BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2010-2011
________
26 mei 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-2388

de Alexander De Croo (Open Vld)

aan de minister van Justitie
________
Cel voor financiŽle informatieverwerking (CFI) - Binnenlandse corruptiedossiers - Aantallen
________
Cel voor financiŽle informatieverwerking
corruptie
economisch delict
witwassen van geld
________
26/5/2011 Verzending vraag
29/6/2011 Antwoord
________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 5-2387
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-2388 d.d. 26 mei 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Cel financiŽle informatieverwerking (hierna CFI genoemd) geeft in haar jaarverslag 2010 aan dat het aantal dossiers doorgemeld in 2010 in verband met corruptie stijgt in vergelijking met 2009, alsook de bedragen van deze dossiers. Uit de toelichting en de cijfers blijkt niet of en zo ja, om hoeveel binnenlandse corruptiedossiers het gaat.

Graag had ik een antwoord gekregen op de volgende vragen:

1) Kan de geachte minister aangeven in hoeveel dossiers die door de CFI werden doorgelicht er sprake is van Belgische corruptiedossiers waarbij de gecorrumpeerde persoon of instantie een Belgische persoon of instantie is? Graag kreeg ik deze cijfers voor de jaren 2008, 2009 en 2010. Kunnen deze cijfers worden toegelicht? Meent hij dat er voldoende aandacht uitgaat van de CFI naar deze dossiers, rekening houdende met de minder goede ranking van ons land (score van 7,1 op 10 in 2010) wat betreft corruptie door Transparency International? Kan hij tevens de bedragen toelichten?

2) Meent hij, in het licht van deze cijfers, dat de strijd tegen corruptie moet worden opgedreven? Kan hij dit concreet toelichten wat betreft de concrete maatregelen die hij voor ogen heeft? Zo neen, kan hij dit eveneens motiveren?

Antwoord ontvangen op 29 juni 2011 :
  1. In 2008, 2009 en 2010 meldde de Cel voor financiële informatieverwerking (CFI) respectievelijk 10, 4 en 9 dossiers door aan de gerechtelijke overheden omwille van ernstige aanwijzingen van witwassen van geld voortkomend uit corruptie.

    Zeven van deze dossiers (respectievelijk 2, 2 en 3) betreffen corruptiezaken waarbij personen of openbare instanties in België betrokken zijn. De witgewassen bedragen in deze dossiers lopen op tot 2 453 719 euro.

    In deze dossiers is sprake van witwassen van geld voortkomend uit vermoedelijke corruptie bij het toekennen van overheidsopdrachten in de bouwsector, omkoping door openbare ambtenaren (financiën, justitie,…) zowel op federaal als op lokaal niveau alsook corruptiezaken met vervalste voetbalwedstrijden.

    De wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme voerde een preventief stelsel in om verdachte financiële verrichtingen in verband met witwassen of financiering van terrorisme op te sporen. De meldingsplichtige personen en instellingen die verdachte financiële verrichtingen vaststellen of op de hoogte zijn van feiten die verband kunnen houden met witwassen of financiering van terrorisme moeten de CFI hiervan op de hoogte stellen.

    De wet verleent de CFI een aantal bevoegdheden om deze verdachte financiële verrichtingen of feiten te ontleden. In geval van ernstige aanwijzingen van witwassen voortkomend uit een van de ernstige misdrijven vermeld in de wet (waaronder corruptie) wordt het dossier automatisch doorgemeld aan de gerechtelijke overheden.

    De CFI beschikt momenteel over voldoende middelen om deze dossiers te ontleden en door te melden.

  2. Het voorbije decennium zijn er op internationaal vlak verschillende initiatieven ontplooid om corruptie een halt toe te roepen. In 2003 werd het Verenigde Naties (VN)-verdrag tegen corruptie (‘United Nations Convention against Corruption’ – UNCAC) aangenomen, waarmee een international rechtsinstrument tegen corruptie in het leven geroepen werd.

    De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) nam eveneens verschillende maatregelen om te vermijden dat corruptie een rem vormt op de economische ontwikkeling, met de oprichting van een werkgroep voor corruptiebestrijding en het opstellen van een “verdrag tegen omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale handelstransacties”. België volgt dit standpunt.

    Meest in het oog springende publicatie is mogelijk de corruptie-index van “Transparency International” (TI). “Transparency International” is een wereldwijde en politiek onafhankelijke organisatie die zich zowel op nationaal als op internationaal vlak inzet voor de bestrijding van corruptie. TI publiceert jaarlijks een index die een beeld geeft van het niveau van corruptie in de onderzochte landen, de “Corruption Perceptions Index” (CPI).

    Op de CPI van 2010, die op 26 oktober werd gepubliceerd , scoorde België 7,1 op 10, waarbij een hogere score staat voor een lagere graad van corruptie. Ons land kwam daarmee op de 22ste plaats van de 178 onderzochte landen, op gelijke hoogte met de Verenigde Staten van Amerika (V.S.A)., na buurlanden Nederland (8,8) en Duitsland (7,9) maar voor Frankrijk (6,8).

    Deze cijfers geven aan dat het gepercipieerde niveau van corruptie in België overeenkomt met het Europees gemiddelde. Specifiek voor België signaleert TI de straffeloosheid door verjaring in grote fraudezaken als corruptiebevorderend probleem.

    De aanpak van het verschijnsel bij de bestrijding van financiële criminaliteit en witwassen is een van de Belgische krachtlijnen. België past de aanbevelingen toe van de “Financial Action Task Force” (FATF), opgericht in 1989.

    In oktober 2010 heeft de FATF een rapport voorgesteld waarin dieper wordt ingegaan op de manier waarop deze aanbevelingen de strijd tegen corruptie in de verschillende landen kunnen ondersteunen.

    De Egmont Groep, een internationaal netwerk van “Financial Intelligence Units” (FIU’s) voorgezeten door België (CFI), onderzoekt trends in de relatie tussen witwassen en corruptie en stelde richtlijnen op voor de aangesloten FIU’s in de behandeling van meldingen van verdachte verrichtingen uitgevoerd door “Politically Exposed Persons” of politiek prominente personen.

    De GRECO - “Group of States against Corruption” van de Raad van Europa is ook actief op Europees vlak in de strijd tegen corruptie. De GRECO werd in 1999 opgericht door de Raad van Europa om toe te zien op de naleving van anticorruptieregels door de lidstaten.

    De GRECO streeft ernaar dat hun leden corruptie beter kunnen bestrijden door na te gaan of de anticorruptieregels van de Raad van Europa worden nageleefd aan de hand van een doortastend proces van wederzijdse evaluaties en groepsdruk. Hierdoor kunnen gebreken in het nationale anticorruptiebeleid worden aangepakt en worden de nodige wetgevende, institutionele en praktische hervormingen aangespoord. GRECO is ook een forum om beste praktijken uit te wisselen over de voorkoming en opsporing van corruptie.

    GRECO evalueert sinds 2000 op regelmatige basis in welke mate de Europese landen vatbaar zijn voor bepaalde deelaspecten van corruptie. België werd geëvalueerd in 2000, 2004 en 2008. De evaluatie van 2004 had het verband tussen corruptie, witwassen en georganiseerde misdaad als één van de thema’s.

    De Belgische preventieve stelsel ter bestrijding van het witwassen van geld werd eveneens gewijzigd om witwassen uit corruptie in hoofde van politiek prominente personen tegen te gaan.

    De wet van 18 januari 2010 voert artikel 12§3 in bij de wet van 11 januari 1993 (de “antiwitwaswet”) dat specifiek ingaat op het verhoogde risico op witwassen door politiek prominente personen.

    Corruptie verstoort de marktwerking en kan een zware hypotheek vestigen op de economische groei van ontwikkelingslanden. Zowel op internationaal als op Belgisch vlak is er een uitgebreid wettelijk kader dat initiatieven tegen corruptie ondersteunt.

    Recente evaluaties van ons land geven aan dat problemen in de efficiëntie van de corruptiebestrijding zich eerder situeren in de gerechtelijke vervolging van het fenomeen dan in de detectie ervan.

    Het dient te worden benadrukt dat corruptie, net als andere vormen van financiële misdaad, voor de gerechtelijke overheden evenwel moeilijker te onderzoeken en te bewijzen is, zeker wanneer buitenlandse betrokkenen de opbrengst van hun illegale activiteiten in het buitenland in België komen witwassen.