Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-32

ZITTING 2000-2001

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 1161 van mevrouw Van Riet d.d. 20 februari 2001 (N.) :
Vietnam. ≠ Verdediging van de mensenrechten.

De laatste gebeurtenissen omtrent religieuze vervolgingen in Vietnam zijn, naar verluidt, zeer verontrustend en moeten alle democraten aanspreken. Mensen die een godsdienst, anders dan de katholicisme, beleven worden opgepakt en opgesloten zonder proces. De heer Ha Hai, secretaris-generaal van de Boeddhistische Kerk Hoa-Hoa was dit lot beschoren.

Op 7 december 2000 werden een duizendtal vreedzame demonstranten die de schendingen van de godsdienstvrijheid door de overheid aanklaagden, door de politie hardhandig aangepakt voor de gevangenis van Cho Moi.

De katholieke priester, Nguyen Van Ly uit de parochie NguyÍt-BiÍu, werd van de buitenwereld afgezonderd en ondergaat voortdurend pesterijen van de overheid omdat hij opriep tot godsdienstvrijheid en de inbeslagname van de gronden van het bisdom HuŽ en de greep van de overheid op de activiteiten van de Katholieke Kerk in Vietnam hekelde.

Deze dramatische gebeurtenissen zouden het gevolg zijn van de politieke repressie en de mensenrechtenschendingen door het communistische regime van Vietnam.

De Vietnamese gemeenschap in BelgiŽ maakt zich eveneens zorgen over het behoud en de uitbreiding van de beperkingen van de pers- en vakbondvrijheid in Vietnam. Bovendien is zij geschokt door de talloze obstakels die de overheid in de weg legt om religieuze organisaties te verhinderen hulp te bieden aan slachtoffers van overstromingen. De Vietnamese gemeenschap in BelgiŽ heeft deze bezorgdheid geuit in een resolutie waarin zij aan de Belgische regering vraagt om :

≠ te protesteren tegen de mensenrechtenschendingen in Vietnam;

≠ de Belgische ambassadeur in Hanoi, de heer Philippe Dartois, de opdracht te geven de Vietnamese overheid te informeren naar het lot van mevrouw Dung, de heer Ha Hai en zijn familie en pater Nguyen Van Ly;

≠ de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating te eisen van alle gewetensgevangenen in Vietnam;

≠ de rest van de Vietnamese schuld kwijt te schelden en dit te koppelen aan het respect voor de mensenrechten door de Vietnamese overheid.

Aangezien deze regering enorm veel belang hecht aan de bestrijding van de schending van fundamentele mensenrechten zou ik aan de geachte minister de volgende vragen willen stellen :

1. Is de Belgische regering op de hoogte van de schending van het fundamenteel recht op godsdienstvrijheid door de Vietnamese overheid ? Indien ja, wat wenst de Belgische regering hieraan te doen ?

2. Is het zo dat BelgiŽ meer dan 20 miljoen dollar kwijtschold aan Vietnam zonder de formele eis om de mensenrechten en de democratie te respecteren ?

Antwoord : Vietnam is inderdaad niet altijd een voorbeeld van een pluralistische democratie geweest. De voorbije tien jaar heeft het regime echter blijk gegeven van meer openheid en een grotere wendbaarheid.

De media en het Parlement zijn stilaan een forum geworden waarlangs de bevolking haar problemen aanklaagt en een kritische noot laat horen. Het Parlement doet wat het hoort te doen : het debatteert en stemt de wetten die het fundament zullen vormen van de rechtsstaat. Ook doet het de ministers verantwoording afleggen over hun bestuur.

De godsdienstvrijheid is er merkelijk op vooruitgegaan. De overheid mag dan wel nog opvallend aanwezig zijn, toch beperkt of ontmoedigt ze niet langer de persoonlijke vrijheid van eredienst. Toch hebben alleen de zes erediensten die door de regering zijn erkend, vrijheid van handelen. Het zijn de boeddhistische, de katholieke, de protestantse, de Cao Dai, de Hoa Hoa en de musulmaanse eredienst.

Andere, niet-erkende bewegingen dragen de stempel illegaal. Het komt dan ook voor dat hun aanhangers of leiders worden aangehouden of onder administratief arrest geplaatst omdat zij de belangen of de veiligheid van de Staat in gevaar zouden brengen.

Over het door de Vietnamese gemeenschap in BelgiŽ aangebrachte geval van de heer Ha Hai van de Hoa Hoa-Kerk, kan ik volgende mij bekende feiten meedelen. In 1999 werd in Zuid-Vietnam een comitť van deze eredienst erkend. Datzelfde jaar kwamen honderdduizenden mensen op een meeting bijeen. De heer Ha Hai stond evenwel aan het hoofd van een niet-erkend comitť. Hij werd door een rechtbank in Choi Moi veroordeeld tot twee gevangenisstraffen, ťťn wegens het niet-naleven van de bewakingsmaatregelen die de autoriteiten hadden getroffen en ťťn wegens misbruik van de democratische rechten waardoor tegen de Staatsveiligheid werd ingegaan. De heer Ha Hai kon tegen dit vonnis in beroep gaan.

Met betrekking tot het geval van priester Nguyen zijn mij niet meer gegevens bekend dan die waarover de Vietnamese gemeenschap van BelgiŽ beschikt.

In het kader van de schuldverlichting van Vietnam heeft de DGIS de gewaarborgde schuld bij het Delcredere gedelgd. Verder werden ook in een multilaterale context initiatieven genomen. In december 2000 werden een aantal overeenkomsten getekend waarin de Vietnamese regering zich ertoe verbindt de tegenwaarde ten bedrage van 317 miljoen Belgische frank te storten in een fonds. Uit dit fonds in lokale valuta zullen dan de uitgaven die BelgiŽ ter plaatse doet in het kader van de bilaterale ontwikkelingsprojecten, worden gefinancierd. Het is u bekend dat de samenwerking met Vietnam gericht is op armoedebestrijding, in het bijzonder op het platteland. Met bedoelde schuldverlichting wil BelgiŽ de last voor een ontwikkelingsland minder zwaar maken terwijl het er via overeenkomsten met de Vietnamese autoriteiten blijft op toezien dat de tegenwaarde rechtstreeks wordt besteed aan projecten die de bevolking ten goede komen.

Hierbij dient toch te worden opgemerkt dat beslissingen die verband houden met de aanpak van problemen inzake schuldendienst doorgaans niet door BelgiŽ alleen worden genomen. Een en ander gebeurt immers in overleg met de andere leden van de Club van Parijs. Ook heeft de praktijk geleerd, met name op het niveau van internationale instellingen zoals de Wereldbank en het IMF, dat het afhankelijk stellen van ontwikkelingshulp of schuldverlichting van de eerbiediging van de mensenrechten, niet altijd het redelijkerwijs te verwachten resultaat oplevert.

De eerbiediging van de mensenrechten is ťťn van de grondbeginselen die in de algemene samenwerkingsovereenkomst met Vietnam zijn vervat. Alleen met landen samenwerken die nooit een steek laten vallen, is echter een ijdele wens. Dit zou ook het werken met concentratielanden onmogelijk maken. Wel gaat BelgiŽ scheep met landen waar de politieke wil aanwezig is om werk te maken van de mensenrechten en daarvan ook het zichtbare bewijs te leveren.

Dit sluit geenszins uit dat mensenrechten en godsdienstvrijheid op de agenda worden geplaatst. Bij elke ontmoeting met de politieke autoriteiten in Vietnam worden deze onderwerpen aangesneden. Ook wanneer Europese diplomaten vooraanstaande figuren ontmoeten (en dit gebeurt toch geregeld) wordt het thema ten berde gebracht. Nu BelgiŽ deel uitmaakt van de Trojka, zal de dialoog met de Vietnamese regering worden vervolgd, opdat verdere resultaten op het stuk van de eerbiediging van de mensenrechten worden geboekt.