Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-73

ZITTING 2005-2006

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 3-5653 van de heer Van Hauthem d.d. 12 juli 2006 (N.) :
Europese Unie. — Personeel. — Gebruik van het Nederlands.

Zoals bekend zijn een aantal belangrijke instellingen van de Europese Unie (EU) in Vlaanderen of Brussel gevestigd. Momenteel is het personeel van deze instellingen dat in contact komt met het publiek, in de regel volkomen Nederlandsonkundig. Het gebeurt nochtans regelmatig dat Vlamingen (bezoekers, leveranciers enz.) in contact komen met deze personeelsleden.

Wij vinden het nochtans niet meer dan normaal dat de personeelsleden van vestigingen van internationale instellingen, minstens diegenen die in contact komen met het publiek, gebruik moeten kunnen maken van de taal, of de voornaamste taal van het land waar zij te gast zijn.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Is de geachte minister het met deze zienswijze eens ?

2. Bestaat er enige overeenkomst tussen BelgiŽ en de EU omtrent het taalgebruik/de taalkennis van het EU-personeel dat in contact komt met het publiek ?

3. Indien niet, is de geachte minister niet van mening dat hierover afspraken moeten worden gemaakt en neemt hij ter zake de nodige initiatieven ?

4. Moedigt de EU op enige wijze de kennis of het aanleren van het Nederlands aan onder haar personeelsleden die in Vlaanderen of Brussel werken en zo ja, hoe ?

5. Heeft de federale regering dienaangaande al initiatieven genomen, bijvoorbeeld door het gratis ter beschikking stellen van taallessen en zo neen, overweegt de geachte minister iets dergelijks te ondernemen ?