2-198/1

2-198/1

Belgische Senaat

ZITTING 1999-2000

25 NOVEMBER 1999


Voorstel van resolutie over TsjetsjeniŽ

(Ingediend door de heer Georges Dallemagne)


De Senaat,

A. De uitdrukkelijke wens uitsprekende dat de samenwerking met Rusland inzake integratie en economische samenwerking wordt versterkt en dat tevens de stabiliteit en de veiligheid in Europa en buiten de Europese grenzen wordt behouden;

B. Uiterst bezorgd om de nieuwe escalatie van het conflict in TsjetsjeniŽ dat volgt op de crisis in Dagestan en meer bepaald om de herhaalde en ongerichte aanvallen op de burgerbevolking;

C. De nadruk leggende op de territoriale integriteit van de Russische Federatie;

D. Herhalende dat Rusland volgens zijn overeenkomst met de Europese Unie verplicht is de rechten van de mens en de democratische waarden in acht te nemen;

E. Geschokt door de humanitaire toestand die het gevolg is van de militaire operaties die in TsjetsjeniŽ aan de gang zijn en door het overdreven gebruik van geweld, dat leidt tot een voortdurende stijging van het aantal burgerslachtoffers, flagrante en grootschalige schendingen van het humanitair recht en de vlucht van 350 000 personen, van wie er bijna 200 000 hun heil hebben gezocht in IngoesjetiŽ;

F. Vaststellende dat de situatie van die vluchtelingen, die verstoken blijven van onderdak, voedsel en medische verzorging en die in steeds twijfelachtiger sanitaire omstandigheden leven, onverdraaglijk is en op de rand van de humanitaire ramp belanceert;

G. Bezorgd om het lot van de Tsjetsjeense vluchtelingen en om de herhaalde pogingen vanwege de Russische overheid om ze aan de Tsjetsjeense grens tegen te houden;

H. Verheugd over de belangrijke inspanningen die de buurlanden van TsjetsjeniŽ leveren om de vluchtelingen op te vangen;

I. Beseffende dat door de oorlog in TsjetsjeniŽ niet enkel de streek van de noordelijke Kaukasus wordt gedestabiliseerd maar dat bovendien de democratie, de rechtsbepalingen en de economische hervormingen in de Russische Federatie op het spel worden gezet;

J. Noterende dat de Russische Doema na de eerste lezing de nieuwe begroting heeft goedgekeurd, die het budget van het Russische leger verhoogt met 1 miljard dollar, bedoeld om het Tsjetsjeense conflict te financieren;

K. Vaststellende dat tussen nu en december voor de financiering van die militaire operaties 450 tot 600 miljoen dollar zal zijn uitgegeven, wat neerkomt op het jaarlijkse budget van volksgezondheid of de helft van het in 2000 voor onderwijs bestemde budget;

L. Vaststellende dat het IMF in september besloten heeft de storting van een deel van een lening van 640 miljoen dollar op te schorten;

M. De slotverklaring overwegende van de topontmoeting van de OVSE in Istanboel, die herhaalt dat er absoluut een politieke oplossing dient te komen in TsjetsjeniŽ en dat men de nodige voorwaarden moet creŽren opdat de internationale organisaties humanitaire hulp kunnen bieden, aangezien Rusland zijn belofte op dat vlak niet nakomt;

N. Overwegende dat bij die gelegenheid een nieuw verdrag is ondertekend met betrekking tot de conventionele strijdkrachten in Europa, verdrag dat voor alle categorieŽn van wapens nationale en territoriale maxima vastlegt die tot doel hebben de overdreven concentratie van wapens in bepaalde gebieden te voorkomen en dat voor Rusland de maxima voor de ę zone van de zuidelijke flanken Ľ heeft verhoogd;

O. Vaststellende dat Rusland al die maxima overschrijdt en dus het pas ondertekende CSE-Verdrag schendt;

P. Overwegende dat de OVSE een ę Handvest voor de veiligheid in Europa Ľ heeft aangenomen, dat bepaalt dat de deelnemende Staten verantwoordelijk zijn voor hun burgers en met betrekking tot elkaar wat betreft het in acht nemen van de verbintenissen die zij zijn aangegaan in het kader van de OVSE,

1. vraagt dat de opmars van de Russische strijdkrachten in TsjetsjeniŽ onmiddellijk wordt stopgezet en dat er een constructieve dialoog wordt opgebouwd met de wettelijke vertegenwoordigers van TsjetsjeniŽ, zonder dat daartoe voorafgaande onredelijke voorwaarden worden gesteld; veroordeelt streng de Russische militaire interventie in TsjetsjeniŽ;

2. vraagt alle partijen die bij het conflict betrokken zijn het humanitair recht na te leven;

3. veroordeelt alle in TsjetsjeniŽ en elders gepleegde terroristische daden en vraagt de Russische overheid al het mogelijke te doen om deze daden op te helderen en de daders van die terroristische aanslagen te vervolgen;

4. verzoekt de regering van de Russische Federatie de bemiddeling te aanvaarden van de Europese Unie of van om het even welke andere internationale organisatie die door de twee partijen wordt aanvaard en vraagt of men snel een bezoek aan het gebied kan organiseren voor de voorzitter van de OVSE;

5. verzoekt de Russische overheid onverwijld af te zien van elke nieuwe actie gericht tegen de Tsjetsjeense burgerbevolking;

6. verzoekt BelgiŽ, de lidstaten van de Europese Unie, de OVSE, de Verenigde Naties en de internationale financiŽle instellingen nieuwe maatregelen te overwegen indien Rusland niet onmiddellijk zijn militaire aanvallen op de burgerbevolking staakt en weigert aan de onderhandelingen deel te nemen;

7. verzoekt meer bepaald de Europese Unie de uitvoering van de economische onderdelen van het TACIS-programma op te schorten indien Rusland zijn aanvallen niet stopzet;

8. verzoekt de Russische regering en alle geldschieters en internationale financiŽle instellingen de grootst mogelijke transparantie te waarborgen en er zo voor te zorgen dat Rusland geen internationale kredieten gebruikt om het conflict in TsjetsjeniŽ voort te zetten;

9. verzoekt de Belgische regering dringend de nodige humanitaire hulp te sturen naar de burgerslachtoffers in TsjetsjeniŽ alsook naar degenen die naar de buurlanden zijn gevlucht en vraagt de Russische overheid in dat verband het gebied open te stellen voor de internationale hulporganisaties;

10. benadrukt het feit dat BelgiŽ en de Europese Unie in de regio wezenlijke humanitaire hulp kunnen bieden dank zij internationale organisaties zoals het Hoog Comitť voor de vluchtelingen, het Internationaal Comitť van het Rode Kruis en andere niet-gouvernementale organisaties die de regio goed kennen;

11. verzoekt de Belgische regering het idee te steunen om een conferentie te organiseren over de stabiliteit in de Kaukasus, die zou dienen als een forum voor het oplossen en voorkomen van conflicten en nodigt hierbij alle betrokken partijen op om aan die conferentie deel te nemen;

12. vraagt deze resolutie mee te delen aan de lidstaten van de Europese Unie, aan de OVSE, aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, aan de Russische Doema en aan de Russische Federale Raad, alsook aan de autoriteiten van TsjetsjeniŽ, Dagestan en IngoesjetiŽ.

Georges DALLEMAGNE.