5-1068/4

5-1068/4

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

18 DECEMBER 2012


Voorstel van resolutie betreffende de bescherming van het woud in de Democratische Republiek Congo


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW MATZ


I. INLEIDING

De commissie heeft dit voorstel van resolutie besproken tijdens haar vergaderingen van 5 juni, 11 en 18 december 2012.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING VAN MEVROUW ZRIHEN, INDIENSTER VAN HET VOORSTEL VAN RESOLUTIE

Dit voorstel van resolutie herinnert aan de essentiële rol van de wouden in de DRC voor de economie, de samenleving, het klimaat, de cultuur en de bescherming van de biodiversiteit.

Een nieuw bilateraal Indicatief Samenwerkingsprogramma (ISP) voor de periode 2010-2013 werd opgesteld in het kader van de werkzaamheden van de gemengde ontwikkelingscommissie tussen België en de DRC, die op 14 en 15 december 2009 in Brussel is samengekomen. Het jaarbudget voor de periode 2010-2013 werd opgetrokken tot vijfenzeventig miljoen euro per jaar. Sinds 2010 spitst het programma zich toe op drie sectoren : landbouw, plattelandsontwikkeling en technisch en beroepsonderwijs.

Hoewel het ISP met de DRC voor de periode 2010-2013 een transversaal thema heeft behouden met als titel « duurzaam milieubeheer », dat grotendeels de woudkwestie betreft, is het thema « wouden », dat vroeger wel afzonderlijk was opgenomen, verdwenen. Bovendien is slechts één bladzijde van de drieëndertig van het ISP aan dit probleem gewijd.

In het ISP bepaalt het hoofdstuk over duurzaam milieubeheer het volgende : « la coopération belgocongolaise veillera pro-activement à ce que la mise en œuvre du PIC soit respectueuse de l'environnement et n'hypothèque pas l'intégrité du patrimoine forestier. Cette coopération veillera notamment à prévenir ou à réduire un éventuel impact environnemental négatif deses programmes de désenclavement ».

Helaas tonen verschillende verslagen en vele getuigenissen aan dat deze verklaringen niet in de praktijk worden omgezet. Aangezien het ISP sterk de nadruk legt op het « uitvoeren van concrete projecten », zou het behoud van het Congolese woud een doelstelling op korte, middellange en langetermijn kunnen zijn.

De resolutie vraagt de regering :

— via rechtstreekse en onrechtstreekse bilaterale samenwerking, de nationale en lokale Congolese overheden te steunen in de tenuitvoerlegging en de naleving van de Code forestier en de uitvoeringsteksten ervan, die een degelijk bosbeheer nastreven, met aandacht voor zowel de noden van de bevolking als het milieu en de biodiversiteit, en deze overheden te steunen in hun internationale verbintenissen omtrent bosbeheer, klimaat en biodiversiteit;

— erop toe te zien dat de ontwikkelingshulp ten goede komt aan projecten die bijdragen tot het behoud van het Congolese woud en niet aan initiatieven die leiden tot een onrechtmatige vernietiging ervan;

— steun te verlenen aan elk Congolees voornemen om de beschermde gebieden op zijn grondgebied uit te breiden;

— in nauwe samenwerking met de autochtone bevolking en de plaatselijke gemeenschappen, waarvan de autonomie aldus wordt versterkt, een duurzaam beheer van het woud te stimuleren, gebaseerd op een model van bosexploitatie dat rekening houdt met wettelijke normen, in het bijzonder de sociale bepalingen die opgenomen zijn in de bestekken;

— de verbintenissen inzake bescherming van het woud die zijn aangegaan in het Indicatief Samenwerkingsprogramma 2010-2013 (8.4) te herbevestigen op het vlak van preventie (identificatie en analyse van de rechtstreekse en onrechtstreekse impact), van het verminderen van de milieueffecten, van planning en follow-up;

— in het Indicatief Samenwerkingsprogramma opnieuw een specifiek hoofdstuk over het woud op te nemen;

— het stoppen van de plundering van het Congolese woud als een prioriteit te beschouwen in zowel de bilaterale als de multilaterale samenwerking, maar ook in het Europese FLEGT-mechanisme (Forest Law Enforcement, Governance and Trade) dat illegale houtinvoer aan banden legt;

— de kwestie van de bescherming van het woud op te nemen in de volgende wet betreffende de Belgische internationale samenwerking.

Ten slotte verwijst mevrouw Zrihen naar haar resolutie betreffende land grab in ontwikkelingslanden, die op 5 mei 2011 door de Senaat werd aangenomen (stuk Senaat, nr. 5-337) en die verwijst naar het « FPIC »-beginsel, dat opgenomen is in de grondwet van de DRC. Dit beginsel voorziet voor elke beslissing in lokaal en geïntegreerd overleg met de plaatselijke bevolking. Dit unieke systeem betekent dat er onvermijdelijk drie partners bij de discussie betrokken moeten worden, met name het maatschappelijk middenveld, de regering en een eventuele operator.

III. BESPREKING VAN DE AMENDEMENTEN

A. Considerans

Punt Bbis (nieuw)

Mevrouw Zrihen dient amendement nr. 5 in, dat een punt Bbis (nieuw) wil invoegen, luidende : « erop wijzend dat het begrip free, prior and informed consent, opgenomen in Verdrag C169 van de IAO betreffende inlandse en autochtone volkeren, betekent dat autochtone volkeren die te maken krijgen met projecten en programma's, deelnemen aan de besluitvorming door goed geïnformeerd hun vrije en voorafgaande instemming te verlenen (FPIC) in alle uitvoeringsfases van programma's voor ontwikkeling en beheer van natuurlijke hulpbronnen. »

Mevrouw Zrihen legt uit dat dit amendement handelt over het FPIC-beginsel betreffende de vrije, voorafgaande en geïnformeerde instemming van autochtone volkeren.

Amendement nr. 5 wordt aangenomen door de 9 aanwezige leden.

B. Dispositief

Punt 1

Mevrouw Matz dient amendement nr. 1 in, dat punt 1 wil vervangen als volgt : « samen te werken met de Congolese regering om de Congolese primaire wouden te vrijwaren en te beschermen en erop toe te zien dat de Congolese Code forestier en de door de Democratische Republiek Congo aangegane internationale verbintenissen inzake de bescherming van de biodiversiteit en de wouden worden nageleefd ».

Mevrouw Matz legt uit dat amendement nr. 1 de Congolese regering verantwoordelijk wil stellen voor wat er op haar grondgebied gebeurt. De term « overheden » in de oorspronkelijke versie van punt 1 van het dispositief van het voorstel van resolutie was te vaag.

Mevrouw Arena meent dat amendement nr. 1 van mevrouw Matz te restrictief is, en bijgevolg niet altijd doeltreffend. De overheden worden beperkt tot de Congolese regering, terwijl zij zouden moeten worden uitgebreid tot alle actoren, waaronder de NGO's, de bedrijven en de vertegenwoordigers van de bevolking. Zij dient dan ook amendement nr. 7 in, dat in punt 1 de woorden « Congolese overheden » wil vervangen door de woorden « Congolese overheden en actoren ».

Mevrouw Matz meent dat het in de eerste plaats de Congolese regering is die op de naleving van de Code moet toezien.

Volgens mevrouw Arena moet ook rekening gehouden worden met de tenuitvoerlegging van de Code. Daarin spelen de actoren een belangrijke rol. Het is belangrijk om nu de actoren van het maatschappelijk middenveld te steunen in hun toezicht op de naleving van de Code via verslaggeving over wat er ter plaatse gebeurt.

De vertegenwoordigster van de minister van Ontwikkelingssamenwerking verklaart dat men het belang van technische ondersteuning niet mag ontkennen. België kan zorgen voor de participatie en bewustmaking van alle actoren. Dat kan het nationale beleid inzake bosbouw versterken zodat het beantwoordt aan de technische vereisten van de FLEGT. Het is mogelijk om een gepast woordgebruik te vinden, in de wetenschap dat de DRC een soeverein land is dat ook zijn wetgeving en internationale verbintenissen moet nakomen.

Amendement nr. 7 wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Amendement nr. 1 wordt door de indienster ingetrokken.

Punt 1bis (nieuw)

Mevrouw Zrihen dient amendement nr. 6 in, dat ertoe strekt een nieuw punt 1bis in te voegen, luidende : « om de regering van de DRC op te roepen om het begrip « free, prior and informed consent »van autochtone volkeren, opgenomen in Verdrag C169 van de IAO, zo goed mogelijk toe te passen en haar daarbij te steunen; ».

Amendement nr. 6 wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Punt 3

Mevrouw Matz dient amendement nr. 2 in, dat punt 3 wil aanvullen als volgt : « waarbij een duurzame ontwikkeling van de DRC wordt gewaarborgd die rekening houdt met de behoeften van de bevolking en aandacht heeft voor het milieu ».

Mevrouw Matz legt uit dat men moet aantonen dat de bescherming van de wouden de ontwikkeling van de lokale bevolking niet in de weg staat.

Amendement nr. 2 wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Punt 6

Mevrouw Matz dient amendement nr. 3 in, dat in punt 6 de woorden « In het Indicatief Samenwerkingsprogramma » wil vervangen door de woorden « Te overwegen om in het Indicatief Samenwerkingsprogramma ».

Mevrouw Matz merkt op dat over het ISP samen met de Congolese regering wordt beslist. Het is belangrijk om de Belgische regering aan te moedigen een hoofdstuk over de wouden in het ISP op te nemen, maar daarover moet met het partnerland worden overlegd.

Amendement nr. 3 wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Punt 8

Mevrouw Matz dient amendement nr. 4 in, dat punt 8 van het dispositief wil doen vervallen.

Mevrouw Matz legt uit dat het om een actualisering gaat. Het wetsontwerp betreffende de Belgische ontwikkelingssamenwerking heeft als transversaal thema « de bescherming van het leefmilieu en van de natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van (...) ontbossing ».

De vertegenwoordigster van de minister van Ontwikkelingssamenwerking verwijst naar het wetsontwerp betreffende de Belgische ontwikkelingssamenwerking op 11 december 2012 aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers (stuk Kamer, nr. 53-2465). Hierin wordt klimaatverandering als een transversaal thema opgenomen binnen de interventies van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Er werden verschillende bilaterale en multilaterale samenwerkingsverbanden in het leven geroepen. De Forest Law Enforcement, Governance and Trade (FLEGT) is bijvoorbeeld het best uitgewerkt beleidsinstrument om de illegale houtkap tegen te gaan om zo onder meer een duurzaam bosbeheer na te streven. Sedert 2009 betaalt ons land via gedelegeerde samenwerking een expert voor de versterking van de capaciteit met het oog op het afsluiten van een vrijwillig partnerschapsakkoord tussen de EU en RDC, als hout-exporterend land. Deze partnerschapsakkoorden vergen parallelle samenwerking inzake capaciteitsopbouw en financiering. De onderhandelingen slepen wel lang aan maar zo'n multilaterale benadering is toch te verkiezen. Daarnaast zijn er ook verschillende actoren, zoals WWF, actief op het vlak van bosbeheer en bescherming.

De olie-exploratie vormt een echte bedreiging voor de biodiversiteit en voor de strijd tegen de klimaatverandering. Dit debat moet ook op internationaal niveau gevoerd worden onder meer omdat de EU over de geschikte beleidsinstrumenten beschikt om uitvoering te geven aan het beleid voor het behoud van de bossen en de ecosystemen.

In uitvoering van de aangegane engagementen in Parijs en Busan voor het bevorderen van doeltreffende ontwikkelingshulp, is het belangrijk dat de hulp afgestemd wordt op het beleid, de procedures en beheersystemen van de partnerlanden en op het versterken van hun eigenaarschap. Met het oog op betere voorspelbaarheid van middelen, zal ons land zijn hulp concentreren op twee of drie sectoren per land. Binnen de sector van de landbouw, kan er een koppeling gemaakt worden met bosbeheer en de strijd tegen ontbossing veroorzaakt door illegale houtkap

Amendement nr. 4 wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

IV. STEMMINGEN

Het geamendeerde voorstel van resolutie in zijn geheel wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Vanessa MATZ. Karl VANLOUWE.

Tekst aangenomen door de commissie (zie stuk Senaat, nr. 5-1068/5 — 2012/2013).