BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2011-2012
________
28 februari 2012
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-5697

de Bert Anciaux (sp.a)

aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden
________
Het beleid van de waarnemend algemeen directeur ad interim van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel
________
museum
schone kunsten
________
28/2/2012Verzending vraag
26/3/2012Antwoord
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-1975
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-5697 d.d. 28 februari 2012 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Sinds 1 augustus 2010 werkt de algemeen directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van Belgi (KMSK), als algemeen directeur ad interim van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG). Tot op heden combineert hij beide functies. In zijn interim-functie bij de KMKG heeft hij verschillende beleidsdaden gesteld die cruciaal zijn voor de toekomstige koers van deze musea. Zo stopte hij onmiddellijk na zijn aantreden, vlak vr de uitvoeringsfase, het dossier van de zalen Belgische art nouveau en art deco. Kort daarop liet hij het repertorium Keramiek sluiten, hoewel dat nog maar een jaar was geopend. Het leegmaken van laatstgenoemd circuit duurde bijna een jaar. De algemeen directeur ad interim lanceert ook sluitingsplannen voor de Hallepoort (open sinds juni 2008), de site in Laken met het Chinees paviljoen, de Japanse Toren en het Japans Museum dat in 2006 opende, het Muziekinstrumentenmuseum (MIM) (opening juni 2000) en de schatkamer van de Maaslandse Kunst (open sinds 1999). Het stopzetten van de zalen Belgische Decoratieve Kunsten van de 20ste eeuw kadert in het plan van een nieuw idee, namelijk een art-nouveaumuseum in het Old England-gebouw (aangekondigd in de pers, met name in La Libre Belgique op 23 november 2011 en Le Soir op 4 februari 2012). De art-nouveaucollectie van de KMKG moet daarvan het hoofdbestanddeel vormen. Deze voorbeelden illustreren de zeer beslissende beleidsdaden voor de toekomst van de algemeen directeur ad interim.

Kan de minister mij informeren over de exacte bevoegdheden van een interim-functie in het algemeen? Bestaat er daarvan een omschrijving met juridische grondslag? Zo neen, hoe wordt een interim-functie in het algemeen ingevuld? Wat is de precieze taakomschrijving van de huidige algemeen directeur ad interim van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis? Is een directeur ad interim gemachtigd om dergelijke ingrijpende beslissingen te nemen? Lijkt het niet een normale gang van zaken dat een ad interim zich met lopende zaken en het dagelijkse beheer van de instelling bezighoudt om de definitieve directeur en de bevoegde minister niet de mogelijkheid te ontnemen een beleid te kunnen uitstippelen?

Antwoord ontvangen op 26 maart 2012 :

Het geachte lid gelieve hierna het antwoord op zijn vraag te vinden.

In artikel 9 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen staat dat een ambtenaar die met een hoger ambt is belast, alle aan dat ambt verbonden prerogatieven uitoefent. Hetzelde geldt voor de uitoefening van interimfuncties, waarvoor een specifieke regeling geldt in het systeem van de mandaatfuncties.

Met de benoeming op 1 augustus 2010 van de huidige algemeen directeur van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB) tot algemeen directeur ad interim van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG), heeft mijn voorgangster hem willen belasten met het dagelijkse beheer van de instelling en ook waarschijnlijk met de (nodige) te verrichten hervormingen voor het Jubelpark. De daaruit voortvloeiende onduidelijkheid lijkt eerder gelinkt aan de lange periode van lopende zaken.

De federale wetenschappelijke instellingen (FWI) zijn staatsdiensten met afzonderlijk beheer, de beslissingen van de algemeen directeur ad interim lijken mij tot op heden zijn prerogatieven niet te buiten te gaan. Hij heeft een visie uitgewerkt voor de twee musea die hij leidt, welke grondig wordt geanalyseerd zowel bij de Programmatorische Overheidsdienst (POD) Wetenschapsbeleid als in mijn kabinet.

Voor wat de aan de algemeen directeur ad interim toegeschreven wanorde betreft, is het nuttig een aantal punten nader toe te lichten:

  • Vóór de opening van de zaal met keramische voorwerpen zijn er geen verbeteringswerken geweest. Tot de sluiting ervan werd besloten voor het circuit XVIIIe-XXe eeuw dat het parcours van de in de XIe eeuw startende circuit van de decoratieve kunsten afsluit.

  • Er is nooit sprake geweest van de sluiting van het Hallepoortmuseum en de musea van het Verre Oosten (Japanse Toren, Chinees Paviljoen en Japans museum), integendeel.

    De algemeen directeur ad interim heeft de verantwoordelijke van het Hallepoortmuseum gelast de inhoud ervan beter te definiëren om de zichtbaarheid ervan de versterken, in partnerschap met de stad Brussel en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

    In dezelfde gedachtegang is hij ook van plan, in overeenstemming met de conservatrice en het departementshoofd, de musea van het Verre Oosten aantrekkelijker te maken door er tentoonstellingen te organiseren, zoals die jaar de tentoonstelling over Utumaro.

  • De verhuizing van het Muziekinstrumentenmuseum (MIM) naar een andere plaats (het “Dexia Art Center” bijvoorbeeld) behoort tot een alomvattend project voor een nieuwe opstelling van de federale collecties.