Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-70

ZITTING 2002-2003

Vragen waarop een voorlopig antwoord verstrekt werd

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Sociale Zaken en Pensioenen (Sociale Zaken)

Vraag nr. 2617 van de heer Barbeaux d.d. 24 januari 2003 (Fr.) :
Ziekenfondsen. Statutaire organen. Leden. Sociaal statuut.

De wet van 6 augustus 1990 regelt de organisatie van de ziekenfondsen. Zij bepaalt met name de sociale opdrachten van de ziekenfondsen, de samenstelling van de statutaire organen ervan en de manier waarop die samenstelling gebeurt, namelijk door om de zes jaar verkiezingen te houden onder de leden.

Hoewel de ziekenfondsen geen openbaar statuut hebben, vervullen ze duidelijk de rol van een functionele openbare dienst (zie het begrip dat het Arbitragehof heeft ontwikkeld).

De mandaten die door de leden van de statutaire organen (algemene vergadering, raad van beheer, voorzitterschap) worden uitgeoefend, kunnen dus zo goed als openbare mandaten worden beschouwd, die georganiseerd zijn door de wet.

Ik had graag geweten of de bijna openbare aard van die mandaten niet met zich meebrengt dat de beheerders van ziekenfondsen kunnen worden gelijkgesteld met openbare beheerders van openbare instellingen (zoals intercommunales) wat betreft de sociale zekerheid stelsel van zelfstandigen of te beschouwen als zelfstandigen in bijberoep.

Als de tweede hypothese geldt, is er dan geen discriminatie tussen beheerders van instellingen die een openbare opdracht vervullen die georganiseerd is door de wet, naar gelang van het feit dat die instelling een zuiver openbare aard heeft of privaatrechtelijk, maar zo goed als openbaar is ?