Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-84

van Stephanie D'Hose (Open Vld) d.d. 14 oktober 2019

aan de minister van Begroting en van Ambtenarenzaken, belast met de Nationale Loterij en Wetenschapsbeleid

Federale musea en federale wetenschappelijke instellingen (FWI) - Rapport van het Rekenhof - Bruikleen van kunstwerken en collecties - Betwisting - Recuperatie van werken

museum
Rekenhof (België)
kunstvoorwerp
publiek eigendom
cultureel erfgoed
lening
federale wetenschappelijke en culturele instellingen

Chronologie

14/10/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/11/2019 )
20/12/2019 Antwoord

Vraag nr. 7-84 d.d. 14 oktober 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De federale overheid staat in ons land nog steeds in voor vele prachtige collecties in diverse musea zoals het Museum voor Kunst en Geschiedenis, het Koninklijk Museum voor Midden Afrika en de musea voor schone kunsten. Aangezien in sommige musea tot 80 % van de collectie in archief of depot zit is een permanente follow-up aangewezen.

Het recente rapport van het Rekenhof «Cultureel en Wetenschappelijk patrimonium van de federale Staat» werpt heel wat vragen op.

Deze vragen betreffen onder meer de wijze waarop bruikleen in het verleden werd georganiseerd en de manier waarop de objecten achteraf worden gerecupereerd.

Volgende passage wijst op een gebrekkig beheer in het verleden: «Door onvoldoende documentatie (of verlies ervan) is er een probleem met de bruiklenen op lange termijn die in het verleden zijn toegekend. De federale wetenschappelijke instellingen (FWI) hebben geen volledig zicht op welke stukken bij derden aanwezig zijn. Ook kunnen zij bruiklenen die ze ontvangen hebben van derden, ten onrechte als eigen stukken in de inventaris hebben opgenomen. De FWI's trachten de (oude) depots in kaart te brengen en nieuwe contracten te sluiten. De contracten moeten niet alleen correct worden opgesteld, maar mogen bovendien geen interpretaties toelaten. De KBB kampt bijvoorbeeld met de vraag of een oorspronkelijk depot ondertussen niet is omgezet in een schenking.»

Wat het huidige beleid betreft, is het Rekenhof positiever: «De meeste FWI's hebben ondertussen procedures uitgewerkt zodat een object de instelling niet meer kan verlaten zonder overeenkomst, met de nodige documenten voor transport, verzekering en vaststelling van de staat.»

In de bijlage van het Rapport verwees de toenmalig bevoegde staatssecretaris naar het dossier Seneffe wat de bruikleen betreft. Hier kon luidens de betrokkene geen overeenstemming worden gevonden inzake de erkenning van het federale eigenaarschap en de duur van de bruikleen.

Transversaal karakter van de vraag: deze vraag betreft een transversale aangelegenheid met de Gemeenschappen (cultuur en media). De bescherming van ons cultuurpatrimonium is een gedeelde bevoegdheid waarbij het federale luik eerder de handhaving betreft, de federale musea en wetenschappelijke instellingen en het daarin opgenomen cultuurpatrimonium.

In dit kader had ik volgende vragen voor de geachte minister:

1) Hoe reageert u als huidige beleidsverantwoordelijke op volgende passage van het rapport van het Rekenhof: «De FWI's trachten de (oude) depots in kaart te brengen en nieuwe contracten te sluiten. De contracten moeten niet alleen correct worden opgesteld, maar mogen bovendien geen interpretaties toelaten. De KBB kampt bijvoorbeeld met de vraag of een oorspronkelijk depot ondertussen niet is omgezet in een schenking»?

2) Hoe reageert u als huidige beleidsverantwoordelijke op volgende passage van het rapport van het Rekenhof: «Door onvoldoende documentatie (of verlies ervan) is er een probleem met de bruiklenen op lange termijn die in het verleden zijn toegekend»?

3) Van welke kunstwerken en kunstcollecties die tot het patrimonium behoren van de federale Staat wordt het eigendomsrecht betwist? Om hoeveel voorwerpen gaat het? Kan u dit concreet en gedetailleerd toelichten?

4) Over welke kunstwerken en kunstcollecties, die vallen onder het patrimonium van de federale Staat, bestaan er twijfels bij de ontvangende instelling of bij de overheid of een oorspronkelijk depot ondertussen niet is omgezet in een schenking? Om welke werken gaat het?

5) Welke kunstwerken en kunstcollecties die tot het patrimonium behoren van de federale Staat werden voor onbepaalde duur in bruikleen gegeven? Om hoeveel voorwerpen gaat het? Kan u dit concreet en gedetailleerd toelichten?

6) Kan u meer specifiek betreffende het dossier van Seneffe meedelen waar deze collectie zich vandaag bevindt, van waar ze afkomstig is, en wat er momenteel nog steeds niet is uitgeklaard (eigendom, duur van bruikleen, terugkeer van de collectie, enz.)? Met wie u onderhandelt? Welke stappen werden en worden gezet om dit dossier te deblokkeren? Kan u dit uitvoerig toelichten? Kan u het tijdschema en de inhoud toelichten?

7) Kan u gedetailleerd meedelen welke stukken deel uitmaken van het dossier Seneffe? Wat is de oorsprong van deze collectie? Bestaan er vergelijkbare dossiers (grootte en waarde) waarin de eigendom van de bruikleen wordt betwist? Zo ja, kan u dit toelichten?

Antwoord ontvangen op 20 december 2019 :

1) De door het Rekenhof genoemde elementen zijn rijk aan informatie. Ter verdediging van de federale wetenschappelijke instellingen moet er echter aan worden herinnerd dat een deel van de door het Rekenhof aangevoerde elementen stamt uit het vroegere beheer van de FWI's. In het verleden werd de opname van kunstwerken in de collecties niet altijd met evenveel zorg en nauwkeurigheid geregistreerd zoals vandaag, waardoor het moeilijk kan zijn, zoals aangegeven door het Rekenhof, om een exact en nauwkeurig beeld te hebben van de in het verleden verstrekte langlopende bruiklenen. Maar dingen veranderen. De inventarisatie en de digitalisering van de collecties die momenteel door de FWI's worden uitgevoerd, met name dankzij de steun van de DIGIT-programma's 03 en 04, moeten het mogelijk maken in de toekomst completere en gedetailleerdere informatie te krijgen. Bovendien hebben de meeste FWI's speciale procedures ingesteld voor het registreren van collecties en bruiklenen, zodat een object een FWI niet langer kan verlaten zonder een specifieke bruikleenovereenkomst. Er is daarom een duidelijke tendens richting beter beheer van de collecties en bruiklenen.

2) Zoals ik heb aangegeven, is het verslag van het Rekenhof zeer informatief en het vestigt onze aandacht op bepaalde problemen, waaronder de kwestie van de documentatie van langlopende bruikleningen. Rekening houdend met de beperkingen, moet dit probleem zo goed mogelijk aangepakt worden. In dit verband is het voor FWI's niet altijd evident om in bepaalde gevallen de geschiedenis van bepaalde bruiklenen te reconstrueren, we betreuren immers gevallen waarbij geen bruikleenovereenkomst of geen volledige lijst van de stukken in bruikleen werd opgesteld. Dit maakt het moeilijk om deze situatie te regulariseren. Gezien de omvang van sommige collecties kan het werk bovendien aanzienlijk zijn. In een poging om collecties efficiënter te beheren, versterkt door het digitaliseringsproces van de collecties, proberen de FWI's de geschiedenis met betrekking tot de in het verleden verstrekte bruiklenen te reconstrueren.

3) Er zijn weinig betwistingen met betrekking tot het eigendomsrecht van kunstwerken of –collecties wat de federale Staat betreft. Op gerechtelijk vlak zijn er momenteel hierover geen procedures lopende. Wel wordt, zoals u zelf reeds in uw vraag opmerkt, het eigendomsrecht van een zilvercollectie van de KMKG die zich in het museum van Seneffe bevindt, door de Franse Gemeenschap betwist, zonder dat dit evenwel heeft geleid tot een gerechtelijk geschil. Ik verwijs voor verdere uitleg over deze collectie naar mijn antwoord op punten 6 en 7 van uw vraag.

4) Het probleem is niet zozeer dat er twijfel zou bestaan of depots van kunstwerken zouden zijn omgezet in schenkingen. In de mate dat depots steunen op een overeenkomst, kan er alleen maar sprake zijn van een omzetting wanneer er een geschrift is dat duidelijk aantoont dat depotgever zijn in depot gegeven stukken aan het museum schenkt. Wel zijn er, vooral in de 19de eeuw en dit op het vlak van archeologica, voorwerpen in musea geplaatst waarbij het niet duidelijk was wat de juridische aard van die plaatsing was. Dit was te wijten aan de grote verwevenheid van de musea met de archeologische verenigingen die de opgravingen organiseerden. Verschillende van de leden van die verenigingen waren ook medewerker van de betrokken musea, wat er toe leidde dat niet altijd het nodige onderscheid werd gemaakt tussen beide en er ook geen overdrachtdocumenten werden opgesteld.

5) Het is onmogelijk om een volledig en gedetailleeerd overzicht te geven van alle collectiestukken die voor onbepaalde duur in bruikleen werden gegeven. Bij wijze van voorbeeld kan verwezen worden naar de KMKG. Deze instelling heeft alleen al bijna 8000 voorwerpen in bruikleen gegeven aan 175 instellingen (dikwijls andere federale overheidsdiensten).

6) Momenteel bevinden er zich 11 objecten (zilver 18de eeuw) uit de collecties van de KMKG in het Kasteel van Seneffe (zilvercollectie Franse Gemeenschap).

Het betreft allemaal schenkingen van Pierre aan de KMKG op verschillende tijdstippen (1969, 1972, 1979, 1980). Ze werden officieel in ontvangst genomen door René De Roo, Hoofdconservator van de KMKG. Deze laatste gaf ze daarna bijna onmiddellijk in ‘eeuwigdurend bruikleen’ aan Claude d’Allemagne (verzamelaar, antiquair en beheerder collectie Seneffe). De informatie is gestaafd via schriftelijk archiefmateriaal. In 1978 ‘schenkt’ Claude d’Allemagne zijn persoonlijke zilvercollectie aan de Franse Gemeenschap, inclusief het 18de-eeuwse zilver van de KMKG. Sedert de ontdekking van dit langdurend bruikleen in 2012, op basis van archiefdocumenten, zijn er herhaaldelijk contacten met de Franse Gemeenschap geweest, echter zonder resultaat. De Franse Gemeenschap weigert de teruggave van de collectie aan de KMKG.

7) Het betreft de volgende objecten:

·         1-2      - Een paar zogenaamde 'financiële' fakkels – Inv. NIG 2013.009.004 (jaartal 1687)

·         3          - koffiezet met drie poten – Inv. NIG 2013 009 003

·         4          - koetsenklok – Inv. NIG 2013 009 001

·         5          - Bierpul – Inv. NIG 2013.009.002

·         6-9      - verzameling van vier lichtarmen – Inv. NIG 2013 009 005 (jaartal 1670)

·         10-11 - paar zilveren kandelaars (jaartal 1693) – Inv. AG 129 en AG 130

Deze inventarisnummers verwijzen naar de nummers die destijds door de KMKG aan de stukken werden toegekend. Seneffe hanteert haar eigen nummers voor deze objecten.

De zilvercollectie van de Franse Gemeenschap die zich in het Kasteel van Seneffe bevindt is deels gebouwd op basis van de schenking van de persoonlijke collectie van Claude d’Allemagne in december 1978, waarbij hij de objecten van de KMKG onterecht tot zijn persoonlijke verzameling heeft gerekend.

Er zijn mij geen gelijkaardige dossiers bekend.