Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-37

ZITTING 2004-2005

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-1919 van mevrouw Van dermeersch d.d. 5 januari 2005 (N.) :
Openbare diensten. — Werkgelegenheid voor gehandicapten.

Het statistisch overzicht van het personeel van de Belgische staat (Pdata) geeft statistische informatie betreffende de indeling van deze ambtenaren volgens geslacht, de verschillende niveaus, de niveaus in combinatie met het geslacht en tevens de verdeling volgens statuut.

In dit statistisch overzicht is geen informatie te vinden omtrent het aantal gehandicapte personeelsleden. Het minimaal aantal gehandicapte werknemers dat in de openbare sector moet worden ingezet, wordt nochtans vastgelegd in besluiten.

In het kader van een echte integratie van gehandicapten kan aangepaste arbeid een belangrijke rol spelen. Hierin is dan ook een belangrijke rol weggelegd voor de overheid, die via fiscale voordelen de aanwerving van gehandicapten kan bevorderen.

1. Heeft u een inventaris van de arbeidsplaatsen die bezet kunnen worden door gehandicapte werknemers in de volgende openbare diensten :

— Federaal Agentschap voor de opvang van asielzoekers;

— Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen;

— Controledienst voor de Ziekenfondsen en de Landsbonden van Ziekenfondsen;

— Dienst voor Overzeese Sociale Zekerheid;

— Fonds voor Beroepsziekten;

— Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden;

— Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;

— Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers;

— Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke Overheidsdiensten;

— Rijksdienst voor sociale zekerheid;

— Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;

— Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;

— Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg;

— Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid — Louis Pasteur;

— Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie;

— POD Consumentenzaken;

— FOD Sociale Zekerheid;

— FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;

— FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Zo ja, dan had ik deze graag ontvangen. Zo neen, dan had ik graag vernomen of hiervan werk gemaakt wordt en wanneer ik deze inventaris zal kunnen ontvangen.

2. Hoeveel van de arbeidsplaatsen in de voormelde diensten kunnen bezet worden door een gehandicapte werknemer, zijn er ook effectief ingevuld door een gehandicapte ?

Voldoet u hiermee aan het wettelijk vastgelegd aantal ? Zo niet, waarom niet ?

3. Welke criteria worden er gebruikt voor de verdeling van de jobs onder validen en gehandicapten ?

4. Wordt er aangedrongen bij de verschillende diensten op aanpassingen van arbeidsplaatsen aan de handicap van een gehandicapte werknemer ?

Antwoord : Voor de FOD Sociale Zekerheid

Aangezien alle arbeidsposten bij de FOD Sociale Zekerheid in aanmerking komen om te kunnen worden bezet door een persoon met een handicap, heeft de FOD geen inventaris van deze posten opgemaakt.

Veiligheidsposten kunnen enkel toevertrouwd worden aan personen die arbeidsgeneeskundige onderzoeken met succes hebben ondergaan. Een personeelslid of een kandidaat zou van dergelijke arbeidspost kunnen worden verwijderd indien hij niet zou voldoen volgens dit onderzoek, ongeacht dit personeelslid of kandidaat al dan niet deel uitmaakt van de categorie « personen met een handicap ».

Wanneer de FOD aanwervingen doet, heeft het onderzoek van de kandidaturen hetzelfde doel, ongeacht de kandidaat al niet een persoon met een handicap is. Dit onderzoek gaat over de bepaling van de kennis en bekwaamheden die nodig zijn voor het vervullen van het ambt waarvoor de aanwerving plaatsheeft. Wanneer een persoon met een handicap kandidaat is, zorgt het selectieteam ervoor dat dit onderzoek verloopt rekening houdende met de behoeften van de kandidaat.

Voor de instellingen van openbaar nut

1. Momenteel bestaat er bij de instellingen van openbaar nut en de openbare instellingen van sociale zekerheid die onder mijn bevoegdheid staan geen inventaris van arbeidsplaatsen die zouden kunnen worden bezet door mindervalide werknemers.

Het feit of een arbeidsplaats al dan niet kan worden ingenomen door een mindervalide hangt af van de aard en het percentage van de handicap.

Tevens kan ik u mededelen dat bij toepassing van artikel 20, 2ŗ, en 21, § l, van de wet van 16 april 1963 betreffende sociale reclassering van de mindervaliden, de instellingen van openbaar nut en de OISZ verplicht zijn een bepaald aantal mindervaliden in de zin van artikel 1 van deze wet, te werk te stellen.

Overeenkomstig artikel 21, § 3, van voornoemde wet van 16 april 1963 bepaalt de Koning bij een Ministerraad overlegd besluit het aantal mindervaliden dat moet tewerkgesteld worden bij hoger genoemde instellingen.

Het aantal mindervaliden dat bij de instellingen van openbaar nut en de openbare instellingen van sociale zekerheid moet worden tewerkgesteld is vastgelegd in artikel 2 van het koninklijk besluit van 5 januari 1976 waarbij de wet van 16 april 1963 betreffende de sociale reclassering van mindervaliden alsmede het koninklijk besluit van 11 augustus 1972 ter bevordering van de tewerkstelling van mindervaliden in de rijksbesturen, op sommige instellingen van openbaar nut toepasselijk worden verklaard.

Dit aantal wordt als volgt over de verschillende instellingen die onder mijn toezicht staan verspreid :

— het Fonds voor de beroepsziekten : 2;

— het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering : 5;

— de Rijksdienst voor sociale zekerheid : 5;

— de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering : 1;

— de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten : 1;

— Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers : 3;

— de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden : 1;

— de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid : 1.

Wat de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen en de Kruispuntbank van de sociale zekerheid betreft, voor hen gelden geen wettelijke verplichtingen om mindervaliden in dienst te nemen aangezien zij niet zijn opgenomen in de lijst vermeld in artikel 2 van hoger genoemd koninklijk besluit van 5 januari 1976.

2. Aantal mindervaliden tewerkgesteld :

— het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering : 10;

— de Rijksdienst voor sociale zekerheid : 7;

— de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering : 3;

— de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten : 2;

— Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers : 3;

— de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden : 1.

Hiermede voldoen voornoemde instellingen aan de verplichting om mindervaliden te werk te stellen.

De Dienst voor de overzeese sociale zekerheid en het Fonds voor de beroepsziekten stellen voor het ogenblik geen enkele mindervalide te werk.

Bij de Kruispuntbank van de sociale zekerheid en de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen worden momenteel geen arbeidsplaatsen ingevuld door gehandicapte werknemers, zij zijn dienaangaande niet onderworpen aan een wettelijke of reglementaire bepaling.

3. Er zijn geen echte criteria die worden gebruikt voor de verdeling van de jobs onder validen en gehandicapten, wel kan er rekening worden gehouden met de functionele geschiktheid van betrokkenen voor de uit te oefenen job.

De gehandicapten die voldoen aan de aanwervingsvoorwaarden en die ter beschikking worden gesteld door Selor kunnen worden aangeworven.

4. De instellingen hebben tot op heden nog geen specifieke aanbevelingen ontvangen tot aanpassing van de arbeidsplaats aan de handicap van een gehandicapte werknemer.

Wel trachten de instellingen zoveel mogelijk rekening te houden met de handicap van een werknemer voor de vaststelling van diens arbeidsplaats en wordt indien nodig en mogelijk, een aanpassing aan de arbeidsplaats of het arbeidsmaterieel uitgevoerd.

Voor de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu

De tewerkstelling van gehandicapten binnen de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu behoort tot de wet van 16 april 1963 betreffende de sociale reclassering van de minder-validen alsook tot het koninklijk besluit van 11 Augustus 1972ter bevordering van de tewerkstelling van mindervaliden in de rijksbesturen. De wet van 1963 legt de werkgevers op een door de Koning vastgesteld aantal mindervaliden tewerk te stellen. Het koninklijk besluit heeft de ministeries een verplicht aan te werven quotum opgelegd. Het over de verschillende ministeries verdeeld aantal bedroeg 1 200 (dit is 2 % van het totaal aantal ambtenaren).

Wat het wettelijk kader betreft, kan worden verwezen naar de Europese richtlijn 200/78/EG van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep. Die richtlijn verbiedt elke vorm van directe of indirecte discriminatie op de arbeidsmarkt, meer bepaald op basis van een handicap.

Op federaal niveau werden die verplichtingen opgenomen in de wet van 25 februari 2003ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding.

Tot slot moet worden vermeld dat de Interministeriėle Conferentie voor personen met een handicap op 30 januari 2003 heeft beslist de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg als pilootdepartement aan te wijzen voor de uitwerking van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van de bepalingen aangaande redelijke aanpassingen voor personen met een handicap. In die context werd een subwerkgroep opgericht.

1. Er bestaat bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu geen inventaris van de betrekkingen die door personen met een handicap kunnen worden ingenomen.

Het FAW beschikt op dit ogenblik niet over een accurate inventaris van arbeidsplaatsen die bezet kunnen worden door gehandicapte werknemers.

Deze instelling van openbaar nut is recent gevormd uit vier oude entiteiten. Een van haar doelstellingen is het verfijnen van de wervingspolitiek en momenteel loopt een onderzoek naar de beroepsrisico's van de verschillende functieprofielen.

De resultaten van deze onderzoeken, overlegd binnen het BOC, zullen ons een beter inzicht geven in die functies welke deels in aanmerking komen voor tewerkstelling van erkende gehandicapte personen.

2. Overeenkomstig de voormelde wet van 16 april 1963 en koninklijk besluit van 11 augustus 1972, moet het percentage betrekkingen voor « personen met een handicap » bij de FOD hoger of gelijk zijn aan 2 %.

Op 1 januari 2005, zijn er bij de FOD 20 « personen met een handicap » geteld, voor wie een speciale aanwervingprocedure werd toegepast terwijl de totale personeelssterkte (statutairen en contractuelen samen) bestaat uit 1 452 personen.

Dit geeft een « theoretische » tewerkstellingsgraad van « personen met een handicap » van 1,38 %, wat beneden de voormelde 2 % ligt. Het is evenwel zo dat de telling van de « personen met een handicap » die zijn aangeworven via een specifieke procedure slechts een deel van de ambtenaren met een handicap weergeeft. Sommige amtenaren met een handicap zijn in de administratie gekomen via « klassieke » aanwervingprocedures of kregen hun handicap na hun indiensttreding. Er kan dan ook worden geraamd dat het totaal aantal bij de overheid in dienst getreden ambtenaren met een handicap het dubbele van de officiėle telling is, wat voor de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu zou betekenen dat de door de wetgever vastgestelde doelstelling is bereikt.

De wet van 16 april 1963 betreffende sociale reclassering van gehandicapten legt de overheidsadministraties, evenals de instellingen van openbaar nut, die tenminste 20 personeelsleden tellen, een zekere tewerkstelling op van gehandicapten.

Het aantal gehandicapten dat dient aangesteld te worden, moet voor de ION's vastgesteld worden in een koninklijk besluit, overlegd in de Ministerraad.

Het koninklijk besluit van 5 januari 1976, alsook dit van 11 augustus 1972, bepaalden het aantal gehandicapten voor voormelde instellingen op 90. Maar het koninklijk besluit van 5 januari 1976 vernoemt niet het FAVV in zijn lijst betreffende de ION's die gehandicapten tewerk dienen te stellen. Voor het FAVV geldt dus geen quotum.

Door het feit dat het Agentschap ontstond door integratie van vroegere overheidsbesturen, werden 14 erkende gehandicapten in het FAW geļntegreerd.

3. De verdeling van de betrekkingen tussen de valide personen en de personen met een handicap gebeurt op grond van de quota die door de wetgever zijn opgelegd en berust op de objectieve evaluatie van de geschiktheid van een persoon om een specifieke functie uit te oefenen. De uitoefening van die functie door een persoon met een handicap kan eventueel de invoering vergen van redelijke aanpassingen.

Gezien het FAW als missie de controle op de voedselveiligheid heeft, behoort het overgrote deel van de functieprofielen tot de controle of inspectieopdrachten, uit te voeren door rondreizend personeel.

Voor de administratieve functies bij onze studiediensten en de algemene diensten, dient in functie van de resultaten van de lopende onderzoeken (zie antwoord vraag 1) een verfijnde tewerkstellingspolitiek bepaald rekening houdend met mogelijkheden van thuiswerk, telewerk, aangepaste tewerkstellingsposten en een inventarisering van taken die geschikt zijn om uitgevoerd te worden door gehandicapte personen.

4. De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu overweegt de verschillende vormen van aanpassingen die het mogelijk maken de zelfstandigheid en niet-discriminatie van de persoon met een handicap te garanderen. Die aanpassingen kunnen betrekking hebben zowel op de hulptechnologie, de communicatiemiddelen als de aanpassing van de uurregeling of nog de splitsing van de taken.

Vooralsnog wordt er niet aangedrongen bij de verschillende diensten op aanpassingen van arbeidsplaatsen in functie van een spreidingsplan voor tewerkstelling van gehandicapte personeelsleden bij het FAW.

Op aanbeveling van de administratieve gezondheidsdienst en door bemiddeling van de dienst preventie en bescherming op het werk, voert de dienst logistiek nu reeds aanpassingen uit aan de tewerkstellingsposten van personen met een handicap.