Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-59

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 1349 van de heer Kelchtermans d.d. 14 juni 2001 (N.) :
Studentenvisa. Consulaat van Casablanca. Bezoek van een delegatie van het kabinet.

In de loop van de maand januari kwam het consulaat van Casablanca uitgebreid in de media naar aanleiding van al dan niet vermeend gesjoemel met studentenvisa. Er werden duidelijke verdenkingen van mensensmokkel en het aanvaarden van smeergeld geformuleerd.

Einde maart kondigde de geachte minister aan dat in de loop van de maand april van zijn kabinet een delegatie zou afreizen naar het bewuste consulaat.

Graag kreeg ik van de geachte minister omstandig antwoord op volgende vragen :

1. Tot welke bevindingen is voornoemde delegatie gekomen ?

2. Zijn de geruchten over mensenhandel en het aanvaarden van steekpenningen juist ? Zijn hierbij ook Belgische onderdanen betrokken ? Zo ja, welke maatregelen werden inmiddels tegenover hen genomen ?

3. Overweegt hij bijsturingen in het visabeleid ten aanzien van studenten in het algemeen en uit Marokko in het bijzonder, enerzijds, en (schijn)huwelijken, anderzijds ? Zo ja, welke en op welke termijn ?

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid volgende inlichtingen te verstrekken.

1 en 3. Inderdaad, van 9 tot 12 april heeft een ambtenaar van mijn departement Dienst Vreemdelingenzaken samen met twee ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken een inspectie aan het Belgisch consulaat-generaal te Casablanca uitgevoerd.

Het mandaat van deze missie bestond erin om de problematiek van de studentenvisa en gezinshereniging van naderbij te ontleden en voor de ermee verband houdende problemen oplossingen te zoeken.

Op grond van de verslagen over de postinspectie werd een ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken opgedragen om tijdens de drukke zomermaanden de ambtenaren van het consulaat-generaal van Casablanca bij te staan bij de uitvoering van hun opdracht. Dit gebeurde een eerste maal van 17 juni tot 2 juli 2001 en een tweede maal van 19 augustus tot 29 september 2001. Tevens heeft hij, in nauwe en loyale samenwerking met de hoogste ambtsdragers van het consulaat-generaal, nuttig werk verricht in verband met het vastleggen van prioriteiten en het uitwerken van een praktische aanpak die een betere en snellere behandeling van de visumaanvragen heeft mogelijk gemaakt.

De eerste conclusies zijn hoopgevend : het zenden van deze ambtenaar heeft ertoe bijgedragen de achterstand in de behandeling van de aanvragen voor studentenvisa aanzienlijk te verminderen. Tevens kon, in het kader van de lopende herwerking van de visuminstructies, een eerste toepassing worden gemaakt van de nieuwe procedures zodat onmiddellijk een beslissing ter plaatse kon worden genomen zonder beroep te moeten doen op de tussenkomst van de Dienst Vreemdelingenzaken te Brussel.

Deze delegatie van beslissing aan het consulaat-generaal te Casablanca (pilootproject) liep door tot het einde van de maand december 2001.

Zowel over de uitvoering van deze delegatiebevoegdheid als over de nieuwe aanpak bij de behandeling van visumaanvragen heeft deze ambtenaar een volledig rapport met zijn bevindingen voorgelegd.

Hieruit zullen de nodige conclusies worden getrokken met betrekking tot het al dan niet bestendigen van het pilootproject en de eventueel te treffen maatregelen naar de toekomst toe.

2. Met betrekking tot de geruchten over mogelijke mensenhandel : er werden geen onregelmatigheden vastgesteld bij de behandeling van de dossiers in kwestie.

Wat het overige van vraag twee betreft, verwijs ik naar mijn terzake bevoegde collega, de minister van Buitenlandse Zaken.