Antwerpen - Aanbestedingsprocedure - Gemiste kans - Buffercapaciteit - Europese verplichting van negentig dagen reservecapaciteit - Apetra - Rol

aardolie
opslag van koolwaterstoffen
haveninstallatie
strategische reserve
Internationaal Energieagentschap
richtlijn (EU)
energievoorziening
minimumvoorraad
aardolieproduct

Chronologie

7/12/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010)
10/12/2009Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-4565

Vraag nr. 4-5747 d.d. 7 december 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

GaŽtan Van de Werve, de secretaris-generaal van de Belgische petroleumfederatie, verklaarde op 20 september 2009 dat Apetra, het overheidsbedrijf dat sinds drie jaar moet zorgen voor de strategische olievoorraad van BelgiŽ, een belangrijke kans miste om in de havens van Rotterdam en Antwerpen belangrijke opslagcapaciteit te reserveren. Bij een aanbestedingsprocedure voor deze capaciteit bleek Nieuw-Zeeland de capaciteit te hebben gereserveerd, en niet BelgiŽ. Bovendien zou BelgiŽ slechts voor zesenveertig dagen buffercapaciteit aardolie bij calamiteiten in de bevoorrading hebben terwijl het Europese Unie-gemiddelde 141 dagen bedraagt.

Bevestigt de geachte minister de gang van zaken tijdens deze aanbestedingsprocedure? Kan hij meer toelichting verschaffen?

Is het correct dat BelgiŽ slechts een buffercapaciteit van zesenveertig dagen heeft?

Internationale afspraken met het Internationaal Energie Agentschap (IEA) en de Europese richtlijn 2006/67/EG van de Raad van 24 juli 2006 houdende verplichting voor de Lidstaten om minimumvoorraden ruwe aardolie en / of aardolieproducten in opslag te houden verplichten ons land om voor negentig dagen reservecapaciteit aardolie te beschikken. Hoe ziet hij Apetra dit streefdoel halen en met welke timing?

Antwoord ontvangen op 10 december 2009 :

1) In het artikel van de krant De Standaard van 21 september jl. worden de twee instrumenten die APETRA heeft om aan haar verplichtingen te voldoen door elkaar gebruikt. APETRA kan voorraden in eigendom verwerven en deze opslaan in opslagcapaciteit, dit zijn tanks in een erkend aardoliedepot, welke zij huurt. Een alternatief is het nemen van beschikkingrechten (de zgn. "tickets") bij de aardoliemaatschappijen. Een ticket is een voorraad aardolie die APETRA tegen vergoeding voor een bepaalde periode reserveert en waarbij de reservatie haar het recht geeft om, indien een crisis gedurende deze periode uitbreekt, de onderliggende voorraden aan te kopen aan de op dat moment geldende marktprijs. De "grote kans" die België, naar mening van de Heer Van de Werve, gemist heeft betreft dit tweede instrument, de tickets.

APETRA schrijft sinds februari 2007 driemaandelijks aanbestedingen uit voor dergelijke reserveringen van olievoorraden in België en zes andere EU-landen waarmee België een intergouvernementeel akkoord tot controle en repatriëring heeft. APETRA bepaalt telkenmale de maximale vergoeding die de vennootschap bereid is voor dergelijke tickets te betalen in functie van de marktomstandigheden. De financiële gezondheid van APETRA mag hierbij niet in het gedrang komen. Aan wie uiteindelijk tickets gegund wordt en waar deze voorraden zich bevinden, hangt uiteraard af van de aanbiedingen die APETRA bekomt.

Het staat de oliemaatschappijen vrij om al dan niet op APETRA's aanbestedingen te reageren en/of om niet-gegunde hoeveelheden achteraf aan andere oliemaatschappijen, agentschappen of landen met een voorraadplicht aan te bieden. Mijn administratie heeft momenteel geen kennis van enige reservatie door Nieuw-Zeeland van olievoorraden opgeslagen op Belgisch grondgebied. België heeft ook geen verdrag met Nieuw-Zeeland dat de repatriëring van deze stocks in geval van crisis garandeert of de controle van hun effectieve aanwezigheid op ons grondgebied regelt. Nederland heeft wel een dergelijk verdrag met Nieuw-Zeeland afgesloten.

2) De in het artikel geciteerde cijfers dateren van het eerste trimester van dit jaar. De aan de Europese Commissie meest recente gerapporteerde cijfers dateren van juli 2009 en bedragen 110 dagen voor benzines, 62 dagen voor de middeldistillaten en 106 dagen voor stookolie.

Enkel de voorraad aan middeldistillaten ligt dus nog beneden de 90-dagenverplichting, maar heeft de laatste maanden een sterke stijging opgetekend. Dit, enerzijds, door het grotere aanbod aan tickets dat APETRA door de conta ngo situatie ontvangt en, anderzijds, door de aanzienlijke hoeveelheid ruwe aardolie en afgewerkte aardolieproducten die APETRA in de afgelopen maanden versneld heeft aangekocht mede dank zij nieuwe opslagcapaciteit die op vraag van APETRA gebouwd werd en reeds in de zomer van 2009 voor haar beschikbaar werd. De voorlopige cijfers voor eind augustus 2009 bevestigen deze positieve trend met een Belgisch voorraadniveau inzake middeldestillaten van 64 dagen.

3) Zoals blijkt uit mijn antwoord op de vraag 2 van het geachte Lid, heeft België steeds zijn verplichtingen vervuld voor de benzines en de zware stookolie. Voor de middeldistillaten (diesel, gasolie-verwarming en jet fuel) beschikte APETRA bij haar opstart nog niet over benodigde instrumenten voor de aankoop van eigen stocks en was ze dus uitsluitend aangewezen op de zgn. tickets om aan haar verplichtingen (ca. 2,9 miljoen ton in 2007) te voldoen. Van bij de eerste aanbestedingen bleek, dat de aanbiedingen voor werkvoorraden middeldistillaten absoluut onvoldoende waren om deze verplichting in te dekken en dat het aanbod bovendien sterk volatiel is al naargelang de oliemarkt zich in een contango of backwardation situatie bevindt.

Reeds in het voorjaar van 2007 is APETRA begonnen met het op punt stellen van alle instrumenten om tot aankoop van stocks in eigendom over te gaan (contracteren van een lening van 800 miljoen euro, aanstellen van inspecteurs, opstellen van aankoop- en opslagprocedures, afsluiten van een verzekering). De eerste levering van eigen APETRA stocks in een door APETRA gehuurd depot vond plaats in maart 2008. Sindsdien koopt APETRA, naarmate opslagcapaciteit voor haar beschikbaar wordt, aan een tempo dat veel hoger ligt dan wettelijk voorzien (370.000 ton/jaar) ruwe aardolie en afgewerkt product aan.

In 2008 werden in totaal 207.000 ton ruwe aardolie en 335.000 ton afgewerkt product aangekocht; eind 2009 zal APETRA bovenop deze volumes nog eens 540.000 ton ruwe aardolie en 415.000 ton afgewerkt product hebben verworven. APETRA's ondernemingsplan 2010 voorziet een verdere opbouw van APETRA's eigen stocks naar 2,4 miljoen ton eind 2010, 2,9 miljoen ton eind 2011 en 3,2 miljoen ton eind 2012. Voor het onderbrengen van deze aankopen heeft APETRA reeds 3,3 miljoen m3 opslagcapaciteit - goed voor de opslag van ca. 2,7 miljoen ton - onder contract. De ontbrekende volumes worden aangezocht via nieuwe aanbestedingsrondes, waarvan er momenteel twee lopende zijn.

APETRA's ondernemingsplan 2010 voorziet dat eind 2012 België opnieuw zal beschikken over de volledige 90 dagen strategische voorraad voor middeldistillaten. Op dit ogenblik doet APETRA zelfs iets beter dan dit plan maar het is beter voldoende voorzichtigheid in te bouwen. Teneinde de Europese Commissie en het Internationaal Energie Agentschap op de hoogte te houden van de vooruitgang van APETRA's activiteiten zal er in de loop van de maand oktober naar deze twee organisaties gecommuniceerd worden.