BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2011-2012
________
23 december 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-4402

de Yves Buysse (Vlaams Belang)

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen
________
Sociale inspectie - Inspecteurs - Sensibilisering - Vorming
________
mensenhandel
arbeidsinspectie
valsheid in geschrifte
beroepsopleiding
________
23/12/2011 Verzending vraag
24/1/2012 Antwoord
________
Herindiening van : schriftelijke vraag 5-2963
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-4402 d.d. 23 december 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In de werkgroep "Mensenhandel" van de commissie Binnenlandse Zaken werden in de eerste maanden van 2010 hoorzittingen gehouden, onder meer met vertegenwoordigers van de sociale inspectie.

En van de sprekers wees op de nood aan verdere en continue sensibilisering van de inspecteurs en niet alleen van de gespecialiseerde inspecteurs van de cellen Mensenhandel en Risicosectoren (MERI).

Een andere spreker van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) had er immers op gewezen dat de diensten van de arrondissementscellen, die niet bevoegd zijn (voor het opsporen van gevallen van mensenhandel) "de reflex (zouden moeten) hebben om onmiddellijk informatie door te geven aan de verbindingsmagistraat of, als ze hem niet kunnen bereiken, aan de arbeidsauditeur ; in laatste instantie moeten zij zich wenden tot een politiedienst. De informatie twee dagen later doorgeven heeft geen zin meer want heel vaak zullen de werknemers al verdwenen zijn".

Ook vorming rond valse verblijfs- en identiteitsdocumenten bleek een noodzaak.

1) Op welke manier werd die continue sensibilisering van inspecteurs bewerkstelligd en verbeterd?

2) Hoeveel meldingen vanuit diensten die niet direct bevoegd zijn voor het opsporen van gevallen van mensenhandel, waren er in de voorbije twee jaar naar verbindingsmagistraten, arbeidsauditeurs of politiediensten? Vanuit welke arrondissementscellen kwamen die meldingen? Hoe vaak leidde die melding tot een vaststelling van mensenhandel?

3) Erkent de geachte minister de noodzaak van (bijkomende) vorming rond valse verblijfs- en identiteitsdocumenten in de voorbije twee jaar? Werden in 2010 en 2011 dergelijke vormingssessies georganiseerd?

Antwoord ontvangen op 24 januari 2012 :

Ik vestig er vooreerst uw aandacht op dat de inspecteurs van de MERI-cellen tot de sociale inspectie van de Federale Overheidsdienst (FOD) Sociale Zekerheid behoren.

De Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) daarentegen is een orgaan dat oorspronkelijk krachtens de programmawet (I) van 27 december 2006 werd opgericht, en dat geïntegreerd werd in het Sociaal Strafwetboek, dat op 1 juli 2011 van kracht werd.

Voor het overige sluit mijn antwoord aan op het antwoord dat mijn collega mevrouw Joëlle Milquet u met betrekking tot dit onderwerp al heeft gegeven.

1.Een continue sensibilisering van inspecteurs voor dergelijke onderwerpen gebeurt vooral in het kader van de arrondissementscellen. Per gerechtelijk arrondissement bestaat er een cel van alle inspectiediensten (inclusief politie, fiscale en gewestelijke inspectiediensten) die onder leiding van de arbeidsauditeur staat. Deze cel vergadert maandelijks, waarbij informatie wordt uitgewisseld over concrete dossiers met een bijzondere impact. Een nationale SIOD-coördinator volgt deze arrondissementscellen.

2.Er zijn geen statistische gegevens voorhanden over het aantal meldingen dat verbindingsmagistraten, arbeidsauditeurs of politiediensten ontvangen. Naast de hierboven vermelde arrondissementscellen organiseert men met de arbeidsauditeur, de verbindingsmagistraat, de gespecialiseerde politiediensten, de sociale inspectie en de inspectie Toezicht sociale wetten ook regelmatig vergaderingen rond mensenhandel.

3.De behoefte aan een permanente opleiding is voor sociale inspecteurs meer dan nodig. Zij moeten immers niet alleen kennis hebben van alle (wijzigingen in de) sociale en arbeidswetgeving, maar zij moeten ook op de hoogte blijven van de wijzigingen in andere wetten (bijvoorbeeld : strafwetboek, vennootschapswetgeving, Europese richtlijnen en rechtspraak, enz.).

Wat hun opleiding in 2010 en 2011 betreft, kregen opleidingen in het kader van het Sociaal Strafwetboek en het e-PV (elektronisch proces-verbaal) voorrang.