BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2011-2012
________
13 juni 2012
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-6459

de Bert Anciaux (sp.a)

aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden
________
De bestrijding van geweld tegen NMBS-personeel
________
geweld
lichamelijk geweld
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
vervoerspersoneel
beveiliging en bewaking
________
13/6/2012Verzending vraag
26/6/2012Antwoord
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-2148
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-6459 d.d. 13 juni 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In 2011 noteerde men 476†gevallen van agressie tegen treinbegeleiders, meteen een stijging met 14% tegenover 2010. Een gevaarlijke trend zet zich koppig door, waarbij vooral fysiek geweld, slagen en verwondingen opvallen.

Toch kan men hier gewagen van een eigenaardige tegenstelling, bijna een paradox. Enerzijds stelt men al lang vast dat de problemen met reizigers toenemen. Anderzijds kiest de NMBS duidelijk voor het sluiten van stations, loketten enzovoorts en stimuleert reizigers om via automaten en via het internet met de NMBS te communiceren. Men mag en moet zich afvragen of daar niet de oorzaak voor de toenemende problemen ligt? Met andere woorden zorgt het beleidsmatig verminderen van personeel dat direct fysiek contact heeft en met de reizigers communiceert, niet voor meer frustratie bij de reizigers met agressie als logisch gevolg?

De NMBS reageert steevast op dergelijke vaststellingen met berichten over de inzet van meer veiligheidspersoneel en de versterking van de spoorwegpolitie. Zeker in de grotere stations dient zich opvallend meer veiligheidspersoneel aan. Ook die strategie geeft aanleiding tot kritische vragen. Zo weet iedereen dat afschrikking ook averechtse effecten sorteert en soms eerder agressie en onveiligheid opwekt dan bestrijdt. Securitymensen vallen echt wel op door hun outfit en hun meestal indrukwekkende gestalte, maar ook hun afwezigheid valt natuurlijk ook op.

In die context houden de aanbevelingen van onder andere de vakbonden om bijvoorbeeld de toegang tot de loketten meer systematisch te controleren - zoals dat decennia geleden gebeurde - en de treinbegeleiding bij voorkeur aan een duo toe te vertrouwen wel steek. Uiteraard past in zulke strategie het openhouden van de loketten ook in kleinere stations en op minder drukke uren.

Hoe apprecieert de minister de redenering dat het stijgende geweld wellicht efficiŽnter en met meer slagkracht kan worden tegengaan door meer "gewoon" treinpersoneel in te zetten dan door het gespecialiseerde veiligheidspersoneel uit te breiden?

Hoe evalueert de minister de voorstellen van onder andere de vakbonden om het groeiend geweld tegen treinpersoneel te counteren door bijvoorbeeld de toegang tot de perrons te controleren en door de treinbegeleiding, zeker op verbindingen die grote steden aandoen, minstens aan een duo toe te vertrouwen?

Beschikt de minister over vergelijkingen van de kosten voor steeds meer veiligheidspersoneel, enerzijds, met de kosten voor het behoud van loketten en voor meer treinpersoneel, anderzijds?

Deelt de minister mijn opvatting dat meer bewakingsfirma's inzetten om problemen en geweld op treinen en in stations te bestrijden blijkbaar slechts beperkte positieve effecten sorteert en misschien eerder bijdraagt tot een groeiend onveiligheidgevoel dan daadwerkelijk de problemen oplost?

Antwoord ontvangen op 26 juni 2012 :

De veiligheidsbeleving van mensen is een zeer complexe materie en kan zowel in positieve als negatieve zin door zeer uiteenlopende zaken beïnvloed worden. De aanwezigheid van menselijk toezicht is één van de vele factoren die de veiligheidsbeleving kunnen beïnvloeden.

Zowel uit de bevragingen die gedaan worden door de Corporate Security Service van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS)-Holding als uit wetenschappelijk onderzoek en literatuur blijkt dat menselijk toezicht op het gebied van de veiligheidsbeleving een zeer belangrijke rol speelt. Dit toezicht kan in vele vormen bestaan, van toezicht door geüniformeerde politie- en veiligheidsdiensten tot toezicht door de burgers zelf.

Verschillende evaluatieonderzoeken tonen aan dat de inzet van menselijk toezicht zeer belangrijk is en een positieve invloed heeft op het veiligheidsgevoel, voor zover uiteraard dat dit toezicht op een correcte manier wordt georganiseerd en uitgevoerd. Het verhogen van de zichtbaarheid van politie- bewakings- en of veiligheidsagenten heeft dus eerder een positief effect op het veiligheidsgevoel dan dat dit een verhoging van het onveiligheidsgevoel zou teweeg brengen.

Dit blijkt ook uit de resultaten van de enquêtes die de Corporate Security Service uitvoert in het kader van de lokale samenwerkingsverbanden (reeds gebeurd in een 20-tal stations). Op de vraag welke zaken kunnen verbeterd worden, antwoorden de respondenten telkens dat meer menselijk toezicht door politie en Securail gewenst is om het veiligheidsgevoel te verhogen.

Zoals eerder gesteld is de manier waarop het menselijk toezicht wordt georganiseerd bepalend voor de mate waarop de veiligheidsbeleving positief wordt beïnvloed. De Corporate Security Service van de NMBS-Holding die door het Beheerscontract 2008-2012 voor de ganse NMBS-Groep werd aangewezen als de verantwoordelijke organisatie voor de problematiek van de sociale veiligheid op het spoorwegdomein, en waaronder de veiligheidsdienst Securail ressorteert, stelt alles in het werk om dit menselijk toezicht op een correcte manier te organiseren. Eén van de voorwaarden hier is dat het toezicht gericht moet zijn. Om die reden loopt er momenteel een project dat tot doel heeft de werking van de organisatie op de verschillende niveaus te optimaliseren door informatiegestuurd te werken.

Bovendien streeft de Corporate Security Service naar een integrale en geïntegreerde aanpak van de problematiek van de sociale veiligheid op het spoorwegdomein. Naast het menselijk toezicht door de veiligheidsagenten Securail neemt deze dienst tal van initiatieven en maatregelen in alle schakels van de veiligheidsketen, met alle betrokken interne en externe partners, om zowel de objectieve als de subjectieve veiligheid op het spoorwegdomein te verhogen.

Eén van deze initiatieven zijn de samenwerkingsverbanden die afgesloten worden tussen de NMBS-Holding en de betrokken lokale partners rond de veiligheid en leefbaarheid van stations en stationsomgevingen. Momenteel gaat dit over 169 stations met 89 steden en gemeenten, 60 politiezones en negentien gerechtelijke arrondissementen. Op die manier trachten we de betrokkenheid en de aandacht van alle mogelijke partners, ook de burgers, voor het station en de stationsomgeving te vergroten. Dezelfde wetenschappelijke studies tonen immers aan dat menselijk toezicht vele vormen heeft en dat dit, mits op een correcte manier georganiseerd, een positieve invloed heeft op de veiligheidsbeleving.

De opstelling van een “tweede bediende treinbegeleiding” in een trein wordt door de NMBS vandaag gehanteerd op volgende basis:

  • Volgens de noden van “exploitatieveiligheid”, dit wil zeggen lange samenstellingen, trajecten waar de perrons in een bocht gelegen zijn

  • Op basis van de grote bezetting van de treinen en van sommige (lokale) evenementen (festivals, concerten..), waarbij de betrokken Cel Treinbegeleiding over de eventuele opstelling oordeelt.

  • Op basis van noodzakelijke, voorziene verplaatsingen van het treinpersoneel om bepaalde treinen (veelal P-treinen van en naar Brussel) te bedienen.

In gevallen waar er problemen zijn met de openbare veiligheid wordt deze informatie aan de veiligheidsdiensten voor de NMBS-groep doorgegeven. Securail onderneemt in deze gevallen gepaste actie.

Voor gevallen waar de controle van de vervoerbewijzen niet door het voorziene treinbegeleidingspersoneel kan gebeuren, worden de Ticket Control Teams gericht ingezet. De NMBS meent dat het opstellen van een tweede treinbegeleider op zich het stijgend geweld tegen het treinpersoneel echter niet zal counteren.