Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 4-1749

van Nele Jansegers (Vlaams Belang) d.d. 3 oktober 2008

aan de minister van Klimaat en Energie

Energiebesparende maatregelen - Investeringsaftrek - Limitatieve opsomming van verwarmingstoestellen

investeringshulp
verwarmingsketel
verwarming
belastingaftrek
belasting van natuurlijke personen
isolatie van gebouwen
thermische isolatie
fiscale stimulans
energiebesparing

Chronologie

3/10/2008Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 6/11/2008)
13/11/2008Antwoord

Vraag nr. 4-1749 d.d. 3 oktober 2008 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op 3 juli 2008 stelde ik een vraag om uitleg nr. 4-393 (Handelingen nr. 4-37 van 3 juli 2008, blz. 47) aan de vice-eerste minister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen betreffende de investeringsaftrek voor energiebesparende maatregelen en de discriminatie die daarbij ontstaat door een limitatieve opsomming van de verwarmingstoestellen die daarvoor in aanmerking komen in de wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting en haar uitvoeringsbesluiten. Deze vraag was ook aan de geachte minister van Klimaat en Energie gericht.

Terwijl de bevolking elke dag via alle mogelijke kanalen wordt opgeroepen om zuinig om te gaan met energie en daar ook toe gedwongen wordt door de steeds stijgende energieprijzen, kreeg ik van minister Reynders het volgende laconieke antwoord :

"In de werkgroepen van de Lente van het Leefmilieu is gebleken dat een aparte werkgroep moet worden opgericht. Op initiatief van Staatssecretaris Clerfayt, toegevoegd aan de minister van FinanciŽn, heeft op 20 juni 2008 een eerste vergadering met de interprofessionele organisaties en de NGO's plaatsgevonden. Het geheel van de fiscale maatregelen zal verder in deze werkgroep worden uitgewerkt."

Vandaar de volgende vragen :

Is de geachte minister betrokken bij deze "aparte werkgroep" ?

Was hij of een vertegenwoordiger van hem aanwezig op de vergadering van 20 juni 2008 van deze aparte werkgroep ? Zo niet, waarom niet ?

Is hij het eens met de stelling dat de huidige wetgeving aanleiding geeft tot discriminatie en dat die zo snel als mogelijk moet worden weggewerkt ?

Is hij bereid om zich daarvoor in te zetten en mee te zorgen voor een snelle aanpassing van de wettelijke bepalingen om de discriminatie weg te werken ?

Antwoord ontvangen op 13 november 2008 :

Als antwoord op de vier vragen heb ik de eer het geachte lid het volgende te antwoorden:

  1. Zoals minister Reynders kort heeft geschetst zijn tal van kwesties in verband met groene fiscaliteit die tijdens de “Lente van het leefmilieu” aan bod zijn gekomen, verwezen naar een werkgroep die geleid wordt door Staatssecretaris voor de Vergroening van de fiscaliteit, de heer Clerfayt. De eerste vergadering van die werkgroep heeft inderdaad plaatsgevonden op 20 juni 2008.

  2. Ja, een lid van mijn kabinet, een medewerker van mijn administratie voor Energie en drie medewerkers van mijn administratie voor Leefmilieu waren aanwezig op die uiterst belangrijke vergadering waar het startschot voor deze werkgroep werd gegeven.

  3. Ik deel het standpunt van het geachte lid over het feit dat deze maatregel voor fiscale aftrek ernstige nadelen met zich brengt, namelijk:

Het is inderdaad zo dat het effect van een milieuvriendelijke maatregel groter is wanneer de rechthebbende, bij een energiebesparende investering onmiddellijk een tegemoetkoming verwerft dan wanneer hij ongeveer twee jaar moet wachten om hetzelfde voordeel te bekomen via de verrekening in de personenbelasting.

Dit standpunt werd onderzocht Raad van State (52ste zitting, nr. 44.050/2) :

"Wanneer de federale wetgever echter een belastingvoordeel wil toekennen voor uitgaven gedaan in een aangelegenheid die tot de bevoegdheid van de gemeenschappen of de gewesten behoort, moet hij overeenkomstig het beginsel van de evenredigheid bij de uitoefening van bevoegdheden ervoor waken dat de voorwaarden gesteld voor de toekenning van het belastingvoordeel de tenuitvoerlegging van de bevoegdheden ratione materiae van de andere overheden niet onmogelijk maakt of bovenmatig bemoeilijkt. Het is binnen dit raamwerk dat de federale wetgever in artikel 145-24, § 1, van het Wetboek van de inkomsten belastingen kan voorzien in een belastingvermindering voor sommige energiebesparende uitgaven die een belastingplichtige heeft gedaan. ... de financiële stimulansen die rechtstreeks energiebesparing beogen, dienen beschouwd te worden als maatregelen ter bevordering van het rationele energieverbruik in de zin van de voornoemde bepaling van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. De conclusie is dan ook dat de federale Staat niet bevoegd is voor de bij het onderzochte voorstel geregelde aangelegenheid."

Ik merk bijgevolg op dat dit er niet toe heeft geleid dat de Staatssecretaris verbonden aan de minister van Financiën zijn standpunt heeft herzien. Hij heeft meermaals zijn intentie bevestigd om een vermindering op factuur toe te passe.

  1. Ja, absoluut. Tijdens de “Lente van het leefmilieu” zijn wij trouwens overeengekomen de fiscale maatregel op basis van tal van voorstellen aan te passen in het raam van de werkzaamheden van de ENOVER-cel. Wij wachten echter vol ongeduld op de nieuwe vergadering van de groep "vergroening van de fiscaliteit" onder leiding van Staatssecretaris Bernard Clerfayt.

Tenslotte zal het de taak zijn van deze ad hoc groep om een beslissing te nemen over deze buitengewone politieke kwestie. Over deze kwestie is immers geen politieke beslissing genomen in het raam van de lente van het leefmilieu maar zij werd uitvoerig besproken in de maatregelengroep steuninstrumenten en stimuli van de workshop Klimaat en Energie (zie resultaten op de website www.lentevanhetleefmilieu.be). Ik wens dit te benadrukken want, zoals recentelijk in herinnering gebracht door de Raad van State, is het de taak van de ENOVER-cel (Overleg Staat-gewesten) te waken over de degelijke aanpassing van deze overwegend gewestelijke maatregel.