SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2011-2012 Zitting 2011-2012
________________
16 janvier 2012 16 januari 2012
________________
Question écrite n° 5-5284 Schriftelijke vraag nr. 5-5284

de Sabine de Bethune (CD&V)

van Sabine de Bethune (CD&V)

à la vice-première ministre et ministre de l'Intérieur et de l'Égalité des Chances

aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen
________________
Institut pour l'égalité des femmes et des hommes (IEFH) - Coopération Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen - Samenwerking 
________________
égalité homme-femme
Institut pour l'égalité des femmes et des hommes
intégration des questions d'égalité entre les hommes et les femmes
gelijke behandeling van man en vrouw
Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen
gendermainstreaming
________ ________
16/1/2012 Verzending vraag
25/7/2012 Antwoord
16/1/2012 Verzending vraag
25/7/2012 Antwoord
________ ________
Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3450 Herindiening van : schriftelijke vraag 5-3450
________ ________
Question n° 5-5284 du 16 janvier 2012 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 5-5284 d.d. 16 januari 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

L'Institut pour l'égalité des femmes et des hommes (IEFH) fut créé par la loi du 16 décembre 2002. En vertu de l'article 4 de cette loi, l'Institut est notamment compétent pour :

1°faire, développer, soutenir et coordonner les études et recherches en matière de genre et d'égalité des femmes et des hommes et évaluer l'impact, en termes de genre, des politiques, programmes et mesures mis en œuvre ;

2° adresser des recommandations aux pouvoirs publics en vue de l'amélioration des lois et réglementations en application de l'article 3 ;

3° adresser des recommandations aux pouvoirs publics et aux personnes et institutions privées sur la base des résultats des études et des recherches visées au 1° ;

4° organiser le soutien aux associations actives en matière d'égalité des femmes et des hommes ou les projets ayant pour finalité la réalisation de l'égalité des femmes et des hommes;

5° aider, dans les limites de son objet, toute personne sollicitant une consultation sur l'étendue de ses droits et obligations. Cette aide permet à son/sa bénéficiaire d'obtenir des informations et des conseils sur les moyens de faire valoir ses droits;

Je souhaiterais obtenir une réponse aux questions suivantes :

1) L'IEFH a-t-il adressé une recommandation à votre département en 2010 ? Dans l'affirmative, laquelle et pourquoi ? Dans quelle mesure avez-vous tenu compte de ces recommandations dans votre politique ?

2) Combien de fois votre département a-t-il demandé conseil ou assistance à l'IEFH ? S'il ne l'a pas fait, pourquoi ?

 

Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM) werd opgericht door de wet van 16 december 2002. Volgens artikel 4 van deze wet is het Instituut onder meer bevoegd om:

1º de studies en onderzoeken betreffende gender en gelijkheid van vrouwen en mannen te verrichten, ontwikkelen, ondersteunen en coördineren, en de impact van de concrete beleidslijnen, programma's en maatregelen vanuit genderperspectief te evalueren;

2º aanbevelingen te richten tot de overheid ter verbetering van de wetten en reglementeringen, met toepassing van artikel 3;

3º aanbevelingen te richten tot de overheid, privé-personen of instellingen naar aanleiding van de resultaten van de onder 1º vermelde studies en onderzoeken;

4º ondersteuning en bijstand te organiseren aan de verenigingen die actief zijn op het vlak van gelijkheid van vrouwen en mannen, of voor projecten tot bevordering van gelijkheid van vrouwen en mannen;

5º binnen de perken van zijn doel, hulp te verlenen aan iedereen die om raad vraagt in verband met de omvang van zijn rechten en verplichtingen. Die hulp laat toe aan de betrokkene om inlichtingen en raadgevingen over de middelen die hij/zij kan aanwenden om zijn/haar rechten te doen gelden, te verkrijgen.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Heeft het IGVM in 2010 een aanbeveling gericht aan uw departement? Zo ja, welke en waarom? In hoeverre heeft u in uw beleid rekening gehouden met de aanbevelingen?

2) Hoe vaak heeft uw departement advies of bijstand gevraagd aan het IGVM? Zo niet, waarom niet?

 
Réponse reçue le 25 juillet 2012 : Antwoord ontvangen op 25 juli 2012 :

L’honorable membre trouvera ci-après la réponse à sa question. 

Les données ci-après ont uniquement trait aux directions et services qui relèvent de ma compétence, et non aux services relevant de la compétence de la secrétaire d’État à l’Asile et la Migration (M. De Block). 

1) L'Institut pour l’égalité des Femmes et des Hommes (IEFH) a-t-il adressé une recommandation à votre département en 2010 ? Dans l'affirmative, laquelle et pourquoi ? Dans quelle mesure avez-vous tenu compte de ces recommandations dans votre politique ? 

Mon administration entretient des contacts réguliers avec l’Institut pour l’Egalité des Femmes et des Hommes (IEFH). Si ce n’est pas spécialement sous forme de recommandations, les contacts se font par échanges d’informations et de conseils.  

En outre, une personne a été désignée responsable pour le « gender mainstreaming » au sein du Service d’encadrement P&O. Ainsi, chaque projet, chaque mesure, est conçu de façon à profiter tant aux femmes qu’aux hommes et à favoriser la progression de l’égalité entre les sexes.  

Que ce soit dans ses politiques externes ou internes, l’équilibre hommes-femmes est donc surveillé au sein de mon administration, ne nécessitant pas une implication particulière de l’IEFH. 

2) Combien de fois votre département a-t-il demandé conseil ou assistance à l'IEFH ? S'il ne l'a pas fait, pourquoi ?  

Mon administration n’a pas dû demander d’avis à l’IEFH en 2010.  

En 2011, le responsable « gender mainstreaming » a suivi une formation auprès de l’IEFH, ayant là l’occasion de discuter d’éventuels points spécifiques.

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op haar vraag. 

De volgende gegevens hebben enkel betrekking op de directies en diensten die onder mijn bevoegdheid vallen en niet op de diensten die onder de bevoegdheid vallen van de Staatssecretaris voor Asiel en Migratie (M. De Block). 

1) Heeft het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) in 2010 een aanbeveling gericht aan uw departement? Zo ja, welke en waarom? In hoeverre heeft u in uw beleid rekening gehouden met de aanbevelingen? 

Mijn administratie onderhoudt op regelmatige wijze contacten met het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM). Die contacten verlopen niet specifiek via aanbevelingen; ze verlopen door uitwisseling van informatie en adviezen.  

Bovendien werd bij de Stafdienst P&O een persoon aangewezen als verantwoordelijke voor de «gender mainstreaming». Aldus moet elk project en elke maatregel zodanig worden ontworpen dat ze zowel voor vrouwen als mannen tot voordeel zijn en dat ze de gelijkheid tussen de geslachten bevorderen. 

Zowel in ons intern als extern beleid wordt dus het evenwicht tussen mannen en vrouwen in het oog gehouden. Daarvoor is echter geen specifieke betrokkenheid van het IGVM vereist. 

2) Hoe vaak heeft uw departement advies of bijstand gevraagd aan het IGVM? Zo niet, waarom niet? 

In 2010 heeft mijn administratie geen advies moeten vragen aan het IGVM.  

In 2011 heeft de verantwoordelijke voor «gender mainstreaming» een opleiding gevolgd bij het IGVM, tijdens welke eventuele specifieke punten besproken konden worden.