Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-30

ZITTING 2000-2001

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 1096 van mevrouw Van Riet d.d. 16 januari 2001 (N.) :
Nucleaire noodplanning. Jodiumtabletten. Sensibilisering.

Bij een ernstig kernongeval treedt er een noodplan in werking. Maar ook de burger zelf kan, om bij een nucleaire catastrofe erger te voorkomen, voorzorgsmaatregelen nemen. En daarvan is het innemen van jodiumpillen, waardoor radioactieve besmetting van de schildklier en, op langere termijn schildklierkanker en andere aandoeningen, kan worden voorkomen.

In dit kader is het van cruciaal belang dat de burgers in een straal van 10 tot 20 kilometer rond een nucleaire site preventief jodiumpillen in huis halen. De pillen zijn gratis bij de apotheker verkrijgbaar.

Uit eerste gegevens blijkt evenwel dat de aanbeveling van de overheid om jodiumtabletten in huis te halen lang niet massaal wordt opgevolgd. Op basis van facturen, die door de tarificatiediensten voor rekening van de apothekers bij Binnenlandse Zaken werden ingediend, blijkt immers dat slechts n gezin op twee effectief jodiumpillen in huis heeft gehaald.

Het komt me voor dat de overheid meer inspanningen zal moeten doen om deze respons gevoelig te doen stijgen. En van de redenen waarom slechts de helft van de omwonenden van nucleaire centrales de aanbeveling heeft gevolgd heeft allicht te maken met het feit dat er nog maar n informatie- en sensibiliseringscampagne werd gevoerd. Dit lijkt mij, zeker als het om een zo belangrijke materie als noodplanning gaat, veel te weinig. Een goede noodplanning staat of valt met informatie en sensibilisering. Een nieuwe campagne dringt zich meer dan ooit op.

Kan de geachte minister mij antwoorden op volgende vragen :

Kan hij deze cijfers bevestigen ?

Oordeelt hij dat dit cijfer voldoende is ? Zo niet, wordt er dan een nieuw initiatief (bijvoorbeeld een informatie- en/of sensibiliseringscampagne) overwogen en op welke termijn ?

Oordeelt hij dat er, los van een campagne met betrekking tot jodiumtabletten, ook over andere thema's die in relatie staan met nucleaire activiteiten frequenter met de bevolking in de omgeving van nucleaire sites moet gecommuniceerd worden ?