Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-3293

van Alain Destexhe (MR) d.d. 2 april 2009

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Kinderbijslag - Uitkering - Belgische onderdaan die in het buitenland verblijft - Voorwaarden - Duur

gezinsuitkering
Belgen in het buitenland
Europese Economische Ruimte
bilaterale overeenkomst

Chronologie

2/4/2009 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/5/2009 )
5/6/2009 Antwoord

Vraag nr. 4-3293 d.d. 2 april 2009 : (Vraag gesteld in het Frans)

Kunt u mij zeggen onder welke voorwaarden en hoe lang een Belgische onderdaan die in het buitenland verblijft kinderbijslag kan krijgen?

Antwoord ontvangen op 5 juni 2009 :

In antwoord op uw vraag, kan ik u het volgende meedelen.

Vooreerst moet er benadrukt worden dat de nationaliteit van de rechthebbende, dit is de persoon die het recht op kinderbijslag opent, en van het rechtgevend kind geen voorwaarde is voor de toekenning van kinderbijslag in het stelsel van de werknemers.

De situatie van het rechtgevend kind en deze van de rechthebbende moeten afzonderlijk onderzocht worden.

Wat het rechtgevend kind betreft, bepaalt artikel 52 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders inzonderheid dat de kinderbijslag niet verschuldigd is voor kinderen die opgevoed worden of lessen volgen buiten het Rijk.

Dit principe kent echter verschillende uitzonderingen.

Bepaalde van deze uitzonderingen vloeien voort uit de toepassing van de Europese verordeningen of van de bilaterale overeenkomsten inzake sociale zekerheid.

Zo kan, bij toepassing van Europese reglementering en meer in het bijzonder op basis van de Europese Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 19711 en nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 19722, de kinderbijslag toegekend worden voor kinderen die zich verplaatsen naar een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER). De andere toekenningsvoorwaarden moeten echter vervuld zijn: het kind moet de hoedanigheid hebben van rechtgevend kind, namelijk zich in een situatie bevinden bepaald door de Belgische wet die het toelaat om kinderbijslag te genieten, bijvoorbeeld student zijn, en de leeftijdsgrens van 25 jaar niet overschrijden.

België heeft eveneens met niet-lidstaten van de EER bilaterale overeenkomsten afgesloten inzake sociale zekerheid die toelaten om kinderbijslag toe te kennen wanneer het kind verblijft in de verdragsstaat. Een dergelijke internationale overeenkomst werd inzonderheid afgesloten met Marokko, Tunesië, Turkije, Algerije, Kroatië en ex-Joegoslavië3. Bepaalde van deze overeenkomsten (met Marokko of Tunesië) voorzien enkel in de toekenning van kinderbijslag aan het bedrag zoals bepaald in de overeenkomst, wanneer de werknemer die onderworpen is aan de Belgische wetgeving de nationaliteit heeft van de andere verdragsstaat. Daarenboven wordt op basis van bepaalde overeenkomsten soms de Belgische kinderbijslag toegekend, maar beperkt tot de gewone bedragen (geen bijzondere of verhoogde bijslagen).

Andere uitzonderingen op het principe van de territorialiteit zijn opgenomen in de algemene of individuele afwijkingen.

Inderdaad, artikel 52, tweede lid, van de voormelde samengeordende wetten, geeft de mogelijkheid aan de minister van Sociale Zaken om af te wijken van de territorialiteitsvoorwaarde opgelegd aan het rechtgevend kind in categorieën van behartigenswaardige gevallen (algemene afwijking), na voorafgaand advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers, of in individuele gevallen. In deze laatste hypothese kan de minister de bevoegdheid delegeren aan een ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid.

Zo wordt er bijvoorbeeld een algemene afwijking toegekend op de territorialiteitsvoorwaarde voor kinderen die in het buitenland verblijven tijdens periodes die niet langer zijn dan twee maanden, in één of verscheidene keren tijdens hetzelfde kalenderjaar, of tijdens periodes die niet langer zijn dan zes maanden wegens medische redenen. Een andere algemene afwijking is eveneens voorzien voor kinderen van werknemers die gedetacheerd zijn in het buitenland door hun werkgever (zie hieronder).

Wat de individuele afwijkingen betreft, wordt ieder dossier individueel onderzocht en er wordt rekening gehouden met het geheel van de gegevens overgemaakt door de aanvrager ten einde te onderzoeken of het voorgelegde geval behartigenswaardig is. In bevestigend geval, zal de kinderbijslag toegekend kunnen worden voor het kind dat verblijft in het buitenland.

Wat de rechthebbende betreft, bepaalt artikel 51 van de voormelde samengeordende wetten de voorwaarden om een recht op Belgische kinderbijslag te openen. Deze bepaling preciseert onder andere dat rechthebbende is op kinderbijslag de persoon die tewerkgesteld is in het buitenland door een werkgever bepaald in de artikelen 1 tot 4 (het betreft een werkgever gevestigd in België of verbonden aan een in België gevestigde exploitatiezetel en die personeel tewerkstelt krachtens een arbeidsovereenkomst, alsook de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten en inzonderheid bepaalde openbare instellingen), maar die, met inachtneming van het bepaalde in internationale verdragen en verordeningen inzake sociale zekerheid, onderworpen blijft aan de Belgische sociale zekerheid of zijn functie uitoefent in dienst van de Staat of van een openbare dienst, terwijl hij onder de toepassing blijft van de reglementering van de dienst die hem tewerkstelt. Deze situatie beoogt de gevallen waar de werknemer gedetacheerd wordt naar het buitenland door zijn werkgever, maar onderworpen blijft aan de Belgische sociale zekerheid.

Daarenboven zal de persoon, indien deze zich in een met arbeid gelijkgestelde situatie bevindt of in een situatie van toekenning (bijvoorbeeld de werkloosheid, de invaliditeit, het pensioen) en deze toegelaten is, in voorkomend geval, om zijn statuut te behouden bijvoorbeeld van werkloze, van invalide of van gepensioneerde terwijl deze in het buitenland verblijft, het recht op Belgische kinderbijslag blijven openen.

Opgemerkt moet worden dat in het raam van het stelsel van de gewaarborgde gezinsbijslag (residuair stelsel van kinderbijslag), zowel de aanvrager als het rechtgevend kind in België moeten verblijven om recht te hebben op kinderbijslag. Algemene en individuele afwijkingen kunnen toegekend worden op de voorwaarde van verblijf van het kind in België.

__________

1Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen.

2Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van de verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de gemeenschap verplaatsen.

3De overeenkomst met het voormalige Joegoslavië is van toepassing in de betrekkingen met de Federale Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro), de Republiek Macedonië en de Republiek Bosnië-Herzegovina.