Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-8

16 JANUARI 1996

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ≠ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 52 van de heer Anciaux d.d. 24 november 1995 (N.) :
Strijd tegen de vrouwenarbeid in de gemeente Sint-Joost-ten-Node.

De onmenselijke en vernederende toestanden binnen de internationale handel in vrouwen is een hedendaagse vorm van slavernij die door elk rechtschapen mens en door elke democratische rechtsstaat zwaar moet worden bestreden. Nochtans merken we dat dit niet steeds efficiŽnt gebeurt. De corruptie en omkoping van ambtenaren en politiemensen moet onder ogen gezien worden als een mogelijke realiteit. Deze mensenhandel is bovendien nauw verbonden met de prostitutie. In dit kader doen zich soms onaanvaardbare toestanden voor. Uit tal van informatie blijkt dat in de officiŽle sociale huisvestingsmaatschappij van de gemeente Sint-Joost-ten-Node, prostitutie-activiteiten op grote schaal worden toegelaten. Klaarblijkelijk wordt het aanzetten tot ontucht en het bevorderen van handel in illegaal verblijvende vrouwen hier op geen enkele wijze aangepakt.

Is de geachte minister op de hoogte van deze feiten ? Zal hij stappen ondernemen om deze zaak grondig te laten onderzoeken ? Zal hij onderzoeken of het plaatselijk politiekorps zich in deze schuldig maakt aan het passief gedogen van illegale praktijken ? Welke maatregelen zullen overwogen worden om de onaanvaardbare feiten van vrouwenhandel in deze huisvestingsmaatschappij aan banden te leggen ? Kan de geachte minister meedelen of er nog andere praktijken van vrouwenhandel binnen andere huisvestingsmaatschappijen kenbaar zijn ?