BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2010-2011
________
16 mei 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-2332

de Yves Buysse (Vlaams Belang)

aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie
________
Dringende medische hulp - Paramedische Teams (PIT) - Inzet - Evaluatie
________
eerste hulp
geneeskundige noodhulp
ziekentransport
________
16/5/2011 Verzending vraag
4/7/2011 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-2332 d.d. 16 mei 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Tot 2008 konden de hulpcentra voor medische hulp ofwel een ziekenwagen (met tweeambulanciers) ofwel een Mobiele Urgentie Groep (MUG-team, bestaande uit een verpleger en een spoedarts) ofwel een combinatie van de twee uitsturen bij een oproep.

Toen in 2008 werd proef gedraaid met de paramedische team (PIT)-ziekenwagens (waarbij ambulances werden uitgestuurd bemand door een ambulancier en een spoedverpleger) bestond er bij nogal wat betrokkenen een terughoudendheid of zelfs aversie. Sommige spoedartsen vreesden voor vermindering van kwalitatieve dienstverlening en voor het verlies van ervaring bij de spoedartsen. Sommige brandweerofficieren wezen er dan weer op dat hun ambulancewerk voor een belangrijk stuk zou verminderen met een demotivatie van het personeel tot gevolg.

Volksgezondheid hield evenwel voet bij stuk en voerde het systeem na het experiment landelijk in.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Hoeveel PIT-ziekenwagens zijn er momenteel operationeel? Graag kreeg ik een opsplitsing per provincie?

2) Hoe wordt de inzet van de PIT-teams ondertussen geŽvalueerd?

3) Is het de bedoeling het aantal nog verder uit te bouwen?

Antwoord ontvangen op 4 juli 2011 :

1.- Antwerpen:

- Heilige Familie, s’ Herenbaan 172, 2840 Rumst (1);

- H. Hartziekenhuis Mol, Gasthuisstraat 1, 2400 Mol (2).

- Vlaams Brabant: Gasthuisberg, Herestraat 49, 3000 Leuven (3)

- Limburg : St Jan Ziekenhuis, Schiepse Bos 6, 3600 Genk (4)

- Oost-Vlaanderen

- AZ Lokeren, Lepelstraat 2, 9160 Lokeren (5);

- St Vincentius Ziekenhuis, Schutterijstraat 34, 9800 Deinze (6).

- West-Vlaanderen

- Waals Brabant: /

- Henegouwen:

- Hôpital St-Joseph (Gilly), Rue de la Duchère, 6 à 6060 Gilly (7);

- RHMS (Baudour), Rue Louis Cathy, 136 à 7331 Baudour (8).

- Luik:

- Renard, Rue André Renard 1, 4040 Herstal (9);

- Clinique Malmédy, Rue devant les religieuses 2, 4960 Malmédy (10).

- Luxemburg: CH Luxembourg (Virton), Rue des Déportés, 6700 Arlon (11)

- Namen: CHR Namur, Avenue Albert Ier 185, 5000 Namur (12)

- Brussels Hoofdstedelijk Gewest:

- Iris-Zuid (Elsene), Baron Lambertstraat, 38 , 1040 Brussel (14);

- UZ Brussel, Laarbekelaan 101 , 1090 Brussel (13).

2. Een eerste groep van vijf Paramedische Teams (PIT)-projecten werd in 2006-2007 opgezet en op een gedetailleerde manier geëvalueerd. De diversificatie tussen de projecten had zowel betrekking op het geografisch aspect en de bevolkingsdichtheid, als op de toegang tot de middelen toegewezen aan de Dringende Geneeskundige Hulpverlening. Deze eerste generatie van PIT-projecten werd in 2007-2008 aangevuld met vijf nieuwe projecten. Na afloop van twee werkingsjaren besluit een rapport, dat op 7 oktober 2008 werd goedgekeurd door het Nationaal PIT-Comité:

« De gegevens over de specifieke PIT-opdrachten tonen aan dat de PIT-teams een werkelijke toegevoegde waarde aanbrengen in vergelijking tot de interventie van een gewone ambulance. Het is moeilijk deze toegevoegde waarde aan te tonen in termen van de analyse van de situatie van de patiënten en de uitvaardiging van aangepaste staande orders om deze te verhelpen, maar we kunnen vaststellen dat het PIT verschillende handelingen uitvoert die:

- eenvoudig niet uitgevoerd zouden worden in het kader van een inschakeling van een ambulance. Het gaat hier, bijvoorbeeld, over het toedienen van intraveneuze injecties om pijn te behandelen of ook de zorg voor de luchtwegen;

- of zouden vereisen dat de ambulance beroep doet op een Mobiele Urgentie Groep (MUG), met als gevolg een langere wachttijd voor de patiënt, de hogere werklast voor en de onbeschikbaarheid van het MUG-team.

Hierbij tonen de gegevens ook nog belangrijke verschillen aan in de praktijk, de opvatting van het beroep en de rol van het PIT-team, tussen de verschillende PIT’s en tussen de gemeenschappen onderling met betrekking tot de behandeling van patiënten. Wij stellen ons vragen bij deze praktische verschillen en zij vereisen dat actie ondernomen wordt voor de komende PIT-projecten. »

Op basis van die conclusies, wenste het Nationaal Comité dit project voort te zetten. Er werden eind 2009 zes nieuwe PIT’s geselecteerd op basis van een projectoproep. Twee projecten hebben hun activiteiten stopgezet, zodat er nu veertien PIT-projecten zijn die een toelage moeten krijgen.

Tegelijkertijd legt het besluit inzake de toekenning van een toelage van 60 000 euro voor « de organisatie van een interventiedienst op het vlak van de Dringende Geneeskundige Hulpverlening van het type ambulance met een verpleegkundige gespecialiseerd in de intensieve zorg en spoedgevallenzorg aan boord » de voorwaarden voor het toekennen van deze toelage vast en somt in zijn artikel 3 een reeks opdrachten op waarbij het ziekenhuis zich ertoe verbindt deze middelen ter beschikking te stellen. Ditzelfde besluit preciseert dat er over de activiteiten een maandelijks rapport moet worden opgesteld dat moet worden besproken in het interne stuurcomité en moet worden bezorgd aan de Federale Overheidsdienst (FOD)Volksgezondheid.

3. Er bestaan mogelijkheden voor de verdere uitbouw van dit middel dat zijn meerwaarde heeft bewezen. Deze verdere uitbreiding moet echter kaderen binnen een realistische en gecoördineerde planning van de middelen.