SÉNAT DE BELGIQUE BELGISCHE SENAAT
________________
Session 2009-2010 Zitting 2009-2010
________________
7 décembre 2009 7 december 2009
________________
Question écrite n° 4-5709 Schriftelijke vraag nr. 4-5709

de Paul Wille (Open Vld)

van Paul Wille (Open Vld)

au ministre de la Justice

aan de minister van Justitie
________________
Existence de tribunaux clandestins de la charia - Nombre - Démantèlement - Concertation Bestaan van verdoken sharia-rechtbanken - Aantallen - Ontmantelingen - Overleg 
________________
islam
intégrisme religieux
relation Église-État
musulman
sûreté de l'Etat
Organe de coordination pour l'analyse de la menace
droit musulman
islam
religieus conservatisme
verhouding kerk-staat
moslim
staatsveiligheid
Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse
islamitisch recht
________ ________
7/12/2009 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010 )
6/5/2010 Einde zittingsperiode
7/12/2009 Verzending vraag
(Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2010 )
6/5/2010 Einde zittingsperiode
________ ________
Herindiening van : schriftelijke vraag 4-4805 Herindiening van : schriftelijke vraag 4-4805
________ ________
Question n° 4-5709 du 7 décembre 2009 : (Question posée en néerlandais) Vraag nr. 4-5709 d.d. 7 december 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Un certain émoi règne aux Pays-Bas concernant l'existence de tribunaux clandestins de la charia, qui résolvent les différends sur la base de la loi islamique. Manifestement, le gouvernement a jugé l'affaire assez grave pour commander aux chercheurs de l'Université Radboud de Nimègue une étude sur l'impact, la portée morale et la pseudo-jurisprudence de ces tribunaux. L'étude porte aussi sur la justice islamique qui prononcerait des “condamnations” on-line. La Deuxième Chambre a déjà insisté pour que l'étude soit menée rapidement.

Ces tribunaux se prononceraient donc bet et bien sur des questions financières et familiales. Il est tout à fait évident qu'une telle justice parallèle et illégale ne porte pas seulement atteinte à la justice nationale en tant que fondement de l'État de droit démocratique, mais a également de lourdes conséquences sur l'intégration de certains Musulmans radicaux.

Le cadre étant ainsi brièvement esquissé, je voudrais poser les questions suivantes :

1. Le ministre a-t-il connaissance de l'existence de tels tribunaux de la Charia en Belgique ? Peut-il expliquer en détail comment, où et pourquoi ces tribunaux existent et travaillent ?

A-t-il une idée du type d'affaires jugées par ces tribunaux ?

Combien de tribunaux de la Charia ont-ils été détectés en Belgique en 2007, 2008 et 2009 ?

Combien de tels tribunaux de la Charia ont-ils été démantelés en Belgique par le biais de procédures judiciaires en 2007, 2008 et 2009 ?

Comment l'illégalité de tels tribunaux a-t-elle été établie ? De nouvelles lois s'imposent-elles ?

2. Quelle est sa position à l'égard de ces tribunaux ? S'est-il déjà concerté à ce sujet avec des instances musulmanes officielles ? Lesquelles ? Dans l'affirmative, quelle est la position de l'Exécutif musulman ? Peut-il responsabiliser l'Exécutif musulman concernant le caractère illégal de ces tribunaux ?

3. Quelle politique entend-il mener pour éliminer de tels tribunaux illégaux ? A-t-il expressément demandé aux services compétents de procéder à une enquête/d'entamer des poursuites ?

4. S'est-il concerté à ce sujet avec les responsables du parquet fédéral, l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace (OCAM) et la Sûreté de l'État ? Ce problème a-t-il été débattu au Comité ministériel du renseignement et de la sécurité ?

 

In Nederland is opschudding ontstaan rond het bestaan van verdoken sharia-rechtbanken. Het gaat daarbij om het oplossen van geschillen op basis van islamitische wetgeving. De regering vond de zaak blijkbaar ernstig genoeg om onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen op onderzoek uit te sturen om de impact, morele draagkracht en pseudo-jurisdictie van deze rechtbanken te checken. Het onderzoek richt zich ook op de sharia-rechtspraak die zelf online tot " veroordelingen " zou komen. De Tweede Kamer drong er reeds op aan om het onderzoek te versnellen.

Deze rechtbanken zouden dus wel degelijk uitspraken doen over financiële en familiale kwesties. Het is meer dan navenant dat een dergelijk parallelle, illegale rechtspraak niet alleen de nationale rechtspraak als fundament van de democratische rechtstaat aantast; maar ook zware gevolgen heeft voor de integratie van bepaalde extreme moslims.

Gezien het korte voorgaande kader, volgende vragen:

1. Heeft de geachte minister weet van dergelijke sharia-rechtbanken in België? Kan hij dit uitvoerig toelichten over hoe, waar en waarom deze rechtbanken bestaan en werken?

Heeft hij een idee over welke zaken deze rechtbanken oordelen?

Hoeveel dergelijke sharia-rechtbanken zijn opgemerkt in België in 2007, 2008 en voorlopig in 2009?

Hoeveel dergelijke sharia-rechtbanken zijn via gerechtelijke procedures ontmanteld in België in 2007, 2008 en voorlopig in 2009?

Hoe is de onwettigheid van dergelijke rechtbanken wettelijk vastgelegd? Dringen nieuwe wetten zich op?

2. Wat is zijn houding tegenover deze rechtbanken? Heeft hij met officiële moslim-instanties hieromtrent al overleg gepleegd? Met welke? Zo ja, wat is het standpunt van de Moslimexecutieve hierin? Kan hij de Moslimexecutieve hierin responsabiliseren om de illegaliteit van deze rechtbanken aan te kaarten?

3. Welk beleid heeft hij voor ogen om dergelijke illegale rechtbanken uit te schakelen? Heeft hij de uitdrukkelijke wens gecommuniceerd naar de bevoegde diensten om dit strafrechtelijk als onderzoeksmatig te onderzoeken / vervolgen?

4. Heeft hij hieromtrent overleg gepleegd met de hoofden van het federaal parket, het Orgaan voor de coördinatie en de analyse van de dreiging (OCAD) en de Veiligheid van de Staat? Is dit probleem besproken op het Ministerieel Comité voor de inlichting en de veiligheid?