BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2009-2010
________
7 december 2009
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-5999

de Alain Destexhe (MR)

aan de minister van Binnenlandse Zaken
________
Politie - Brussel - Problematische wijken - Ordehandhaving - Moeilijkheden - Interventieadvies - Toegepast beleid - Andere problematische stedelijke gebieden in België
________
Hoofdstedelijk Gewest Brussels
gemeentepolitie
openbare veiligheid
achterstandsbuurt
politiecontrole
criminaliteit
________
7/12/2009 Verzending vraag
26/1/2010 Antwoord
________
Herindiening van : schriftelijke vraag 4-4434
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-5999 d.d. 7 december 2009 : (Vraag gesteld in het Frans)

Volgens La Dernière Heure van 3 september 2009 zouden sommige zones van de hoofdstad steeds minder worden gecontroleerd. In sommige wijken zouden de relschoppers zich thuis voelen en de politieagenten zouden de instructie krijgen vooral geen opschudding te veroorzaken. Een politieagent vertelde ons dat ze nu niet meer “vuile flik” horen wanneer ze passeren, maar altijd hetzelfde woord : “hinderlaag”! Die eenvoudige kreet heeft dramatische gevolgen voor de patrouilles, die in een oogwenk omsingeld zijn en het doelwit vormen van stenen, keien of betonblokken. “Ze spannen valstrikken.” Om te vermijden dat het geweld escaleert, luidt het ordewoord : “Geen provocatie zoeken”. Een controle zou nu dus als een provocatie kunnen worden beschouwd en elk moment uit de hand kunnen lopen. “Men geeft er dus de voorkeur aan ons er weg te houden”.

Hoe geloofwaardig zijn de uitspraken van die politieagent? Kunt u mij zeggen of de instructies waar de getuige het over heeft effectief aan de politieagenten worden gegeven?

Kunt u me zeggen welke wijken niet meer onder controle zijn en me uitleggen welk beleid er wordt gevoerd om de situatie het hoofd te bieden in die zones waar relschoppers, zelfs criminelen, zich veilig voelen?

Zijn er elders in het land nog stedelijke gebieden die door de politie moeilijk kunnen worden gecontroleerd? Zo ja, welke?

Antwoord ontvangen op 26 januari 2010 :

Ik verwijs u naar mijn omstandige antwoord op de vele vragen tijdens de zitting van de commissie Binnenlandse Zaken op de Kamer van 30 september laatstleden.

Ik heb op vrijdag 2 oktober laatstleden, twee weken na de belangrijke onlusten te Molenbeek, tijdens een ontmoeting met de burgemeesters van de vier Brusselse politiezones, daarenboven gepleit voor een grotere samenwerking, in geval van hoogdringendheid, tussen de zes politiezones van Brussel-Hoofdstad.

In het kader van mijn prerogatieven heb ik hen bevestigd dat een nieuwe reserve van 50 politiemensen zal worden inplaatsgesteld te Brussel. Op korte termijn betekent dit het ter beschikking stellen van 20 bijkomende agenten, elke nacht, week-end inbegrepen, alsook een bijkomende sproeiwagen. Ondertussen werd dit reeds gerealiseerd.

Tot slot verzet ik mij ten stelligste tegen de bevestiging dat er in Brussel 'no go- zones' zouden bestaan in het Brussels Gewest of in andere steden van het Koninkrijk.

Ik onderstreep de inspanningen van alle lokale overheden om de rechtsstaat te vrijwaren, en ik ben bereid om hen te ondersteunen, zoals ik dit heb gedaan voor Brussel.

Ik verzet mij ook tegen allen die dit valse idee van 'no go-zones' verspreiden. Het gaat hier, wat mij betreft, over een zuiver demagogische attitude, die slechts kan leiden tot het versterken van asociaal, zelfs crimineel gedrag van sommigen, enkelingen, zoals zij die aan de basis lagen van de laatste incidenten.