1-58
COM

1-58
COM

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales des réunions publiques de commission

Handelingen van de openbare commissievergaderingen

COMMISSION DES AFFAIRES INSTITUTIONNELLES

COMMISSIE VOOR DE INSTITUTIONELE AANGELEGENHEDEN

SÉANCE DU JEUDI 7 NOVEMBRE 1996

VERGADERING VAN DONDERDAG 7 NOVEMBER 1996

(Vervolg-Suite)

VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER LOONES AAN DE EERSTE MINISTER EN AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN OVER « DE SUBSIDIERING VAN EEN NIEUWE FRANSTALIGE KLEUTERSCHOOL IN 'S GRAVENVOEREN »

DEMANDE D'EXPLICATIONS DE M. LOONES AU PREMIER MINISTRE ET AU VICE-PREMIER MINISTRE ET MINISTRE DE L'INTÉRIEUR SUR « LE SUBVENTIONNEMENT D'UNE NOUVELLE ÉCOLE MATERNELLE FRANCOPHONE À FOURON-LE-COMTE »

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Loones aan de Eerste minister en aan de Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over « de subsidiëring van een nieuwe Franstalige kleuterschool in 's Gravenvoeren ».

Het woord is aan de heer Loones.

De heer Loones (VU). ­ Mijnheer de Voorzitter, ik weet dat de Eerste minister verveeld zit met onze vragen om uitleg, maar ik bevind mij eigenlijk in een gelijkaardige positie. Na wat er gebeurd is in Voeren, heb ik onmiddellijk een verzoek tot het stellen van een vraag om uitleg ingediend. Ondertussen werd deze materie reeds besproken in de Kamer. Wij kennen dus al het antwoord van de Eerste minister. Het was een klassiek antwoord. Ik verwacht vandaag een meer inhoudelijk antwoord. Ik zal mijn vraag zo formuleren dat de Eerste minister niet verzocht wordt op te treden als een « Belgische schoonmoeder » en zeker niet om toe te zien op de uitoefening van bevoegdheden die zijn overgedragen. Ik wil wel ingaan op de betrokkenheid van de federale Regering en de Eerste minister confronteren met verklaringen die hij aflegde naar aanleiding van het verloren-maandagakkoord. Ik wil in dat verband verwijzen naar een paragraaf uit het antwoord van de Eerste minister waarin hij het heeft over bevoegdheidsoverschrijding.

De Vlaamse minister-president Van den Brande, schreef destijds in verband met het akkoord over Voeren een brief aan de Eerste minister. In zijn antwoord op vragen dienaangaande, onder meer van mij, maar ook van leden van de CVP-fractie, heeft de Eerste minister naar drie brief verwezen. Ik citeer : « Ik heb inderdaad een schrijven gekregen van de Vlaamse minister-president Van den Brande waarin hij een aantal verduidelijkingen vraagt. In het kader van de federale loyauteit heb ik hem geantwoord, niet-tegenstaande hij vragen stelde over een aangelegenheid die duidelijk onder de federale bevoegheid valt. Ik heb hem dat antwoord gisteren bezorgd. Ik zal het hier nu voorlezen ». Het is dus blijkbaar mogelijk bevoegdheidsgrenzen te overschrijden in het kader van de federale loyauteit. Zonder enige pretentie willen wij de Eerste minister vragen tegenover de leden van het Parlement dezelfde houding aan te nemen als tegenover de Vlaamse minister-president.

Ik breng zeer kort in herinnering waarover het gaat. In het weekend van 22 september jonstleden werd in het Vlaamse 's Gravenvoeren een nieuwe Franstalige kleuterschool geopend, met inbegrip van een feestzaal. De school en de feestzaal zouden 20 miljoen gekost hebben en betaald zijn door de Franse Gemeenschap, bij de opening vertegenwoordigd door de gemeenschapsministers Laurette Onkelinx en Jean-Pierre Grafé. De Franse Gemeenschapsregering schendt door dit optreden eens te meer op flagrante wijze de basisprincipes van ons federaal bestel. Investeringen van de Franse Gemeenschapsregering in Voeren zijn een schending van het territorialiteitsbeginsel.

Ter gelegenheid van de opening zou de oud-burgemeester van Voeren hebben verklaard dat de bouw van de school en de feestzaal past in het akkoord dat na de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 met de Regering werd gesloten. Uiteraard heeft dit betrekking op het zogenaamde verloren-maandagakkoord van 9 januari 1995. Er zouden volgens hem trouwens nog andere initiatieven komen. Wij stellen ons daarbij ernstig vragen, ten eerste over het akkoord zelf. Gaat het hier over het verloren-maandagakkoord of gaat het over een ander geheim akkoord ? Wij vermoeden dat hier niet het verloren-maandagakkoord of het koninklijk besluit en de circulaire van 9 januari 1995 wordt bedoeld omdat zowel de Eerste minister als de minister van Binnenlandse Zaken met klem hebben volgehouden dat er geen enkele inhoudelijke wijziging was gebracht aan de bevoegdheidsregeling. Er werd overigens beweerd dat dit akkoord een lege doos was, zowel wat betreft de bevoegdheid van de gouverneurs ­ maar daar hebben wij het vandaag niet over ­ als wat betreft de beruchte « antennes ». Het is juridisch belangrijk te weten dat deze antennes alleen kunnen worden opgericht door de bevoegde gemeenschappen of gewesten. Daarover gaat het ook vandaag. Ik verwijs naar de mondelinge vragen en vragen om uitleg die daarover destijds in de Senaat zijn gesteld.

Ik verwijs naar de mondelinge vraag die ik op 11 januari 1995 tot de Eerste minister heb gericht, kort na het bewuste akkoord. Ik vroeg toen of de Eerste minister, of de woordvoerder van de Regering ­ minister Vande Lanotte zei toen uitdrukkelijk te spreken namens de Regering ­ ondubbelzinnig kon bevestigen dat het Waalse Gewest of de Franstalige Gemeenschap zonder samenwerkingsovereenkomst met Vlaanderen geen enkele bevoegdheid heeft om op te treden in Voeren. Dit was een zeer precieze vraag waarop een zeer precies antwoord is gegeven. Minister Vande Lanotte verklaarde namens de Eerste minister en namens de hele Regering : « Ten tweede bevestigt de Regering dat het Waalse Gewest en/of de Franse Gemeenschap in Voeren enkel kunnen optreden op basis van een samenwerkingsakkoord met de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. » Hierbij werd de nadruk gelegd op enkele juridische specificaties.

Vervolgens verwijs ik ook naar de vraag om uitleg die in de Senaat op 19 januari 1995 werd gesteld door de heer Vandenberghe, de huidige fractievoorzitter van de voornaamste partij. Hij wees op interpretatieproblemen in verband met de woorden « bevoegde gemeenschappen en gewesten » en « de steunpunten of antennes ». Tevens verwees hij naar de bezorgdheid van de Vlaamse Regering en bevestigde hij uitdrukkelijk de interpretatie betreffende de « bevoegde gemeenschappen en gewesten ». Hij verwees in dit verband ook naar teksten van Franstalige grondwetspecialisen zoals de heren Delperée en Van Orshoven die stellen dat volgens het territorialiteitsbeginsel alleen het desbetreffende gewest of de desbetreffende gemeenschap kan optreden.

Ik ga niet dieper in op de specificaties omdat de Eerste minister die ook niet betwist. Ik heb in het antwoord op de vraag om uitleg in de Kamer gelezen dat de Eerste minister uitdrukkelijk stelt dat dit steunpunt, de nieuwe school, feestzaal of hoe men het ook noemt, geen « antenne » kan zijn in de zin van het Voerenakkoord, ook wel het verloren-maandagakkoord genoemd.

Ten eerste wil ik de volgende vraag graag herhalen. Bevestigt de Eerste minister de oorspronkelijke interpretatie die gegeven werd aan de benaming « antenne » ? Bevestigt de Eerste minister dat wanneer er vanuit de Franstalige Gemeenschap steun wordt gegeven aan een Franstalig schooltje in Voeren, dit niet kan vallen onder het uitgewerkte akkoord en dat met andere woorden de oud-burgemeester van Voeren en een deel van de pers die zijn stelling hebben overgenomen, verkeerd interpreteren ? Ik meen dat de Eerste minister hier gemakkelijk op kan antwoorden, want ik heb zijn stelling reeds vernomen via het antwoord dat hij heeft gegeven in de Kamer.

Ten tweede, bestaat er een ander akkoord waarop men zich baseert ? Ook dit wordt immers beweerd. Bestaat er een verborgen akkoord waarin de federale Regering zegt dat zulke investeringen kunnen ? Was de federale Regering op de hoogte van de investeringen ? Passen de betreffende bouwwerken in een of ander akkoord dat met de federale Regering werd gesloten ? Tussen welke partijen zou dit dan wel overeengekomen zijn ?

Ten derde vraag ik een antwoord dat meer omhelst dan alleen maar juridische bepalingen. Ik doe hierbij geen beroep op een eventuele voogdij van de federale Regering, maar het probleem moet toch ergens worden besproken. Men kan niet verwachten dat het Arbitragehof en de Raad van State voor alles en nog wat worden ingeschakeld. Zowel het kabinet van minister-president Van den Brande als de schepen van Voeren, de heer Broers, hebben een oproep gedaan om een overlegvergadering te houden over dit soort problemen. Heeft de Eerste minister de intentie op dit vlak een initiatief te nemen vanuit de federale Regering ? Indien dit niet het geval is, welke andere mogelijkheden zijn er dan om deze toestand te regelen ?

Ten slotte herhaal ik wat ik bij de aanvang van mijn betoog heb gezegd. Van de architect van een constructie mag toch worden verwacht dat hij er een bepaalde mening op nahoudt over de afhandeling van de problemen. Het is hierbij helemaal niet de bedoeling een soort voogdij uit te oefenen. Het is echter wel de bedoeling klaarheid te scheppen, los van de bekende kanalen. Het is immers niet nodig zich voor elk detail tot het Arbitragehof te wenden wanneer er personen kunnen worden geconsulteerd die het tot stand komen van de teksten van nabij hebben gevolgd.

M. le Président. ­ La parole est à M. Happart.

M. Happart (PS). ­ Monsieur le Président, je suis évidemment impatient d'entendre la réponse du Premier ministre à cette demande d'explications.

Je tiens à rappeler que la construction de la salle et de l'école a été réalisée dans le respect des lois sur l'aménagement du territoire et qu'un permis de bâtir en bonne et due forme a été délivré. Il ne s'agit donc pas d'une construction réalisée dans l'ombre.

Cette infrastructure ne fait que répondre à la demande croissante de la population scolaire de Fouron qui est d'ailleurs en augmentation de 5 p.c. cette année dans les écoles francophones.

Malgré la pression exercée par la tutelle sur la commune, l'activité francophone continue donc à se développer normalement à Fouron, ce qui prouve à nouveau que les essais d'annexion de la commune de Fouron réalisés par le Limbourg et par la Flandre n'ont pas abouti.

Après la réponse du Premier ministre, je reviendrai évidemment sur quelques explications complémentaires et sur la manière dont je ressens la tutelle flamande sur une commune qui ne la reconnaît pas.

M. le Président. ­ Monsieur Happart, je vous rappelle que vous intervenez dans le cadre d'une demande d'explications. Dès lors, si vous souhaitez émettre un quelconque commentaire supplémentaire, je vous saurai gré de le faire maintenant car vous n'aurez plus droit à une réplique après la réponse du Premier ministre. Seul M. Loones aura cette faculté.

M. Happart (PS). ­ Monsieur le Président, je croyais que j'avais le droit de répliquer comme tout autre intervenant. Je vais donc poursuivre mon propos, élargir le débat et vous livrer quelques réflexions.

En cette fin de siècle, un certain nombre de problèmes se posent à travers le monde. Un débat sur les appartenances culturelles ancestrales, ethniques ou autres, ressurgit un peu partout, que ce soit en Afrique, en Europe ou ailleurs.

Si, à une certaine époque, des dominants ont imposé leurs vues ou l'une ou l'autre doctrine à des populations plus faibles, nous constatons aujourd'hui qu'après dix, vingt ou deux cents ans, ces populations réaffirment leur appartenance à leur propre communauté, que ce soit en Corse, en Afrique, en ex-Yougoslavie ou en ex-URSS.

M. Dehaene, Premier ministre. ­ J'espère que vous avez consulté Eltsine sur ce qui se passe dans les Fourons !

M. Happart (PS). ­ Vous pouvez en rire, monsieur le Premier ministre, mais ce n'est pas votre attitude qui fera changer d'avis la population francophone majoritaire à Fouron.

Je prends les choses au sérieux, et je ne voudrais pas que l'on attende qu'un drame survienne dans la commune de Fouron pour enfin reconnaître et écouter la majorité francophone de cette commune qui, depuis plus de trente ans, tente d'expliquer à toutes les instances qu'on l'oblige à faire partie d'une communauté à laquelle elle ne veut pas adhérer. Depuis trente ans, cette population majoritaire tente de l'expliquer à chaque échéance électorale.

En son temps, nous avons fait de nombreuses propositions d'appartenance birégionale et de consensus. Malheureusement, elles n'ont pas abouti. De nombreux organes de justice ont été créés : Cour d'arbitrage, chambres flamandes du Conseil d'État, etc. Le problème fondamental n'a été modifié en rien.

La problématique des Fourons mérite d'être examinée. En effet, pourquoi la majorité de la population continue-t-elle à refuser une culture qui lui est imposée depuis trente ans ? La réponse est simple : cette population ressent incontestablement un malaise.

Les souhaits de la majorité francophone et ceux de la minorité flamande doivent être rencontrés. Notre intention n'est pas de nier la présence de cette minorité flamande à Fouron. La majorité francophone ne doit toutefois pas pour autant être ignorée.

Nous devons faire en sorte que la tension diminue. Le problème doit par ailleurs être examiné sérieusement. Je répète que la situation majoritaire des francophones doit être reconnue. La population francophone de Fouron subit continuellement des attaques et les mandataires communaux rencontrent quotidiennement des difficultés de gestion causées par l'attitude de la tutelle qui refuse de reconnaître qu'il y a une autre manière d'envisager le problème de Fouron.

J'espère qu'aucun drame ne se produira. En effet, si la situation est calme actuellement, une catastrophe peut toujours survenir. J'aimerais dès lors que nous puissions discuter sérieusement et sereinement de ces problèmes. Je souhaite que nous puissions trouver une solution qui agréera à la fois la population francophone et la population néerlandophone. Pour y parvenir, il faudra néanmoins reconnaître que la population fouronnaise est géographiquement, économiquement et culturellement wallonne. Aucune loi ne changera cette évidence si la population ne le souhaite pas. Les événements survenus au cours des trente-trois dernières années prouvent à suffisance le refus de la majorité de la population face à une situation artificiellement créée. J'aimerais donc que, réunis autour d'une table, nous ayons un jour le courage d'aborder ces réalités afin qu'une solution soit trouvée.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Van Hauthem.

De heer Van Hauthem (Vl. Bl.). ­ Mijnheer de Voorzitter, de Eerste minister heeft de gave om zelfs voor materies die hem niet interesseren een oplossing te vinden in de hoop dat daarmee de zaak geregeld is. Vaak hangt die oplossing dan met haken en ogen aan mekaar. Ook het verloren-maandagakkoord is daar een voorbeeld van. Bij de totstandkoming van dat akkoord hebben wij de Eerste minister gewaarschuwd dat het probleem vroeg of laat opnieuw zou opduiken.

Het verloren maandagakkoord bestond enerzijds uit een koninklijk besluit en anderzijds uit een omzendbrief. Dat koninklijk besluit is aanhangig bij de Raad van State. Het advies dat de auditeur bij de Raad van State hierover een paar maanden geleden uitbracht, was overigens vernietigend. Tussen haakjes, waarop wacht de Raad van State om een definitieve uitspraak te doen ?

De omzendbrief van de minister van Binnenlandse Zaken, gericht aan de arrondissementscommissaris van Moeskroen en de adjunct-arrondissementscommissaris van Voeren, heeft het over de oprichting van zogenaamde « antennes ».

Toen de Eerste minister over dat akkoord werd geïnterpelleerd, evenals de Vlaamse minister-president, die de zwarte piet toegeschoven kreeg en de stommiteit van Dehaene maar moest verdedigen in het Vlaams Parlement, was het antwoord dat er niets aan de hand was en dat het akkoord een lege doos was. Waarom werd het dan gesloten ?

De kwestie van de antennes zag er vrij eenvoudig uit. Op het grondgebied van het Vlaamse Gewest zou alleen de Vlaamse Gemeenschap een antenne kunnen oprichten, tenzij er in het kader van een samenwerkingsakkoord aan de andere gemeenschap wordt toegestaan ook een antenne op te richten.

Uit verklaringen naar aanleiding van de opening van de Franstalige kleuterschool in 's Gravenvoeren in het weekend van 21 en 22 september blijkt dat de Franstaligen deze school effectief beschouwen als een antenne. Indien de Franstalige kleuterschool in 's Gravenvoeren inderdaad een antenne is, dan zou ik de Eerste minister graag horen verklaren dat dit flagrant in strijd is niet alleen met de vigerende wetgeving, maar ook met de omzendbrief in dit verband van 9 januari 1995 van Vice-Eerste minister Vande Lanotte.

Dat de voorzitter van de Franse Gemeenschapsregering, mevrouw Onkelinx, aanwezig was bij de opening van die school, noem ik een provocatie op zich. Maar goed, dat zijn wij gewend. De aanwezigheid van de heer Grafé, een minister van een gewest dat helemaal niets met Voeren te maken heeft, en de verklaringen van al deze excellenties en van de oud-burgemeester van Voeren, toonden maar al te goed aan dat de Franstaligen deze school effectief als een antenne zien.

Mijn concrete vraag is dan ook of de Eerste minister niet meent dat de vigerende wetgeving en de letter en de geest van het verloren-maandagakkoord door de Franse Gemeenschap flagrant worden geschonden. Indien ja, is het dan niet nuttig dat de Eerste minister zijn coalitiepartners, en meer bepaald de Parti socialiste, herinnert aan de precieze interpretatie van het verloren-maandagakkoord ?

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de Eerste minister.

De heer Dehaene, Eerste minister. ­ Mijnheer de Voorzitter, ten eerste kan ik in verband met het gebruik van het woord « antenne » naar aanleiding van de opening van de school in Voeren alleen bevestigen wat ik reeds in de Kamer heb gezegd, namelijk dat het hier om een totaal oneigenlijk gebruik gaat. Dit woord en zijn betekenis, zoals opgenomen in de circulaire en het koninklijk besluit van begin 1995 zijn hier op geen enkele manier van toepassing. Het gaat hoegenaamd niet over een « antenne » in de betekenis die wij aan het woord hebben gegeven.

Ten tweede valt het feit zelf van de opening van de school volkomen onder de bevoegdheid van de gemeenschappen. De federale overheid heeft op dit punt geen enkele bevoegdheid. In ons systeem van exclusieve bevoegdheden is geen enkele interferentie mogelijk. Ik voel mij dan ook niet geroepen op dit punt enige vorm van voogdij uit te oefenen.

Ten derde, indien er in verband met onderwijs een probleem rijst, dan kan het gaan hetzij om een belangenconflict, hetzij een bevoegdheidsconflict. In het overlegcomité zijn wij overeengekomen dat bevoegdheidsconflicten door de daartoe bevoegde instanties worden onderzocht. Het is immers niet goed dergelijke conflicten op een politieke manier op te lossen. In dit geval gaat het niet om een decreet. De problematiek zal dus eerder aan de Raad van State moeten worden voorgelegd. Er werd geen beroep gedaan op het overlegcomité om deze problematiek te behandelen en, voor zover ik weet, werd evenmin een beroep ingediend bij de Raad van State. Ik kan dit alleen maar vaststellen.

Zoals ik ook in de Kamer heb gezegd, vereist de federale loyauteit dat de regels in alle faciliteitengemeenten op dezelfde manier worden toegepast. Wie hier het probleem aankaart, moet ook weten in welke andere situaties een discussie op gang kan worden gebracht. Dit is echter enkel een randbemerking.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Loones.

De heer Loones (VU). ­ Mijnheer de Voorzitter, ik zal uiteraard niet ingaan op wat de heer Happart heeft gezegd. Wij willen niet teruggaan tot wat in 1963 wettelijk werd geregeld. Na deze grote geloofsbelijdenis over democratie en nationalisme ben ik wel benieuwd wat de verkiezingen van het jaar 2000 in Voeren zullen brengen voor de, volgens de heer Happart, kleine minderheid Nederlandstaligen.

Ik dank de Eerste minister voor zijn antwoord, waaruit zeer duidelijk blijkt dat de financiering door de Franstalige Gemeenschap van het Franstalige kleuterschooltje in Voeren onwettig is. De Eerste minister heeft niet geantwoord op mijn vraag of er misschien nog een ander verborgen akkoord bestaat waarop men zich beroept. Ik leid daaruit af dat er geen ander akkoord is. Ook in de pers werd trouwens uitdrukkelijk verwezen naar het verloren-maandagakkoord en naar het begrip « antenne ».

Ik wil nog even ingaan op de wijze waarop dergelijke conflicten moeten worden geregeld. Ons systeem zit moeilijk in elkaar. Wij zullen evenwel voortdurend worden geconfronteerd met personen die het recht in eigen handen nemen. Ik vraag mij af wat er zou gebeuren als wij in Vlaanderen dezelfde houding aannemen. De Eerste minister zegt trouwens zelf dat dit wel eens het voorbeeld zou kunnen zijn voor initiatieven aan de overzijde.

De heer Dehaene, Eerste minister. ­ Ik alludeer op bestaande toestanden.

De heer Loones (VU). ­ Ik veronderstel dat de Premier het heeft over het schooltje in Komen. Er zouden echter nog andere initiatieven kunnen komen waarbij men de grondwettelijke regels wel eens op zijn manier zou kunnen interpreteren. Voor de ene zijde is dat een verontrustende, voor de andere een hoopgevende evolutie in ons staatsbestel.

M. Happart (PS). ­ Il ne s'agit pas d'une école communale, mais d'une école de la Communauté française.

De heer Loones (VU). ­ Dat was het onderwerp van de interpellatie van mevrouw Leduc, die het meer specifiek zou hebben over de onderwijsbevoegdheid. Ik neem aan dat de Eerste minister ook daarop zou hebben geantwoord dat hij op dit terrein geen enkele bevoegdheid heeft.

De Voorzitter. ­ Dames en heren, mevrouw Leduc, die over hetzelfde onderwerp een vraag om uitleg wilde stellen, is niet aanwezig. Ik veronderstel echter dat de Eerste minister impliciet ook haar vraag heeft beantwoord.

Tot besluit van de vraag om uitleg van de heer Loones heb ik twee moties ontvangen.

De eerste, ingediend door de heer Van Hauthem, luidt :

« De Senaat,

Gehoord de vraag om uitleg van de heer Loones,

Gehoord het antwoord van de Eerste minister,

­ Is van oordeel dat de nieuwe Franstalige school in Voeren ook dienst doet als een « antenne » van de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest;

­ Is bijgevolg van oordeel dat zulks indruist tegen de vigerende wetgeving en meer bepaald tegen de ministeriële omzendbrief van de minister van Binnenlandse Zaken aan de arrondissementscommissaris van Moeskroen en de adjunct-arrondissementscommissaris van Voeren van 9 januari 1995, aangezien deze « antenne » werd opgericht zonder samenwerkingsakkoord;

Verzoekt de Franse Gemeenschapsregering en de Waalse Gewestregering deze « antenne » op te doeken. »

De tweede, ingediend door de heren Vandenberghe en Erdman, luidt :

« De Senaat,

Gehoord de vraag om uitleg van de heer Loones aan de Eerste minister over « de subsidiëring van een nieuwe Franstalige kleuterschool in 's Gravenvoeren » en het antwoord van de Eerste minister,

Gaat over tot de orde van de dag. »

« Le Sénat,

Ayant entendu la demande d'explications de M. Loones au Premier ministre sur « le subventionnement d'une nouvelle école maternelle francophone à Fouron-le-Comte » et la réponse du Premier ministre,

Passe à l'ordre du jour. »

Wij stemmen later in plenaire vergadering over de gewone motie, die de voorrang heeft.

Nous procéderons ultérieurement en séance plénière au vote sur la motion pure et simple qui bénéficie de la priorité.

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

Dames en heren, de agenda van de openbare vergadering van de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden is afgewerkt.

L'ordre du jour de la réunion publique de la commission des Affaires institutionnelles est ainsi épuisé.

De vergadering is gesloten.

La séance est levée.

(De vergadering wordt gesloten om 10 h 40 m.)

(La séance est levée à 10 h 40 m.)