Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-50

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 1709 van de heer Dallemagne d.d. 29 november 2001 (Fr.) :
Hoorzitting voor het college van burgemeester en schepenen. Klacht tegen een gemeentelijke belastingheffing. Koninklijk besluit van 12 april 1999.

Het koninklijk besluit van 12 april 1999 dat de procedure voor het college van burgemeester en schepenen bepaalt op het gebied van klachten tegen een provinciale of een gemeentelijke belastingheffing, voorziet in zijn artikel 4 dat de reclamant of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden of n of meerdere getuigen wenst aan te voeren, de bevoegde autoriteiten hiervan minstens vijf werkdagen voor de hoorzitting op de hoogte moet stellen .

Gegeven het feit dat de bedoeling van de wetgever blijkbaar is geweest, een zuiver administratief karakter aan de klacht te geven en de rechterlijke waarborgen voor latere rechtsmiddelen te behouden, stel ik deze vraag : kan het college van burgemeester en schepenen het verhoor van de reclamant dan toevertrouwen aan een orgaan dat door het college is aangesteld ?

Antwoord : Uit de samenlezing van het koninklijk besluit van 12 april 1999 tot bepaling van de procedure voor de gouverneur of voor het college van burgemeester en schepenen inzake bezwaarschrift tegen een provincie- of gemeentebelasting en van de desbetreffende omzendbrief van 10 mei 2000 blijkt duidelijk dat de bevoegde overheid zelf de hoorzitting van de eiser moet houden, hetzij de gouverneur in geval van een bezwaarschrift tegen een provinciebelasting, hetzij het college van burgemeester en schepenen in geval van een bezwaarschriftt tegen een gemeentebelasting.

Het derde tot vijfde lid van artikel 4 van het voornoemde koninklijk besluit van 12 april 1999 bepaalt immers dat :

De bevoegde overheid kan iedere ambtenaar of beambte van het provincie- of gemeentebestuur die een opdracht in verband met de betwiste belasting vervuld heeft, op de zitting oproepen.

De eiser of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden of n of meerdere getuigen wenst voor te brengen, brengt de bevoegde overheid hiervan op de hoogte ten minste vijf werkdagen vr de hoorzitting.

De personen bedoeld in het derde en vierde lid ondertekenen het proces-verbaal van hun verhoor.

Het is dus alleen de bevoegde overheid, zoals hierboven gedefinieerd, die met het verhoor van de eiser is belast.

Bijgevolg kan ik aan het geachte lid bevestigen dat het schepencollege deze bevoegdheid niet mag overdragen aan een door hem aangewezen orgaan.