Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-2115

van Els Schelfhout (CD&V) d.d. 9 december 2008

aan de minister van Buitenlandse Zaken

Noord-Kivu - Noodhulp - BelgiŽ

humanitaire hulp
vluchtelingenhulp
burgeroorlog
conflict tussen etnische groeperingen
Democratische Republiek Congo
niet-gouvernementele organisatie
noodhulp

Chronologie

9/12/2008Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2009)
17/12/2008Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-2116
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-582

Vraag nr. 4-2115 d.d. 9 december 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Als gevolg van zware gevechten tussen de rebellengroepering (CNDP) van Laurent Nkunda en het Congolese regeringsleger (FARDC) sinds eind oktober 2008, sloegen honderdduizenden burgers in Noord-Kivu op de vlucht.

Ons land stelde een C-130 vliegtuig ter beschikking voor het leveren van noodhulp aan de ontheemden in Oost-Congo. Concreet werden hiertoe tussen 6 en 16 november 2008, acht vluchten georganiseerd, samen goed voor naar schatting tachtig ton materiaal.

Volgens rebellenleider Laurent Nkunda zijn er momenteel geen vluchtelingen meer in de zones onder de controle van de CNDP. Zij zouden zijn teruggekeerd naar hun dorpen. De situatie ter plaatse toont echter aan dat de vluchtelingen helemaal niet terugkeerden, maar zich verscholen in de moeilijk toegankelijke gebieden rond het Virunga-park.

De Belgische NGO Memisa heeft voldoende materiaal ter beschikking om vliegtuigen te laden en het leveren van noodhulp verder te zetten.

Ik stel vast dat het departement Buitenlandse Zaken lijkt te twijfelen over de noodzaak van het organiseren van humanitaire vluchten naar de genoemde gebieden. Alsof 'een probleem (de vluchtelingen) dat men niet ziet, er ook niet is'.

Ik vernam graag van de geachte minister :

Waarom zijn er sinds 16 november 2008 geen humanitaire vluchten naar Oost-Congo en meer bepaald naar Noord-Kivu vertrokken, aangezien zich daar nog steeds, op sommige plaatsen minder zichtbaar, een humanitaire catastrofe afspeelt ?

Kan het zijn dat het leveren van noodhulp geen prioriteit meer is ?

Antwoord ontvangen op 17 december 2008 :

In de dramatische context die op dit moment heerst in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC), heeft België als een van de eersten op 4 november 2008 een luchtbrug opgestart tussen Kinshasa en Goma om 85 ton levensmiddelen en materialen van eerste humanitaire noodzaak te vervoeren. België ondersteunt, via het budget voor noodhulp, lokale en internationale niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) die actief zijn in humanitaire operaties in de Kivu’s zoals Caritas, Memisa, ICRC en Oxfam. Tegelijk levert België steun aan de agentschappen van de Verenigde Naties zoals UNHCR, WVP (PAM), UNICEF, OCHA zodat zij snel kunnen reageren in geval van humanitaire noodzaak. Minister Michel is zelf naar Goma gegaan en heeft er extra hulp aangekondigd voor de situatie in de Kivu’s voor een bedrag van zes miljoen euro. Het gaat om drie miljoen euro voedselhulp via het Wereld Voedsel Programma en drie miljoen euro noodhulp via het humanitair fonds. Dat fonds, beheerd door de humanitaire coördinator, kan in het kader van het humanitair actieplan tegelijk organisaties van het VN-systeem en NGO’s ondersteunen.

België blijft de humanitaire crisis in het oosten van de DRC aandachtig opvolgen om er zo doeltreffend mogelijke hulp te verlenen.

In die context, wordt op dit moment de verlenging van de luchtbrug onderzocht. Sinds ons initiatief werden andere luchtbruggen en toegangswegen opgezet om Goma te bevoorraden. De NGO Memisa bekijkt trouwens op dit moment ook de gelegenheid om de strategische voorraden niet in Kinshasa, maar in Entebbe op te slagen om de transportkosten te drukken. De humanitaire organisaties van de Verenigde Naties bewaren hun voorraden in Oeganda van waaruit een toegangsweg naar het noorden van Goma mogelijk is. Bovendien komt het er vandaag vooral op aan om toegang te hebben tot vluchtelingen vanuit Goma, zowel omwille van veiligheidsoverwegingen als om logistieke redenen en een betere coördinatie tussen de verschillende humanitaire actoren.