4-927/1

4-927/1

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

26 SEPTEMBER 2008


Voorstel van resolutie betreffende de toestand in GeorgiŽ

(Ingediend door mevrouw Margriet Hermans c.s.)


TOELICHTING


Met dit voorstel van resolutie wenst de Senaat de politieke toestand in GeorgiŽ onder de aandacht te brengen.

Margriet HERMANS
Sabine de BETHUNE
Paul WILLE
FranÁois ROELANTS du VIVIER.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. Onder verwijzing naar de goedgekeurde resoluties van het Europees Parlement, met name de resoluties van 26 oktober 2006, 29 november 2007, 5 juni 2008 en 2 september 2008;

B. Gezien de noodzaak tot versterking van het Europees nabuurschapsbeleid;

C. Gelet de noodzaak voor een effectiever EU-beleid voor de zuidelijke Kaukasus en een regionale beleidsaanpak voor het Zwarte-Zeegebied;

D. Gezien het actieplan dat in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid met GeorgiŽ is overeengekomen en een samenwerkingsverplichting bevat met het oog op de oplossing van de interne conflicten in GeorgiŽ;

E. Gezien het Gemeenschappelijk Optreden 2008/450/GBVB van de Raad Van Europa van 16 juni 2008 inzake de bijdrage van de Europese Unie aan de oplossing van het conflict in GeorgiŽ/Zuid- OssetiŽ, en andere eerdere gemeenschappelijk optredens van de Raad in dezelfde kwestie;

F. Onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties vanwege het Europees parlement over de betrekkingen tussen de EU en Rusland, met name de resolutie over de Top EU-Rusland van 19 juni 2008;

G. Gezien de conclusies van de vergadering van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 13 augustus 2008 over de situatie in GeorgiŽ;

H. Gezien de conclusies van de buitengewone bijeenkomst van de Europese Raad van 1 september 2008 te Brussel;

I. Gezien de resoluties 1781 (2007) en 1808 (2008) van de VN-Veiligheidsraad, waarin de territoriale integriteit van GeorgiŽ wordt ondersteund en het mandaat van de VN-waarnemingsmissie in GeorgiŽ (UNOMIG) tot 15 oktober wordt verlengd;

J. Gezien besluit nr. 861 van de Permanente Raad van de OVSE over de verhoging van het aantal militaire officieren in de OVSE-missie in GeorgiŽ;

K. Gezien de verklaring van de NAVO-top in Boekarest op 3 april 2008 en de resultaten van de bijeenkomst van de NAVO-Raad op 19 juli 2008;

L. Overwegende dat de EU zich zal blijven inzetten voor de onafhankelijkheid, de soevereiniteit en de territoriale integriteit van GeorgiŽ binnen zijn internationaal erkende grenzen;

M. Onderkennend dat een goede dialoog met Rusland noodzakelijk is waarbij het de bedoeling is langdurige economische en politieke relaties aan te houden;

N. Overwegende dat de uitreiking van Russische paspoorten aan burgers in Zuid-OssetiŽ en steun aan de afscheidingsbeweging, samen met het toegenomen militaire optreden door de separatisten tegen dorpen met een Georgische bevolking, en in combinatie met grootschalige Russische militaire manoeuvres dichtbij de Georgische grens, de spanning in Zuid-OssetiŽ verder hebben doen toenemen;

O. Overwegende dat, na diverse weken van toenemende spanning en schermutselingen tussen de verschillende partijen en provocaties van de zijde van de Zuid-Ossetische separatistische krachten, met bomaanvallen, gevechten, vuurwisselingen en schietpartijen, het Georgische leger in de nacht van 7 op 8 augustus 2008 bij verrassing een artillerieaanval opende op Tskhinvali, gevolgd door een grondoperatie waarbij zowel tanks als soldaten werden ingezet, met als doel de controle over Zuid-OssetiŽ te herstellen;

P. Overwegende dat Rusland na de langdurige opbouw van militaire capaciteit onmiddellijk met een grootschalige tegenaanval heeft gereageerd, tanks en grondtroepen heeft gestuurd, diverse locaties in GeorgiŽ, waaronder de stad Gori, heeft gebombardeerd en Georgische havens aan de Zwarte Zee heeft geblokkeerd;

Q. Overwegende dat zo'n 158 000 mensen als gevolg van de crisis hun huizen hebben moeten ontvluchten en nu moeten worden gesteund in hun pogingen naar huis terug te keren en overwegende dat die terugkeer onveilig wordt gemaakt door de aanwezigheid van clustermunitie, ongeŽxplodeerde munitie en landmijnen;

R. Overwegende dat de Georgische infrastructuur zwaar beschadigd is en er humanitaire hulp nodig is;

S. Overwegende dat uit documentatie van internationale mensenrechtenonderzoekers en militaire analisten blijkt dat de Russische troepen in GeorgiŽ clustermunitie hebben gebruikt en dat er nog duizenden ongeŽxplodeerde submunities in de conflictgebieden liggen en overwegende dat ook GeorgiŽ heeft toegegeven clusterbommen te hebben gebruikt in Zuid-OssetiŽ, in de nabijheid van de Roki-tunnel;

T. Overwegende dat de presidenten van GeorgiŽ en Rusland op 12 augustus 2008 na de bemiddelingsinspanningen van de EU tot een akkoord zijn gekomen dat voorziet in een onmiddellijk staakt-het-vuren, terugtrekking van Georgische en Russische troepen naar hun posities van vůůr 7 augustus 2008, en de opening van internationale besprekingen over een snel te treffen internationale regeling ter voorbereiding van een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict;

U. Overwegende dat de NAVO op 19 augustus 2008 de regelmatige contacten op topniveau met Rusland heeft opgeschort, zeggende dat het militaire optreden van Rusland ę onevenredig Ľ was en ę onverenigbaar met zijn rol als vredeshandhaver in delen van GeorgiŽ Ľ en dat ę de gewone gang van zaken Ľ niet kon doorgaan zolang er Russische troepen in GeorgiŽ blijven;

V. Overwegende dat Rusland op 22 augustus 2008 tanks, artillerie en honderden soldaten vanuit de meest vooruitgeschoven posities in GeorgiŽ heeft teruggetrokken, maar nog altijd de toegang tot de ten zuiden van AbchaziŽ gelegen havenstad Poti controleert, en de Russische regering aankondigde dat zij troepen in een bufferzone rond Zuid-OssetiŽ zou houden en acht controleposten zou instellen waar Russische troepen zullen worden ingezet;

W. Overwegende dat het Russische Hogerhuis op 25 augustus 2008 een resolutie heeft aangenomen waarin de president wordt verzocht de onafhankelijkheid van de afvallige Georgische regio's AbchaziŽ en Zuid-OssetiŽ te erkennen, en dat de Russische president Medvedev de twee regio's vervolgens op 26 augustus 2008 officieel tot onafhankelijke Staten heeft verklaard;

X. Overwegende dat de oplossing van dit conflict vergaande gevolgen voor de regionale stabiliteit en veiligheid zal hebben die de rechtstreekse relatie tussen alle conflictpartijen duidelijk overstijgen, met mogelijke consequenties voor de relatie EU-Rusland, het Europees nabuurschapsbeleid, de Zwarte-Zeeregio en daarbuiten;

Y. Overwegende dat de Europese Unie in haar reactie op de crisis in GeorgiŽ haar politieke eensgezindheid volledig moet bewaren en met ťťn stem moet spreken, met name in de betrekkingen met Rusland; overwegende dat het proces dat tot een vreedzame en stabiele oplossing van de conflicten in GeorgiŽ en de Kaukasus moet leiden, een algehele herziening van het Europees nabuurschapsbeleid en een nieuwe betrokkenheid met de gehele regio vergt, in samenwerking met alle Europese en mondiale organisaties, met name de OVSE alsook de Raad van Europa;

Z. Overwegende dat de Georgische regering de diplomatieke betrekkingen met Rusland heeft verbroken en dat de Russische Federatie als reactie daarop hetzelfde heeft gedaan.

Vraagt de regering :

1. Aan de Georgische regering alsook aan de Russische regering in hun bilateraal overleg aan te geven dat, wat de Belgische regering betreft, de conflicten in de Kaukasus niet met militaire middelen kunnen worden opgelost en veroordeelt nadrukkelijk allen die hun toevlucht hebben genomen tot machtsmiddelen en geweld om de situatie in de Georgische afscheidingsgebieden Zuid-OssetiŽ en AbchaziŽ te veranderen;

2. Er bij de Russische regering op aan te dringen om de soevereiniteit, territoriale integriteit en onschendbaarheid van de internationaal erkende grenzen van de Republiek GeorgiŽ te eerbiedigen;

3. In de bilaterale contacten met Rusland alsook in de internationale fora te benadrukken dat de erkenning door de Russische Federatie van de onafhankelijkheid van de Georgische afscheidingsgebieden Zuid-OssetiŽ en AbchaziŽ in strijd is met het volkenrecht;

4. Erop te wijzen dat elk besluit over de uiteindelijke status van Zuid-OssetiŽ en AbchaziŽ moet steunen op de naleving van de grondbeginselen van het volkenrecht, met name wat betreft de terugkeer van alle vluchtelingen en de eerbiediging van hun eigendommen, alsook de waarborging en eerbiediging van de rechten van minderheden;

5. De militaire reactie van Rusland te veroordelen en te benadrukken dat er voor Rusland geen legitieme redenen bestaan om GeorgiŽ binnen te vallen, delen ervan te bezetten en te dreigen de regering van een democratisch land ten val te brengen;

6. De nodige inspanningen te leveren om het menselijke lijden als gevolg van het ongenuanceerde gebruik van geweld door alle bij het conflict betrokken partijen in te perken door hulp aan te bieden en er bij de Europese Unie op aan te dringen een herstelplan voor GeorgiŽ op te zetten;

7. Te onderzoeken hoe ons land samen met de EU-partners de Russische landmijnen, met name die geplaatst naar aanleiding van de op 16 augustus 2008 bij Kaspi opgeblazen spoorbrug, onderdeel van de belangrijke spoorwegverbinding Tbilisi-Poti, en van de op 24 augustus 2008 bij Gori geŽxplodeerde brandstoftrein, die met ruwe olie uit Kazakhstan onderweg was naar de uitvoerhaven Poti alsook alle andere mijnen kon neutraliseren en dit met het oog op het sparen van levens onder de bevolking;

8. Er in de internationale fora op aan te dringen dat geen enkel land een veto kan uitspreken tegen de soevereine beslissing van een ander land om tot een internationale organisatie of bondgenootschap toe te treden noch het recht heeft een democratisch gekozen regering te destabiliseren;

9. Te benadrukken dat het partnerschap tussen Europa en Rusland moet berusten op eerbiediging van de fundamentele regels voor Europese samenwerking en te benadrukken dat wij grote voorstander zijn van nauwer overleg en samenwerking om het nabuurschap te versterken;

10. De eenheid na te streven in de handelwijze van de lidstaten van de EU;

11. Rusland met klem te vragen alle toezeggingen in het staakt-het-vurenakkoord dat door de diplomatieke inspanningen van de EU werd bereikt en ondertekend, gestand te doen, te beginnen met de volledige en onmiddellijke terugtrekking van zijn troepen uit GeorgiŽ zelf en de vermindering van zijn militaire aanwezigheid in Zuid-OssetiŽ en AbchaziŽ tot de troepensterkte die Rusland vůůr de uitbarsting van het conflict voor de vredeshandhaving in de twee provincies had gestationeerd. Veroordeelt de grootschalige plunderingen door Russische invasietroepen en meetrekkende huurlingen;

12. Er bij de VN-Veiligheidsraad op aan te dringen om met spoed een onafhankelijk internationaal onderzoek te laten plaatsvinden om de feiten vast te stellen en voor meer duidelijkheid te zorgen omtrent bepaalde beschuldigingen;

13. GeorgiŽ, dat het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof heeft geratificeerd, en de Russische autoriteiten op te roepen om steun te verlenen aan en volledig samen te werken met de openbare aanklager van het Internationaal Strafhof bij diens onderzoek naar de tragische gebeurtenissen en de aanvallen op burgers die tijdens het conflict hebben plaatsgevonden, zodat de verantwoordelijkheden kunnen worden vastgesteld en de verantwoordelijken kunnen worden berecht;

14. De EU en de NAVO te verzoeken om uitgaande van een gemeenschappelijk standpunt alle beschikbare middelen in te zetten om de Russische regering ertoe te bewegen zich aan het volkenrecht te houden, een noodzakelijke voorwaarde voor vervulling van een verantwoordelijke rol in de internationale gemeenschap;

15 Rusland te wijzen op zijn verantwoordelijkheid uit hoofde van zijn vetomacht in de VN-Veiligheidsraad voor een vreedzame wereldorde alsook uit hoofde van de plaats die het in de Internationale orde na de val van de Berlijnse muur heeft ingenomen;

16. Haar beleid jegens Rusland te herzien mocht Rusland zijn toezeggingen in het staakt-het-vurenakkoord niet nakomen;

17. Het besluit van de Europese Raad om de onderhandelingsbesprekingen over de partnerschapsovereenkomst op te schorten te ondersteunen zolang de Russische troepen zich niet hebben teruggetrokken conform het vredesakkoord;

18. De afgifte van visa voor economische activiteiten in Zuid-OssetiŽ en AbchaziŽ te herzien;

19. Met kracht de gedwongen hervestiging van GeorgiŽrs uit Zuid-OssetiŽ en AbchaziŽ te veroordelen en de Zuid-Ossetische en Abchazische autoriteiten te verzoeken de veilige terugkeer van de ontheemde burgerbevolking, overeenkomstig het internationaal humanitair recht, te waarborgen;

20. Een wezenlijke bijdrage te leveren aan de inspanningen die nodig zullen zijn om de initiatieven van de OVSE om het aantal ongewapende waarnemers te verhogen en daadwerkelijk te realiseren alsook mee te werken aan de verdere versterking van de OVSE-missie in GeorgiŽ, gekoppeld aan de volledige bewegingsvrijheid in het gehele land;

21. Te pleiten voor een stevige en effectieve bijdrage vanwege de Europese Unie aan de voorgenomen internationale regeling voor de oplossing van het conflict;

22. Gezien haar bijzondere positie in de VN-Veiligheidsraad, te pleiten voor het opzetten vanuit de VN van een monitoringsmissie waarbij het EVDB (Europees veiligheids- en defensiebeleid) instrumenteel kan zijn;

23. De actieve en aanhoudende steun te blijven aanhouden voor alle internationale inspanningen ten behoeve van een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict, met name de inspanningen van de VN, de OVSE en Raad van Europa om het conflict bij te leggen;

24. Op basis van een evaluatie van de behoeften ter plekke samen met de Europese Commissie bijkomende financiŽle alsook humanitaire hulpverlening aan burgers vrij te maken alsook terstond samen met de EU een plan uit te werken voor de wederopbouw;

25. Een actieve en substantiŽle bijdrage te leveren aan de internationale donorconferentie voor de wederopbouw van GeorgiŽ alsook de mogelijkheid te onderzoeken om samen met de EU een groot plan uit te werken voor de wederopbouw van de door de oorlog geteisterde gebieden in GeorgiŽ en een sterkere politieke aanwezigheid in dit land en de hele regio op te bouwen;

26. Er bij alle betrokken partijen op aan te dringen om humanitaire hulpverleners ongelimiteerde en vrije toegang te verlenen tot de slachtoffers, met inbegrip van vluchtelingen en binnenlands ontheemden;

27. Er bij het zoeken naar oplossingen voor het conflict in GeorgiŽ samen met de andere nog uitstaande conflicten in de zuidelijke Kaukasus op aan te dringen om te gaan naar een internationalisatie van de mechanismen voor conflictoplossing;

28. Samen met de Europese Unie een trans-Kaukasische vredesconferentie te beleggen waarbij op die conferentie moet worden gesproken over internationale waarborgen inzake volledige eerbiediging van de burgerlijke en politieke rechten en de bevordering van de democratie door naleving van het internationaal recht;

29. Erop toe te zien dat bij die trans-Kaukasische vredesconferentie de niet-vertegenwoordigde en tot zwijgen gebrachte groepen in de Kaukasus aan het woord komen;

30. Er bij Raad en Europese Commissie op aan te dringen om het Europees nabuurschapsbeleid verder uit te bouwen door dit beter af te stemmen op de behoeften van onze oostelijke partners en ook door vergroting van de betrokkenheid van de EU bij het Zwarte-Zeegebied, het voorstel van het Europees Parlement voor een Europese Economische Ruimte Plus of het Zweeds-Poolse voorstel over te nemen en spoed te zetten achter de oprichting van een vrije handelszone, met name waar het gaat om GeorgiŽ, de OekraÔne en de Republiek Moldavie wat ook implicaties heeft voor het visumbeleid;

31. Het onderlinge verband te onderstrepen bij internationaal en bilateraal overleg tussen een aantal problemen in de zuidelijke Kaukasus en de noodzaak om tot een omvattende oplossing in de vorm van een stabiliteitspact te komen, waarbij de belangrijke externe actoren betrokken moeten worden alsook te onderstrepen dat de samenwerking met de buurlanden in de Zwarte-Zeeregio verbeterd moet worden door een speciaal institutioneel en multilateraal mechanisme in het leven te roepen, zoals een Unie voor de Zwarte Zee, en door onder meer op initiatief van de EU een internationale conferentie te organiseren over veiligheid en samenwerking in het zuidelijke Kaukasusgebied en bijgevolg de Commissie te vragen een specifiek voorstel aan de Raad en het Parlement voor te leggen over de oprichting van een multilateraal kader voor de Zwarte-Zeeregio, met inbegrip van Turkije en Oekraine, waarbij buurlanden als Kazachstan betrokken dienen te worden bij de belangen die verband houden met de stabiliteit en energiestromen van de gehele regio;

32. Gezien de NAVO er tijdens de Top van Boekarest van 3 april 2008 ermee heeft ingestemd dat GeorgiŽ lid van het bondgenootschap zou worden, er bij de NAVO op aan te dringen dat GeorgiŽ, wat onze regering betreft, nog steeds op weg is naar uiteindelijke toetreding tot het bondgenootschap;

33. Het belang van GeorgiŽ te benadrukken in haar bilaterale en multilaterale contacten wat betreft de verbetering van de energieveiligheid van de EU doordat het een alternatief biedt voor de transitroute voor Russische energie en aan te geven dat onze regering het van vitaal belang vindt dat bestaande infrastructuur, zoals de BTC-pijpleiding, daadwerkelijk wordt beschermd, waarbij samen met de EU aan GeorgiŽ alle nodige hulp wordt geboden;

34. Er bij de EU op aan te dringen om in politiek en budgettair opzicht voort te gaan met het Nabuccopijpleidingproject — dat het Georgische grondgebied zou moeten doorkruisen — alsook aan te dringen dat de EU dit erkent als prioritair project;

35. De gecoŲrdineerde benadering na te streven : de samenwerking in de zuidelijke Kaukasus moet niet gaan om exclusieve invloedssferen van de EU en Rusland (zogeheten ę belangensferen Ľ), maar juist om een gecoŲrdineerde benadering;

36. Dringend werk te maken van een effectief en daadwerkelijk Europees buitenlands, defensie- en veiligheidsbeleid, waarbij het Verdrag van Lissabon, met de invoering van het ambt van Hoge Vertegenwoordiger en de solidariteitsclausule en het EU-energieveiligheidsbeleid, de juiste weg is om dit te bereiken;

37. De stabiliteit in de zuidelijke Kaukasus na te streven en hierbij de regeringen van ArmeniŽ en Azerbeidzjan onder eerbiediging van al hun internationale verplichtingen te vragen hierbij constructief bij te dragen;

38. Expliciet aan te geven dat het beginsel dat een pluralistisch en democratisch bestuur, met goed functionerende oppositiepartijen en eerbiediging van de mensen- en burgerrechten, de beste waarborg biedt voor stabiliteit in het gehele zuidelijke Kaukasus-gebied;

39. Deze resolutie te doen toekomen aan de Europese Commissie, de presidenten en parlementen van GeorgiŽ en de Russische Federatie, de NAVO, de OVSE en de Raad van Europa.

3 september 2008.

Margriet HERMANS
Sabine de BETHUNE
Paul WILLE
FranÁois ROELANTS du VIVIER.