Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 3-19

ZITTING 2003-2004

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 3-814 van mevrouw Lizin d.d. 11 maart 2004 (Fr.) :
Diensten die zich bezighouden met de strijd tegen de clandestiene immigratie en de mensenhandel. ­ Infiltratie door criminele organisaties.

Dat de diensten die zich met de strijd tegen clandestiene immigratie en mensenhandel bezighouden, door leden van criminele organisaties worden geïnfiltreerd, wordt door deskundigen erkend als een feit en een verschijnsel dat de komende jaren wellicht nog zal toenemen.

Welke concrete maatregelen werden door diensten als de Dienst Vreemdelingenzaken en het Commissariaat-generaal genomen om dit verschijnsel te bestrijden, inzonderheid met betrekking tot de tolken die voor die verschillende diensten werken ? Worden die personeelsleden vóór hun indiensttreding en op geregelde tijdstippen aan een veiligheidsonderzoek onderworpen ? Worden ze geregeld gewisseld, zodat ze niet als enige tolk betrokken zijn bij een dossier ? Moeten ze een deontologische code onderschrijven ? Zo ja, kunnen we daarvan kennis krijgen ?

Kunt u ons in dat verband ook meedelen welke bijzondere maatregelen werden genomen ten opzichte van de politieambtenaren die belast zijn met de strijd tegen de mensenhandel en, meer bepaald, of ze geregeld aan een veiligheidsonderzoek worden onderworpen ?

Antwoord : Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vraag (vraag 2).

1. De infiltratie van diensten die de illegale immigratie en de mensenhandel bestrijden door leden van criminele organisaties wordt door de politiediensten erkend als een fenomeen dat diverse diensten kan treffen. Elke dienst werkzaam in de strijd tegen de mensenhandel sensu lato dient daarom deze problematiek zeer ernstig te nemen. Actieve en/of passieve corruptie kan voorkomen in alle geledingen van de samenleving en binnen elke private of publieke organisatie.

2. Titel IV ­ Gemeenschappelijke bepalingen, hoofdstuk I ­ Het personeel, afdeling 2 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, regelt de algemene principes van het statuut van de politieambtenaren.

3. Artikel 130 van diezelfde wet waarborgt de « integriteit » van de politieambtenaren. De politieambtenaren moeten elk misbruik bij hun optreden uitsluiten. Het is de politieambtenaren verboden, zelfs buiten hun functies, maar uit dien hoofde, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenpersonen, giften, beloningen of welke voordelen ook te vragen, te eisen of aan te nemen.

4. Het algemeen principe van de integriteit is tevens opgenomen in de fundamentele waarden van de federale politie.

5. Om mee te kunnen doen aan de selectieproeven voor politieambtenaren van het hulpkader, het basiskader, het middenkader als het officierskader moet de kandidaat aan een aantal algemene toelatingsvoorwaarden voldoen. Zo dient iedere kandidaat van onbesproken gedrag te zijn en een bewijs van « goed zedelijk gedrag » te kunnen voorleggen.

6. Gelijktijdig met het selectieproces vindt eveneens een « milieu- en antecedentenonderzoek » plaats. Hierbij wordt nagegaan of de kandidaat van onberispelijk gedrag is en of zijn/haar gedrag in overeenstemming is met de eisen van de job van politieambtenaar.

7. Er worden geen bijzondere maatregelen genomen ten opzichte van politieambtenaren die belast worden met de strijd tegen de mensenhandel. Deze politiefunctionarissen worden dus niet systematisch (op regelmatige tijdstippen) onderworpen aan een specifiek veiligheidsonderzoek.

8. Desalniettemin bestaan er toch een aantal formele en informele controlemechanismen. Zo heerst er intern de politiediensten een zeer grote onderlinge sociale controle waarbij uitspattingen en/of corruptie steevast zullen worden gemeld aan de bevoegde overheden. Ook de rechtstreekse functionele verantwoordelijken houden toezicht op de personeelsleden die onder hen ressorteren.

9. Indien een politieambtenaar verdacht wordt van actieve en/of passieve corruptie, dan zal er steeds een strafrechtelijk en tuchtrechtelijk onderzoek lastens het betrokken personeelslid volgen.