BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2008-2009
________
11 maart 2009
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-3138

de Martine Taelman (Open Vld)

aan de minister van Justitie
________
Druggebruikers - Gent - Projecten
________
drugverslaving
verdovend middel
sociaal beleid
sociale bijstand
________
11/3/2009 Verzending vraag
29/5/2009 Antwoord
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 4-762
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 4-3138 d.d. 11 maart 2009 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In Gent zijn twee initiatieven genomen die tot doel hebben druggebruikers de kans te bieden om hun problemen aan te pakken en een efficiŽntere aanpak ervan te garanderen. Indien ze aan bepaalde voorwaarden voldoen en met een behandeling instemmen, kunnen ze respectievelijk genieten van een strafvermindering of van een buitenvervolgingstelling.

Het betreft enerzijds het project Proefzorg dat van start ging in augustus 2005 en anderzijds het samenwerkingsprotocol voor een pilootproject "Drugbegeleidingskamer" dat ook in Gent ondertekend werd door de voormalige minister van Justitie, de vereniging zonder winstgevend doel (VZW) POPOV GGZ, de procureur des Konings Gent en de stafhouder van de balie van Gent. Dit pilootproject startte op 1 mei 2008 en werd voorzien voor een periode van twee jaar met een tussentijdse evaluatie na ťťn jaar.

De voormalige minister van Justitie dacht eraan om het project Proefzorg uit te breiden naar andere arrondissementen: Oudenaarde, Kortrijk, Dendermonde, Brugge, Ieper en Veurne.

Het begrip "proefzorgmanager" werd geÔntroduceerd. Deze heeft als taak te bemiddelen tussen de hulpverleners en de druggebruiker. Voor de optimalisering van de werking van het pilootproject is er tevens nood aan justitiŽle case managers. Door alle actoren wordt het project als succesvol ervaren.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Hoe is het gesteld met de implementatie van case managers in de gerechtelijke arrondissementen, sinds het begrip werd geÔntroduceerd door art. 40bis, 8į, van het koninklijk besluit van 22 januari 1998 houdende de regeling van sommige psychotropische stoffen ? Ik verwijs graag naar mijn schriftelijke vraag nr. 4-683.

2. Zijn er al concrete acties ondernomen tot uitbreiding van het project Proefzorg naar andere arrondissementen, gelet op de hoge mate van succes van het project in Gent ? Zo ja, welke en hoe ziet de geachte minister de concrete uitwerking ervan ?

3. Het pilootproject "Drugbegeleidingskamer" wordt in het huidige systeem gekaderd binnen de praetoriaanse probatie via kantschriften aan de politie, hoe verantwoordt hij deze keuze ?

Antwoord ontvangen op 29 mei 2009 :

Het pilootproject “Proefzorg” is in augustus 2005 opgestart binnen het gerechtelijk arrondissement Gent. Een samenwerkingsprotocol “Pilootproject Proefzorg” werd daartoe op 15 juli 2005 afgesloten tussen de minister van Justitie, het Netwerk Zorgcircuit Middelenmisbruik Oost-Vlaanderen en de procureur des Konings te Gent. Het doel van dit project is om delinquenten op het niveau van de opsporing en vervolging door de parketmagistraat snel door te verwijzen naar de hulpverlening met tussenkomst van een proefzorgmanager. Het is gericht op delinquenten die de feiten bekennen en bij wie aan de grondslag van de feiten een verslavingsproblematiek of ziekte ligt. Proefzorg situeert zich momenteel binnen de praetoriaanse probatie wat niet wettelijk is geregeld.

De figuur van de proefzorgmanager zorgt voor een brug tussen justitie en hulpverlening. Enerzijds staat hij de magistraten bij voor een doorverwijzing naar de hulpverlening, anderzijds is hij een centraal justitieel aanspreekpunt voor de hulpverlening. De brugfunctie van de proefzorgmanager wordt bij de hulpverlening aangevuld met twee meldpunten die instaan voor een doorverwijzing naar de verschillende hulpverleningsinstanties. Op die manier kunnen de doorverwijzingen van de middelengebruikers efficiënt en vlot verlopen. Deze instanties zorgen voor betere wederzijdse kennis en doorverwijzing. Op deze wijze geeft Proefzorg in feite invulling aan de “casemanager justitie” en de “casemanager volksgezondheid”. Deze nieuwe actoren werden geïntroduceerd door wetswijzigingen van 2003, maar werden nooit officieel ingesteld.

De evaluatie van dit pilootproject door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid en de Universiteit Gent in 2007 kwam tot de bevinding dat Proefzorg een meerwaarde genereert ten aanzien van andere alternatieve maatregelen. Gezien deze positieve resultaten heeft de minister van Justitie aan de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid de opdracht gegeven om beleidsvoorstellen te formuleren voor een wettelijke en veralgemeende implementatie van het pilootproject in de Belgische strafprocedure en de justitiële organisatie. Beleidsvoorstellen zijn gevraagd omtrent: een wettelijke basis voor Proefzorg, het statuut en de bevoegdheden van de proefzorgmanager, en de financieringsmodaliteiten.

Een eerste tussentijds rapport is afgerond eind 2008, het schuift een aantal opties naar voren omtrent een wettelijke basis voor Proefzorg. Het tweede luik dat betrekking heeft op het statuut en de bevoegdheden van de proefzorgmanager wordt momenteel onderzocht. De resultaten van het tweede en derde luik (in verband met de financieringsmodaliteiten) zullen ten laatste eind april aan de minister van Justitie worden gerapporteerd.

Het pilootproject “drugsbehandelingskamer” in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent situeert zich in een latere fase, namelijk op de terechtzitting en kadert dus niet in de praetoriaanse probatie op het niveau van het parket. Het samenwerkingsprotocol werd gesloten op 27 maart 2008, met ingang op 1 mei 2008 voor de duur van twee jaar. Het betreft een experiment op basis van afspraken die zijn gemaakt tussen de betrokken actoren. Ook dit project zal door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid worden geëvalueerd met het oog op een eventuele verdere implementatie.

Het pilootproject “drugsbehandelingskamer” beoogt de dader voorwaarden te doen naleven in de schoot van de zetel. Het is bedoeld voor daders die reeds meerdere kansen van justitie hebben gekregen, voor verdachten waarbij proefzorg of bemiddeling is mislukt en voor verslaafden die ernstige drugsgerelateerde criminaliteit pleegden. De beklaagde wordt reeds op de inleidingszitting doorverwezen naar de hulpverlening via de “liaison hulpverlening” die helpt bij het uitstippelen van het traject dat gedurende zes tot tien maanden moet worden gevolgd. De beklaagde dient de eerste maand om de twee weken te verschijnen, later minstens één maal per maand. Naast de loutere drugproblematiek wordt getracht om ook de andere probleemgebieden van de beklaagde aan te pakken. Tijdens de eindzitting evalueert de rechter het door de beklaagde doorlopen traject, op basis waarvan de rechter dan een beslissing neemt.