Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-37

ZITTING 2004-2005

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-1855 van mevrouw Van dermeersch van 29 december 2004 (N.) :
Verbod van verkoop van rookwaren aan min-zestienjarigen. — Sensibiliseringscampagne.

Vanaf 2 december 2004 is het verboden om tabak te verkopen aan jongeren onder de zestien. Verkopers zullen de identiteitskaart van hun klanten kunnen vragen en riskeren tot 1 500 euro boete als ze het verbod niet respecteren.

De Belgische winkeliers ontvingen 20 000 informatiepakketten. De pakketten bevatten stickers en affiches waarmee uitbaters hun klanten duidelijk kunnen maken dat de verkoop aan min-zestienjarigen verboden is.

De infopakketten werden echter ontwikkeld en verspreid door Cimabel, de federatie van Belgische en Luxemburgse sigarettenproducenten. De federatie start met andere woorden dus een grootscheepse publiciteitscampagne naar aanleiding van het verbod van vandaag.

Van alle campagnes die producenten voeren, kan verwacht worden dat ze een economische motief hebben en dus geenszins hetzelfde effect beogen als een sensibiliseringscampagne van de overheid.

Daarom deze vragen :

1. Is de geachte minister er zich van bewust dat een wetsbepaling absoluut niet volstaat om jongeren te behoeden voor het roken ?

2. Is de geachte minister van plan om een sensibiliseringscampagne op touw te zetten ?

3. Normaal zou zo'n campagne samen moeten vallen met de invoering van nieuwe wetsbepalingen, maar ik stel vast dat dit niet zo is. Wanneer mag ik deze campagne dan wel verwachten ?

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid als volgt te antwoorden.

1. Volgens verscheidene organisaties op het vlak van tabakscontrole (onder meer de Belgische Federatie tegen kanker) kan de strijd tegen het roken alleen succes hebben als het probleem in zijn geheel wordt aangepakt. Dankzij een zorgvuldig gepland en samenhangend beleid telt Canada bijvoorbeeld nog slechts 20 % dagelijkse en occasionele rokers, tegenover 30 % in 1994.

Om het roken dus efficiŽnt te beteugelen en om significante resultaten te behalen, heb ik daarom een globaal pakket maatregelen ingevoerd. Enkel zo kan de huidige trend worden omgebogen.

Naast het wettelijk kader (verkoopsverbod aan min-zestienjarigen) en het repressief optreden (controles) worden tevens belangrijke inspanningen geleverd om preventief te werken. Het lijdt dan ook geen twijfel dat ook in ons land het aantal rokers ook bij de jongeren aanzienlijk zal dalen. Bovendien blijkt uit het recent onderzoek van het OIVO (Onderzoeks- en Informatiecentrum van de verbruikersorganisaties) dat het beleid zijn vruchten begint af te werpen.

Volgens het onderzoek naar het rookgedrag zou er eind 2004 nog 24 % rokers in BelgiŽ zijn. Het aantal regelmatige rokers is geleidelijk afgenomen sinds 1982 en maakt heden een vrije val sinds het begin van 2004 (van 27 % naar 20 %).

De distributiesector, vertegenwoordigd door Fedis, Unizo en UCM, bereidt momenteel een informatiecampagne voor over de nieuwe reglementering. Ze zal als doel hebben de bevolking te informeren, maar ook de verkopers te steunen in de juiste toepassing van de wet.

Voor het einde van de maand zouden projectvoorstellen moeten toekomen van vier communicatiebureaus.

Deze campagne wordt in het kader van het Tabaksfonds 2005 gefinancierd.