4-636/1

4-636/1

Belgische Senaat

ZITTING 2007-2008

12 MAART 2008


Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 126 van de provinciewet met een bepaling over de taalkennis van de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad

(Ingediend door de heer Joris Van Hauthem c.s.)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 28 november 2005 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-1451/1 - 2005/2006).

Artikel 4 van de Grondwet bepaalt dat BelgiŽ vier taalgebieden omvat waaronder het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Het komt de indieners van dit wetsvoorstel dan ook als een anomalie voor dat noch de taalwet in bestuurszaken, noch de provinciewet, noch enige andere wet enige taalverplichting oplegt aan de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.

Het mag nochtans duidelijk zijn dat de gouverneur van een tweetalig gebied in staat moet zijn om zich perfect van beide officiŽle talen te bedienen. Het is derhalve het opzet van dit wetsvoorstel een dergelijke bepaling in te voeren. Gelet op de belangrijke functie van provinciegouverneur, zijn de indieners van oordeel dat een grondige kennis van beide officiŽle talen, zoals bepaald door de taalwet in bestuurszaken, voor die functie vereist is.

Joris VAN HAUTHEM
Nele JANSEGERS
Yves BUYSSE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 126 van de provinciewet, gewijzigd bij de wetten van 6 juli 1987, 11 juli 1994 en 4 mei 1999, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :

ę De gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad geeft, volgens de door de Koning bepaalde regels, blijk van een grondige kennis van de Nederlandse en de Franse taal. Ľ

28 februari 2008.

Joris VAN HAUTHEM
Nele JANSEGERS
Yves BUYSSE.