BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2008-2009
________
10 augustus 2009
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-4016

de Yves Buysse (Vlaams Belang)

aan de minister van Justitie
________
Onrustwekkende verdwijningen - Ontsnappingen - Opsporing - Gebruik van snelle communicatiemiddelen - GSM - MMS
________
dood
strafgevangenis
gedetineerde
politie
mobiele telefoon
informatieverspreiding
misdaadbestrijding
mobiele communicatie
________
10/8/2009 Verzending vraag
12/10/2009 Antwoord
________
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 4-4017
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-4016 d.d. 10 augustus 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Bij onrustwekkende verdwijningen of ontsnappingen verspreiden de bevoegde overheidsdiensten via diverse kanalen de nodige informatie over de identiteit van de gezochte of verdwenen personen.

Zo wordt het internet hier intens voor gebruikt. Probleem is evenwel dat de info pas geconsulteerd wordt wanneer de geďnteresseerde voor zijn of haar desktop of laptop zit.

Heel wat particulieren beschikken echter ook over een gsm-toestel waarop email kan gelezen worden en waarop via MMS foto's kunnen ontvangen worden.

Een mogelijkheid zou dan ook kunnen zijn dat naar particulieren die zich via een officiële webstek laten registeren, bij ontsnappingen, zware misdaden, bedreigingen van de volksgezondheid, onrustwekkende verdwijningen, … onmiddellijk een foto kan verstuurd worden van de gezochte personen, de vluchtwagen, …

Wetende dat het gsm-toestel voor vele gebruikers bijna altijd binnen handbereik is, zou deze toepassing ervoor kunnen zorgen dat binnen zeer korte tijd veel extra mensen op de hoogte zijn van wie gezocht wordt, waardoor de pakkans ongetwijfeld verhoogd wordt.

Problemen met de privacywetgeving zouden er niet onmiddellijk mogen zijn aangezien de vermelde info meestal toch op de politiewebstekken staat of rechtstreeks aan de media worden gecommuniceerd.

Hoe staat de minister tegenover deze mogelijke nieuwe vorm van communiceren met het publiek?

Is de minister bereid om - in overleg met de politiediensten en met zijn collega - na te gaan in hoeverre dit voorstel praktisch, financieel en juridisch uitvoerbaar is?

Antwoord ontvangen op 12 oktober 2009 :

1. Communicatietechnologieën zijn constant in evolutie en geven elke dag nieuwe mogelijkheden om informatie snel te laten rondgaan.

Het is waar dat een snelle reactie – in de vorm van een quasi-onmiddellijke overdracht van informatie – bij onrustwekkende verdwijningen, ontsnappingen, etc. toelaat de kansen te verhogen op een oplossing van de zaak.

Niettemin is het van belang een evenwicht tussen de verschillende aanwezige belangen te vinden. Inderdaad, in dit geval, moet de handhaving van de openbare orde afgewogen worden tegenover het eerbiedigen van het fundamentele recht op naleving van het privé-leven.

In dit verband is de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens “van toepassing op elke geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, alsmede op elke niet-geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen”.(Artikel 3, §1).

Artikel 5 van dezelfde wet somt een reeks alternatieve voorwaarden op die toelaten de wettigheid van een verwerking van persoonsgegevens te garanderen.

Krachtens artikel 5 a, kan het verkrijgen van de onbetwijfelbare toestemming van de betrokkene een verwerking rechtvaardigen.

In de veronderstelling die door het geachte lid wordt beoogd, gaat het over de zending van berichten op GSM's van particulieren die zich eerst op een officiële website hebben geregistreerd.

Voor zover de betrokkene zelf zich opzettelijk registreert, kunnen wij afleiden dat er een toestemming is.

In haar advies nr 07/2003 van 27 februari 2003, beschouwt de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levensfeer over het algemeen dat, “rekening houdend met het bijzonder indringend karakter van het versturen van elektronische berichten op de terminals (telefoon of computer) van de betrokkene, (…) het versturen van elektronische berichten enkel kan gebeuren mits de betrokkene zijn voorafgaande toestemming aan de verwerking van zijn persoonsgegevens heeft gegeven“.

Uiteindelijk zal volgens het artikel 9, §1 van de wet van 8 december 1992, de verantwoordelijke voor de verwerking, op het moment van het verzamelen van de gegevens, de betrokkene moeten verwittigen van de rechten waarover hij beschikt en van de doelgerichtheid van de overwogen verwerking.

Hij zal bovendien aan de betrokkene zijn naam en zijn adres moeten leveren opdat hij gemakkelijk zijn rechten kan uitoefenen.

2. Het systeem bestaat al grotendeels. Alle opsporingsberichten die op verzoek van de gerechtelijke overheden naar de bevolking worden verspreid in ons land, worden onmiddellijk en integraal op de website van de Federale politie (www.politie.bewww.police.be ) geplaatst. Iedereen kan zich hierop gratis abonneren.

Alle abonnees ontvangen deze opsporingsberichten automatisch in hun persoonlijke mailbox.

Abonnees die beschikken over GSM-toestellen waarop e-mail kan gelezen worden, kunnen de berichten in realtime lezen. Dit hangt echter af van het toestel van de individuele abonnee en de functies waarover hij kan beschikken.

Er zijn op dit ogenblik ongeveer 4 000 abonnees geregistreerd bij het webteam van de Federale politie die de opsporingsberichten ontvangen.

Deze abonnees hebben zich spontaan ingeschreven om alle gerechtelijke opsporingsberichten te ontvangen. Ze kunnen zich ook weer kosteloos uitschrijven.

De uitbreiding van de verzending naar gewone GSM-toestellen in het kader van het bestaande systeem kan eventueel worden onderzocht.