Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-486

van Alain Destexhe (MR) d.d. 12 maart 2008

aan de minister van Buitenlandse Zaken

VN - Raad voor de Mensenrechten - Belgische positie

rechten van de mens
VN
rechten van de vrouw
vrijheid van godsdienst
vrijheid van meningsuiting
seksueel geweld
topconferentie
technische VN-Commissie

Chronologie

12/3/2008 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 10/4/2008 )
19/3/2008 Antwoord

Heringediend als : schriftelijke vraag 4-643

Vraag nr. 4-486 d.d. 12 maart 2008 : (Vraag gesteld in het Frans)

Met de oprichting van de Raad voor de Mensenrechten creëerden de Verenigde Naties in juni 2006 een nieuw institutioneel orgaan dat de wantoestanden en disfuncties die in de Europese Commissie voor de rechten van de mens aan het licht waren gekomen moest wegwerken. Nochtans worden grondbeginselen als de vrije meningsuiting of de godsdienstvrijheid vandaag nog altijd met voeten getreden onder het mom van het “recht van de volkeren”. Bovendien worden vernederende en/of pijnlijke praktijken, die de rechten van de vrouw schenden, nog altijd geduld onder het mom van “cultureel relativisme”.

Over enkele maanden wordt de tweede Wereldconferentie tegen racisme in Durban gehouden. Canada en Israël hebben nu al aangekondigd dat ze er niet aan zullen deelnemen.

Zal België hier wel aan deelnemen? Zo ja, welke houding zal ons land aannemen ten opzichte van de huidige wantoestanden?

Welke houding heeft de Belgische vertegenwoordiger aangenomen bij de vragen die sinds de oprichting van de Raad voor de Mensenrechten werden gesteld?

Antwoord ontvangen op 19 maart 2008 :

Wanneer de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties werd opgericht, heb ik verschillende zwakheden betreurd, waaronder het ontbreken van criteria om lid te worden van de Raad. De nieuwe geografische verdeling is ook nadelig voor de Europese Unie (EU). Met deze nieuwe samenstelling van de Raad, hebben de Afrikaanse Groep en Aziatische Groep een absolute meerderheid.

Een van de grote uitdagingen van de komende maanden, zal inderdaad de voorbereiding van de Opvolgingsconferentie van Durban, die zal plaatsvinden in 2009, zijn.

In 2006, besliste de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om een herzieningsconferentie bijeen te roepen in 2009 die zal gaan over de tenuitvoerlegging van de verklaring en het actieprogramma van Durban. Het gaat dus niet over een nieuwe mondiale conferentie, maar om een opvolgingsconferentie. De EU aanvaardde de beslissing tot het houden van deze herzieningsconferentie op voorwaarde dat zij zich concentreert op de uitvoering van Durban.

Tot op heden neemt de EU deel aan het voorbereidingsproces. Een Comité dat zich specifiek bezighoudt met de voorbereiding, werd opgericht in Genève. België is lid van het bureau van dit Comité.

De strijd tegen het racisme en raciale discriminatie is een prioriteit voor België en de EU en wij voeren de engagementen, die in Durban in 2001 werden genomen, uit. Echter, we zijn uiterst bezorgd met de wijze waarop dit voorbereidingsproces van de herzieningsconferentie zich ontwikkelt.

Bepaalde Staten proberen thema's zoals religie en bepaalde vraagstukken uit verleden, zoals de slavenhandel en het kolonialisme, op de voorgrond van deze opvolgingsconferentie te plaatsen. Voor de EU dient deze conferentie echter te gaan over alle genomen engagementen in Durban. De EU kan niet aanvaarden dat er een hiërarchie tussen de slachtoffers of de vormen van racisme en discriminatie zou ontstaan.

Het voorbereidingsproces moet ook streven naar consensus. We stellen echter vast dat verschillende delegaties kiezen voor de weg van de confrontatie.

Op dit moment is een sessie van het voorbereidende Comité bezig. In functie van de resultaten van dit Comité, zal de EU beslissen over verdere deelname aan dit proces. De wijze waarop de posities van de EU zullen weerspiegeld zijn in deze resultaten, zal bepalend zijn voor de beslissing van de EU.