Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-4647

van Bart Tommelein (Open Vld) d.d. 2 oktober 2009

aan de minister van Buitenlandse Zaken

Zuid-Soedan - UNMIS - Lord's Resistance Army

Soedan
conflict tussen etnische groeperingen
misdaad tegen de menselijkheid
multinationale strijdmacht
Zuid-Sudan

Chronologie

2/10/2009Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 5/11/2009)
23/11/2009Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-4648
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-4649

Vraag nr. 4-4647 d.d. 2 oktober 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Onlangs bereikte ons het bericht dat het tribaal geweld in Soedan weer oplaait. De VN-missie en de regering in Zuid-Soedan (Ezo County) blijken klaarblijkelijk niet in staat om de uitbraak van geweld en de daaruit voortvloeiende burgerlijke slachtoffers te voorkomen. Blijkbaar is de LRA terug van weggeweest in Soedan met alle vreselijke gevolgen van dien. Graag had ik geweten hoe dit kan worden bijgestuurd en welke het standpunt is van onze regering.

Ik heb dan ook volgende vragen:

1) Hoe reageert u op de heropflakering van het tribaal geweld in Soedan? Wat is uw analyse van de gebeurtenissen en deelt u de groeiende vrees voor het uiteenvallen van het Comprehensive Peace Agreement (CPA) en het ontstaan van een nieuwe burgeroorlog met alle gevolgen van dien?

2) Hoe verklaart u het klaarblijkelijk falen van de VN-missie in Soedan (UNMIS), die 16 000 mensen ter plaatse heeft wat betreft dergelijk geweld?

3) Beschikt u over concrete cijfers wat betreft de burgerslachtoffers? Worden zij geholpen en zo ja door wie?

4) Wat kan ons land en de Europese Unie doen om te zorgen dat UNMIS, dat moet toezien op de naleving van het vredesakkoord tussen Noord- en Zuid-Soedan, beter in staat wordt gesteld om duurzame veiligheid en stabiliteit te creŽren?

5) Wat gebeurt er op dit moment om de leider van de Lord's Resistance Army (LRA) voor het gerecht te dagen gezien de vreselijke misdaden tegen de mensheid die door betrokkene systematisch en wederkerend plaatsvinden? Kan dit concreet worden toegelicht en kan u de rol van ons land hierin weergeven alsook onze positie gezien betrokkene ook de burgerbevolking in de DRC heeft mishandeld, verkracht en vermoord? Heeft u enige indicatie over de recente verblijfplaats van betrokkene en zijn mededaders?

6) Welke bijkomende maatregelen kunnen worden getroffen vanuit ons land in samenwerking met de EU en de betrokken landen en buurlanden om de burgerbevolking te beschermen tegen nieuwe wreedheden van de Lord's Resistance Army (LRA)?

Antwoord ontvangen op 23 november 2009 :

1. Ik reageer met ernstige bezorgdheid op de heropflakkering van het tribaal geweld in Zuid-Soedan. Het is duidelijk dat de regering van Zuid-Soedan op dit ogenblik niet in staat is om de rechtsstaat te doen respecteren en de onveiligheid aan te pakken. Er is een noodzaak om tot een ontwapening, een demobilisering en een reïntegratie te komen. Daarnaast valt inderdaad te vrezen dat de implementatie van het “alomvattende vredesakkoord” niet zal gebeuren zoals voorzien. Een nieuwe burgeroorlog is dan ook niet uit te sluiten.

2. Het mandaat van UNMIS (United Nations Mission in the Sudan) (VNVR-resolutie 1590 van 2005) voorziet voornamelijk in bijstand aan de betrokken partijen om het “alomvattende vredesakkoord” ten uitvoer te brengen. Met andere woorden: de VN-missie kan niet in de plaats treden van de lokale autoriteiten.

3. Volgens David Gressly, de regionale coördinator voor Zuid-Soedan van UNMIS zouden in de maand augustus alleen al meer dan 2 000 mensen gestorven zijn ten gevolge van interetnisch geweld; sinds het begin van dit jaar zouden er meer dan 250 000 mensen in Zuid-Soedan ontheemd zijn. De gespecialiseerde VN-organisaties en de humanitaire niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) die ter plaatse actief zijn, komen in de mate van het mogelijke ter hulp.

4. Het is aan de VN-Veiligheidsraad om toe te zien op de uitvoering van het UNMIS-mandaat. België is momenteel geen lid van de VN-Veiligheidsraad, maar het spreekt vanzelf dat er binnen de EU hierover regelmatig overleg plaatsvindt, zodat de EU-partners die momenteel wel lid zijn van de VN-Veiligheidsraad, het nodige kunnen doen.

5. Op initiatief van de Oegandese President werden in 2006 door het Internationaal Strafhof vijf aanhoudingsmandaten tegen LRA-leiders uitgevaardigd die nog steeds van kracht zijn. Het gaat daarbij om Joseph Kony, Vincent Otti, Okot Odhiambo, Raska Lukwiya en Dominic Ongwen. Twee van de vijf zijn inmiddels overleden. België heeft steeds de strijd tegen straffeloosheid beklemtoond en steunt bijgevolg de uitvoering van deze aanhoudingsmandaten. Waar de leider van de LRA zich momenteel bevindt, is niet met zekerheid gekend. Het LRA is onder druk van de militaire operaties in de Democratische Republiek Congo (DRC), gevlucht naar de Centraal-Afrikaanse Republiek en naar alle waarschijnlijkheid houdt hun leider Joseph Kony er zich op.

Omwille van de zwakke aanwezigheid van de Staat in dat gebied van de Democratische Republiek Congo heeft de bevolking op verscheidene plaatsen het recht in eigen handen genomen en gewapende volkswachten opgericht.

6. Na lang en tevergeefs een onderhandelde oplossing te hebben nagestreefd van het LRA-probleem, hebben de landen van de regio en de internationale gemeenschap uiteindelijk geopteerd voor een overwegend militaire aanpak. De inschatting daarbij is dat een organisatie als het LRA bijeengehouden wordt door leiders die hun troepen aanzetten tot het begaan van onbeschrijfelijke gruweldaden en die over geen enkele politieke agenda beschikken. Het komt er op aan dit leiderschap uit te schakelen maar hiervoor is de nodige “intelligence” nodig. Een aantal landen leveren dergelijke informatie aan de troepen actief op het terrein of overwegen dit te doen. Een nog betere samenwerking tussen de strijdkrachten van de landen in de regio dringt zich op. Verder dringen België en de EU er ook op aan dat de VN-missies in de regio, in het bijzonder MONUC (United Nations Mission DR Congo), zouden geïnformeerd blijven over de aangaande militaire operaties zodat zij hun taak van bescherming van de burgerbevolking zouden kunnen uitvoeren.