Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-5107

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 1 december 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen

Iran - Vervolging van de Iraanse oppositie - Doodvonnissen - Regeringsstandpunt

rechten van de mens
Iran
politiek geweld
politieke oppositie
doodstraf

Chronologie

1/12/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 1/1/2010)
6/5/2010Einde zittingsperiode

Heringediend als : schriftelijke vraag 4-5424

Vraag nr. 4-5107 d.d. 1 december 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het Iraanse persbureau ISNI meldt dat in Iran onlangs drie mensen, die in juni 2009 tijdens de betogingen na de omstreden presidentsverkiezingen werden opgepakt ter dood veroordeeld zijn.

Nadat de naslag van de stembusgang van 12 juni 2009 bekend was geworden, trokken miljoenen IraniŽrs de straat op. Volgens hen was president Mahmoud Ahmadinejad met fraude herkozen. De protesten werden met harde hand onderdrukt. Volgens de regering vielen er dertig doden. De oppositie rept van zeker negenenzestig doden. Honderden mensen verdwenen in de gevangenis.

Ik heb dan ook volgende vragen voor de minister:

1.Op welke wijze en wanneer zal de minister er bij de autoriteiten in Iran op aandringen het doodvonnis van de Iraanse demonstranten te herroepen? Welke initiatieven worden genomen op Europees en internationaal niveau?

2.Hoeveel Iraanse burgers die deelnamen aan de protesten tegen de herverkiezing van de Iraanse president werden al veroordeeld tot een gevangenis- of doodstraf en hoeveel doodvonnissen werden al uitgevoerd?

3.Hoe reageert hij op de doodvonnissen en gevangenisstraffen van Iraanse opposanten?

4.Is hij bereid om naast een Europees protest een rechtstreeks Belgisch protest uit te spreken ter gelegenheid van de ontbieding van de Iraanse ambassadeur?

5.Zo neen, waarom niet en welke andere stappen acht hij dan wel opportuun? Zo ja, wanneer zal die ontmoeting plaatsvinden en kan hij dit uitvoerig toelichten?

6.Hoe schat hij de vervolging in van een van de oppositionele presidentskandidaten, de heer Karroubi, en deelt hij mijn vrees dat de situatie escaleert? Kan hij dat toelichten?

7.Deelt hij de mening van Amnesty International dat met dit doodvonnis tegen een politieke tegenstander een precedent wordt geschapen? Kan hij dit uitvoerig toelichten en aangeven welke middelen hij inzet bij de Iraanse autoriteiten om dit te voorkomen?