SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2009-2010 Zitting 2009-2010
________________
8 avril 2010 8 april 2010
________________
Question écrite n° 4-7470 Schriftelijke vraag nr. 4-7470

de Yves Buysse (Vlaams Belang)

van Yves Buysse (Vlaams Belang)

au ministre de la Justice

aan de minister van Justitie
________________
Services de renseignements - Services de police - Autorités judiciaires - Échanges d'informations Inlichtingendiensten - Politiediensten - Gerechtelijke overheid - Uitwisseling van informatie 
________________
instruction judiciaire
Comités permanents de contrôle des services de police et de renseignements
Organe de coordination pour l'analyse de la menace
police
ministère public
échange d'information
gerechtelijk vooronderzoek
Vaste Comités van Toezicht op de politie- en inlichtingendiensten
Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse
politie
openbaar ministerie
uitwisseling van informatie
________ ________
8/4/2010 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 14/5/2010 )
6/5/2010 Einde zittingsperiode
8/4/2010 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 14/5/2010 )
6/5/2010 Einde zittingsperiode
________ ________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7471 Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-7471
________ ________
Question n° 4-7470 du 8 avril 2010 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 4-7470 d.d. 8 april 2010 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Il ressort de l’enquête du Comité permanent de contrôle des services de police (Comité P) et du Comité permanent de contrôle des services de renseignements (Comité R) concernant le fonctionnement de l'Organe de coordination et l'analyse de la menace, qu’il existe une différence de vision entre les services de renseignements et le parquet fédéral/services de police en ce qui concerne le niveau de précision ou de détail des informations échangées.

Les services de renseignements estiment qu’ils ne peuvent aiguiller leurs sources complètement et en toute connaissance de cause que s’ils disposent de toutes les informations judiciaires. Le procureur fédéral et la police fédérale voient les choses différemment. Ils estiment que, même si une information judiciaire est en cours, les informations contextualisées doivent permettre aux services de renseignements de fournir ce dont ils disposent ou de faire certains efforts de recherche proactive de renseignements. Un échange d’idées sur cette problématique, indépendamment du cas concret, entre les services de renseignements, les services de police et les autorités judiciaires semble donc indiqué ici, estiment les Comités P et R.

Le ministre a-t-il déjà organisé une telle concertation sur ce problème entre les services de renseignements, les services de police et les autorités judiciaires ? Quand celle-ci a-t-elle eu lieu ? Qui y a participé ? Quelles mesures concrètes visant à l'amélioration de l'échange d'informations en ont-elles résulté ?

 

Uit het onderzoek van het Vast Comité van toezicht op de politiediensten (Comité P) en het Vast Comité van toezicht op de inlichtingendiensten (Comité I) naar de werking van het Orgaan voor de Coördinatie van de Analyse van de Dreiging (OCAD), blijkt dat er tussen de inlichtingendiensten en het federaal parket en de politiediensten een verschil in visie bestaat over de mate van preciesheid van de uitgewisselde informatie.

De inlichtingendiensten zijn van oordeel dat zij slechts volledig en met kennis van zaken hun bronnen kunnen aansturen indien zij over alle gerechtelijke informatie beschikken. De federale procureur en de federale politie zien dit anders. Zij zijn van oordeel dat, hoewel er een strafrechtelijk vooronderzoek lopende is, in context geplaatste informatie aan de inlichtingendiensten moet toelaten om hetzij datgene aan te leveren waarover ze beschikken, hetzij pro-actief bepaalde inlichtingen inspanningen te leveren. Een gedachtewisseling rond deze problematiek tussen de inlichtingendiensten, de politiediensten en de gerechtelijke overheid lijkt hier volgens de comités P en I dan ook aangewezen.

Heeft de minister reeds dergelijk overleg tussen de inlichtingendiensten, de politiediensten en de gerechtelijke overheid over deze problematiek georganiseerd? Wanneer vond dit plaats? Wie nam daaraan deel? Welke concrete maatregelen voor de verbetering van de informatie-uitwisseling zijn daaruit voortgevloeid?