BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2013-2014
________
15 oktober 2013
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-10095

de Paul Magnette (PS)

aan de minister van FinanciŽn, belast met Ambtenarenzaken
________
Gift aan een erkende instelling Ė Belastingvermindering - Stand van zaken - Evolutie
________
belastingaftrek
officiŽle statistiek
gift
inkomstenbelasting
________
15/10/2013Verzending vraag
30/4/2014Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-10095 d.d. 15 oktober 2013 : (Vraag gesteld in het Frans)

De wet houdende fiscale en financiŽle bepalingen van 13 december 2012 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 20 december 2012) verving de belastingaftrek voor giften aan een erkende instelling door een belastingvermindering.

Met dat doel voor ogen voert de voornoemde wet een nieuw artikel 145/33 in het Wetboek van Inkomstenbelastingen (WIB 1992) in.

Graag kreeg ik voor elk van de verschillende categorieŽn van instellingen die recht geven op de belastingvermindering bedoeld in artikel 145/33 van het WIB (of voorheen van de belastingaftrek bedoeld in artikel 104 van het WIB), de volgende informatie.

1) Hoeveel instellingen geven recht op een belastingvermindering? Kan de minister de volledige lijst van die instellingen geven?

2) Welke bedragen werden jaar per jaar tijdens de voorbij twee decennia door die instellingen ontvangen?

Wat is, voor elk van de categorieŽn bedoeld in het WIB:

3) het gemiddelde bedrag van de gift;

4) wat is de verhouding van het aantal giften tussen 40 en 50 euro, tussen 50 en 75 euro, tussen 75 en 100 euro, tussen 100 en 200 euro, tussen 200 en 500 euro, tussen 500 en 1000 euro en van meer dan 1000 euro?

5) het gemiddelde bedrag van de giften aan de instellingen bedoeld in artikel 145/33 door belastingplichtigen?

6) Kunnen er, op basis van de beschikbare gegevens voor het belastingjaar 2013, wijzigingen worden opgemerkt in het gedrag van de belastingplichtigen die te wijten zijn aan de wetswijziging van 13 december 2012?

Antwoord ontvangen op 30 april 2014 :

Het verzamelen van de gevraagde gegevens overstijgt ruimschoots de hiertoe inzetbare middelen van de administratie en dit om reden dat het hier gaat om zeer gedetailleerde gegevens die een periode van twintig jaar omvatten.

Een antwoord kan dus in dit stadium niet voorzien worden.