BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2008-2009
________
25 september 2009
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-4564

de Bart Tommelein (Open Vld)

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn en Institutionele Hervormingen
________
Freelancejournalisten - Onderscheid tussen beroepsinkomsten en auteursrechten - Belastingen - Sociale lasten - Gevolgen - Wet van 16 juli 2008 tot instelling van een forfaitaire belastingregeling inzake auteursrechten en naburige rechten - Interpretatie
________
beroep in de communicatiesector
zelfstandig beroep
auteursrecht
arbeidsbezoldiging
belasting van natuurlijke personen
________
25/9/2009Verzending vraag
25/11/2009Dossier gesloten
________
Heringediend als : schriftelijke vraag 4-5185
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-4564 d.d. 25 september 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Een wet van 16 juli 2008 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 juli 2008) bepaalt dat auteursrechten en naburige rechten forfaitair zullen worden belast. Dat wil zeggen dat de auteursrechten niet meer worden samengevoegd met de beroepsinkomsten (waardoor in het verleden vaak 50 % ervan naar de belastingen ging), maar apart worden belast.

Bij freelancejournalisten heerst er onduidelijkheid over welk deel van hun inkomsten nu al dan niet als beroepsinkomsten moeten worden gecatalogeerd, dan wel als auteursrechten. Verschillende uitgevers gaan er van uit dat het totale bedrag als auteursrechten moet worden beschouwd.

Als de interpretatie van de uitgevers mag worden gevolgd, dan zou een freelancer op een bruto-inkomst van 44 000 euro slechts 5 042,62 euro belastingen moeten betalen, die de uitgevers aan de bron zouden afhouden (dus direct van het gefactureerde honorarium), waardoor de journalist die 44 000 euro zelfs niet eens meer moet melden op zijn belastingaangifte. Er wordt gevreesd dat dergelijke interpretatie niet leidt tot een " bevrijdende voorheffing " dan wel een " voorlopige invrijheidsstelling ". Dat wil zeggen: het inkomen uit prestaties van de freelancer zal dan alsnog als beroepsinkomen worden beschouwd en hij of zij zal dan een flink stuk achterstallige belastingen moeten betalen. Dezelfde onduidelijkheid geldt overigens ook voor de kwartaalbijdragen aan het sociaal verzekeringsfonds (voor de freelancers in hoofdberoep): die bijdragen worden berekend op het beroepsinkomen. Maar als alles als auteursrechten wordt beschouwd, is er geen beroepsinkomen meer. Dus worden de kwartaalbijdragen dan gereduceerd tot het minimum, met alle gevolgen van dien voor de sociale zekerheid (denk maar aan pensioenopbouw).

Kan de geachte minister duidelijkheid verschaffen over de correcte interpretatie van de wet?