Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-5289

van Alain Destexhe (MR) d.d. 7 december 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie

Gezondheidswerkers - Gebruik van pijnstillers in ziekenhuizen - Neiging tot verslaving - Studies over het probleem - Cijfers - Maatregelen

farmaceutisch product
beroep in de gezondheidszorg
drugverslaving

Chronologie

7/12/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010 )
16/2/2010 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 4-4544

Vraag nr. 4-5289 d.d. 7 december 2009 : (Vraag gesteld in het Frans)

Anesthesisten, chirurgen, specialisten in interne geneeskunde en verpleegkundigen die in ziekenhuizen of gespecialiseerde centra geregeld in aanraking komen met pijnstillers, zouden meer dan de rest van de bevolking vatbaar zijn voor de ontwikkeling van een verslaving. In Duitsland zou dat een reŽel probleem zijn.

Volgens een studie besteld door de Duitse vereniging van anesthesisten, zou het fenomeen bij onze buren verre van marginaal zijn. Professor Maier, belast met de studie, wijst er in zijn conclusies op dat de omvang van het probleem waarschijnlijk het gevolg is van de stresserende werkomstandigheden van de specialisten, die gemakkelijker voor de verleiding zouden bezwijken omdat de producten ter beschikking zijn op de werkplaats.

Stelt u die neiging tot verslaving in bepaalde medische milieus vast? Zo ja, werden er hierover in BelgiŽ recentelijk, namelijk minder dan twee jaar geleden, studies gemaakt? Welke omvang heeft het fenomeen in BelgiŽ? Zijn hierover cijfers beschikbaar? Welke maatregelen werden genomen om dit fenomeen te bestrijden?

Antwoord ontvangen op 16 februari 2010 :

Het antwoord op uw vraag is niet volledig in die zin dat het slechts de informatie bevat die door mijn administratie via de Provinciale Medische commissies is verschaft.

Deze commissies hebben onder meer als taak om zich ervan te vergewissen dat de gezondheidsberoepsbeoefenaars zonder risico voor de volksgezondheid en met inachtneming van de wetten en reglementen hun beroep uitoefenen.

Gelet op het relatief kleine aantal gevallen van verslaving voor alle gezondheidswerkers is er geen studie verricht teneinde voor België de omvang van het verschijnsel te evalueren dat u voor Duitsland ter sprake brengt.

In de Medische commissies zijn inderdaad tijdens de laatste vijf jaar zesenveertig dossiers geopend ten laste van verschillende beroepsbeoefenaars wegens verslaving aan verdovende middelen, psychotropen of vergelijkbare producten.

Dit cijfer kan als volgt worden opgesplitst: zevenendertig artsen, twee apothekers en zeven verpleegkundigen.

De informatie betreffende een vermoeden van verslaving van een gezondheidsberoepsbeoefenaar komt bij de Medische commissies terecht via de verslagen die worden opgemaakt in de officina’s door de Inspecteurs van het FAGG, de respectieve Ordes of nog de dienstverantwoordelijken.

De Medische commissies hebben het visum na onderzoek in vijf gevallen ingetrokken.

Voor de andere gevallen is ofwel overgegaan tot een medische follow-up of is een verwittiging gegeven.

Het ingevoerde systeem blijkt zijn deugdelijkheid te bewijzen, aangezien in het kader van de behandelde dossiers slechts weinig gevallen hervallen (drie gevallen).