Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-5089

van Els Schelfhout (CD&V) d.d. 1 december 2009

aan de minister van Landsverdediging

België - Rwanda - Militaire samenwerking

Rwanda
militaire samenwerking

Chronologie

1/12/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 1/1/2010)
5/1/2010Antwoord

Vraag nr. 4-5089 d.d. 1 december 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Na de Britse en Amerikaanse militaire autoriteiten, heeft ook de Belgische Defensie recent Rwanda bezocht. De stafchef van ons leger, generaal Charles-Henri Delcour, ontmoette begin september 2009, tijdens een vierdaags bezoek, president Paul Kagame, eerste minister Bernard Makuza en stafchef van het leger James Kabarebe (ooit stafchef van het Congolese leger onder Laurent Désiré Kabila).

Het is gekend dat Groot-Brittannië en de Verenigde Staten sterke bondgenoten zijn van het Kagame-regime. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij een stevig partnerschap onderhouden met het Rwandese leger. België daarentegen heeft sinds de machtsovername door het Rwandees Patriotisch Front (RPF) de actieve militaire samenwerking met Rwanda sterk verminderd. Het bezoek van de Belgische stafchef doet echter vermoeden dat ons land, na de Democratische Republiek Congo (DRC) en Burundi, ook de bilaterale militaire samenwerking met Rwanda wil versterken.

Ik deel mijn bezorgdheid mee over de eventuele versterking van het militaire partnerschap tussen België en Rwanda. Ik meen dat ons land moet vermijden dat het door middel van militaire samenwerking bijdraagt tot de versterking van een ondemocratisch regime dat een zeer groot deel van de begroting aan militaire uitgaven besteedt en wiens leger een zeer nefaste en dubieuze rol speelde / speelt in Oost-DRC, een gebied in Centraal-Afrika waar wij via diplomatieke weg proberen bij te dragen tot duurzame oplossingen voor het aanslepende conflict.

1.Wat behelsde de Belgisch-Rwandese militaire samenwerking de voorbije twee jaren, op financieel en materieel vlak en betreffende de manschappen?

2.Zal België de militaire samenwerking met Rwanda versterken? Indien ja, wat zijn de beweegredenen om dat te doen?

3.Wat zal die versterking precies inhouden (op financieel en materieel vlak en betreffende de manschappen, rekening houdend met opleidingen van Rwandese militairen, levering van legermateriaal, …)?

4.Meent de geachte minister dat België een significante bijdrage kan leveren aan de verdere ontplooiing van het Rwandese leger, dit in vergelijking met ons engagement in de DRC en Burundi? In welke mate?

5.Zal de versterking van een militair partnerschap met Rwanda een vermindering van de samenwerking met de DRC en Burundi tot gevolg hebben?

Antwoord ontvangen op 5 januari 2010 :

Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te willen vinden op de door haar gestelde vragen.

1. Op 24 augustus 2004 werd te Kigali een memorandum ondertekend betreffende een programma van militair partnerschap tussen onze beide landen. Dit akkoord voorziet meerdere actiedomeinen. Tot nu toe heeft enkel het luik vorming het voorwerp uitgemaakt van reële samenwerking ten voordele van Rwanda. Zo ontvangen de Koninklijke Militaire School (KMS) en het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie (KHID) elk jaar internationale stagiairs, waaronder stagiairs uit Rwanda.

In 2008 hebben zesentwintig Rwandese stagiairs cursussen aan de KMS en de KHID gevolgd. Voor 2009 bedroeg het totaal aantal Rwandese stagiairs vierentwintig. De totale kost voor deze jaren bedraagt respectievelijk 174 030 euro en 155 660 euro.

2. Het doel van het vermelde memorandum is het bevorderen van het begrip, de ervaring en de inachtneming van elkaars wederzijdse noden. Een partnerschap tussen onze beide Defensies draagt immers bij tot de vrede en stabiliteit in de Regio van de Grote Meren. Het bezoek van de Chef Defensie aan Rwanda in september dit jaar schrijft zich in dit kader in.

3. De concrete inhoud van de versterking van het militaire partnerschap met Rwanda zal het voorwerp uitmaken van overleg in de schoot van de Joint Military Commission, samengesteld uit vertegenwoordigers van beide staven. Deze Commissie zal een eerste keer plaats hebben in januari 2010 in Kigali. Haar opdracht zal zijn om het programma van militair partnerschap te evalueren en te bevorderen en om voorstellen te doen voor activiteiten in 2010 en 2011. Deze voorstellen zullen na beoordeling leiden tot de opmaak van een Technisch Akkoord (TA).

4. De noden van de Rwandese strijdkrachten verschillen fundamenteel van deze van de strijdkrachten van de Democratische Republiek Kongo (DRC) of van deze van Burundi.

De strijdkrachten van deze laatste twee landen zijn in volle herstructurering en onze inzet in de DRC en Burundi is specifiek georiënteerd naar de hervorming van de veiligheidsector. De Rwandese strijdkrachten bevinden zich niet in dit stadium. Ze hebben een goede ervaring in vredesbewarende operaties (Afrikaanse Unie/UNO). We zijn aldus overtuigd dat de versterking van het militaire partnerschap met Rwanda in verscheidene domeinen gunstig zal zijn voor beide Defensies en zal bijdragen tot de vrede en de stabiliteit in de Regio van de Grote Meren.

3. De behoeftes en het niveau van professionalisme van de Rwandese strijdkrachten zijn verschillend van die van de DRC en Burundi. De versterking van ons militair partnerschap met Rwanda zal dus weinig impact hebben op onze samenwerking met deze twee andere landen.