Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-40

ZITTING 2004-2005

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Vraag nr. 3-2161 van de heer Vandenberghe L. d.d. 3 februari 2005 (N.) :
Ontwikkelingssamenwerking. — Belgische Technische Co÷peratie (BTC). — Informatiecyclus over de Noord-Zuidproblematiek.

Sinds 1999 organiseert de overheid (ABOS — Algemeen Bestuur voor ontwikkelingssamenwerking — en daarna partieel DGOS — directie-generaal ontwikkelingssamenwerking) de infocyclus over de Noord-Zuidproblematiek. De vorming is gericht op ź huidige of toekomstige actoren van de internationale samenwerking, actief in BelgiŰ of in het buitenland ╗. De doelstelling van deze vorming is ź het bevorderen van de integratie van deelnemers in diverse ontwikkelingsinitiatieven aan de hand van nieuwe kenniselementen, vaardigheden en houdingen ╗.

Ik verneem dat vooral mensen die hopen ooit als ontwikkelingswerker uitgestuurd te worden naar het Zuiden, de vormingscursus bijwonen. De vormingscursus werd indertijd specifiek voor deze mensen ontwikkeld. Intussen is de manier waarop aan ontwikkelingssamenwerking gedaan wordt, grondig veranderd. In plaats van het uitsturen van co÷peranten die in partnerlanden projecten uitvoeren en begeleiden, wordt vandaag eerder geopteerd voor het uitwerken van projecten die worden gedragen door plaatselijke deskundigen. Hierdoor is de aard van het ontwikkelingswerk gewijzigd en de nood aan co÷peranten sinds enkele jaren gevoelig afgenomen. Ook de onrust in de regio van de Grote Meren draagt er toe bij dat steeds minder ontwikkelingshelpers worden uitgestuurd.

Uit officiŰle cijfers van Coprogram blijkt dat het aantal NGO-co÷peranten tussen 1980 en 2002 daalde van 688 tot 239.

1. Hoeveel co÷peranten waren er in dienst van DGOS, BTC (Belgische Technische Cooperatie), VVOB (Vlaamse Vereniging voor ontwikkelingssamenwerking en technische bijstand) en APEFE (Association pour la promotion de l'Úducation et de la formation Ó l'Útranger) in 1980, 1990, 2000, 2002 en 2004 ? Is er een evolutie merkbaar ? Hoe is deze evolutie te verklaren ?

2. Hoeveel deelnemers telde de BTC-informatiecyclus in 2000, 2002 en 2004 ?

3. Hoeveel kostte de organisatie van de BTC-informatiecyclus in 2000, 2002 en 2004 uitgerekend per deelnemer en in zijn totaliteit ?

4. Werd bij de invulling van de BTC-informatiecyclus over de Noord-Zuidproblematiek in de voorbije jaren rekening gehouden met de hierboven geschetste tendensen, meer bepaald wat betreft de wijziging van de rol van de co÷perant op het terrein ? Hoe werd dit aangepakt ?

5. Wordt bij de organisatie en de invulling van de BTC-informatiecyclus een beroep gedaan op de NGO's ? Bij welke modules worden de NGO's betrokken ?

6. Wordt bij de organisatie en de invulling van de BTC-informatiecyclus een beroep gedaan op de regionale overheden en/of op de uitvoeringsagentschappen van deze regionale overheden (VVOB en APEFE) ? Bij welke modules worden deze instellingen betrokken ?

7. Wordt de organisatie en de invulling van de BTC-informatiecyclus geŰvalueerd en herbekeken in het licht van de gewijzigde rol van de co÷perant voor Noord-Zuidsamenwerking ? Hoe werden/worden de modules van de informatiecyclus aangepast ?

8. Wordt de organisatie en de invulling van de BTC-informatiecyclus geŰvalueerd en herbekeken in het licht van de regionalisering van de ontwikkelingssamenwerking, zoals die mogelijk is binnen de krijtlijnen van de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen ?

Antwoord : Het geachte lid zal hieronder een tabel vinden met het betrokken cijfermateriaal.

Co÷peranten in dienst19801990200020022004
DGOS1 9801 00729119717
BTC82142153
APEFE402149710286
VVOB447238143104

Die algemene dalende trend kan verklaard worden door de nu algemeen aanvaarde visie waarbij er maximaal beroep wordt gedaan op technisch personeel van de Belgische partnerlanden in plaats van gebruik te maken van uit BelgiŰ (Europa) afkomstig technisch personeel.

Aantal deelnemers aan de BTC — informatiecycli (gestart vanaf 2002) :

— 2002 : 277 (162 F en 115 N);

— 2004 : 737 (391 F en 346 N).

Kostprijs van de BTC — informatiecycli :

2002 : per deelnemer : 847 euro;

Totaal : 234 630 euro;

2004 : per deelnemer : 704 euro;

Totaal : 400 645 euro;

Daar beide vragen feitelijk, maar anders geformuleerd, dezelfde lading dekken.

a) Door de herdefiniŰring van de doelgroep die nu veel ruimer wordt opgevat dan oorspronkelijk in die zin dat BTC zich ook richt tot personen die misschien nooit overzee zullen gaan werken maar wel in het Noorden (BelgiŰ) zich willen inzetten voor een beter inzicht bij de publieke opinie over de Noord-Zuid problematiek.

b) Door de aanwezigheid van deelnemers uit de landen van het Zuiden die hier leven en die een beter inzicht willen verwerven in de problematiek van de ontwikkeling van hun land. Hun inbreng in de dialoog met de Belgische deelnemers en met de voordrachtgevers is zeer waardevol.

c) Door de integratie in bepaalde modules van het programma van acties over het Zuiden die zich afspelen in het Noorden (BelgiŰ onder andere) zoals duurzame ontwikkeling in de bedrijven, fair trade, de altermondialistische beweging, de schulden van het Zuiden ten overstaande van het Noorden, enz.

d) Door de integratie van modules en voordrachten die op een transversale wijze de principes van non-substitutie, ownership en partnership en die een verfijnde analyse van de behoeften van de begunstigde landen en bevolkingsgroepen weergeven.

e) Door de vervanging van sommige lesgevers wanneer deze door de deelnemers negatief worden beoordeeld (na elke cyclus moeten alle deelnemers een evaluatieformulier invullen.

De lesgevers die werkzaam zijn bij een NGO worden niet uitgenodigd omdat zij daar werken maar wel wegens hun specifieke expertise in ÚÚn of ander belangrijk beleidsdomein. Ter illustratie : voor de nu lopende cyclus van februari 2005 zijn 34 % van de conferenciers afkomstig uit de NGO-wereld.

BTC heeft VVOB en APEFE recent gevraagd om kandidaten-lesgevers voor deze informatiecycli voor te dragen. Dit proces is pas opgestart. Wat uiteraard soms wel een rem vormt voor bevoegde lesgevers is het feit dat al deze cycli tijdens het weekend worden georganiseerd. Het is dus te vroeg om hierop reeds een afdoend antwoord te geven.

Het antwoord hierop ligt in het verlengde van het antwoord op vraag 6. In de mate dat VVOB en APEFE zullen ingaan op het aanbod van BTC zal men kunnen gewagen van een substantiŰle inbreng van de agentschappen van de gemeenschappen bevoegd voor ontwikkelingssamenwerking.

De transfert van bepaalde beleidsdomeinen van het federale niveau naar het niveau van de gewesten en de gemeenschappen, zoals voorzien in de bijzondere wet van 13 juli 2001, heeft nog niet plaatsgegrepen. BTC hoeft niet vooruit te lopen op een evolutie die nog in de steigers staat, waarover momenteel nog geen consensus bestaat en waarvan alle actoren van de ontwikkelingssamenwerking (partnerlanden, multilaterale organismen, NGO's, vakbonden, universiteiten, ...) de wenselijkheid in twijfel trekken.