Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-831

van André Frédéric (PS) d.d. 12 november 2020

aan de vice-eersteminister en minister van Justitie, belast met Noordzee

Schadelijke sektarische organisaties - Bestrijding - Klachten ingediend door de slachtoffers - Gerechtelijke opvolging - Coördinatie tussen de verschillende overheidsdiensten - Uitwisseling van informatie - Werking - Verbetering - Opleiding

religieuze sekte
gerechtelijk onderzoek
uitwisseling van informatie
politie
magistraat
virtuele gemeenschap
slachtoffer

Chronologie

12/11/2020 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 17/12/2020 )
2/4/2021 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-832

Vraag nr. 7-831 d.d. 12 november 2020 : (Vraag gesteld in het Frans)

In een uitzending van het RTBF-programma Investigation van 8 september 2020 met als titel "Dérives sectaires: victimes ŕ l'abandon" getuigden tal van slachtoffers van sektarische organisaties over wat ze in die sekten hebben meegemaakt.

Uit die getuigenissen blijkt dat het gevolg dat door justitie aan die klachten wordt gegeven problematisch is.

Het Belgische wettelijk kader, waaronder artikel 19 van de Grondwet, waarborgt de vrijheid van geloofsovertuiging. Het oprichten van een sekte is dus niet onwettig.

De enige manier om een sektarische organisatie aan te pakken is vaststellen welke manifeste inbreuken er gebeuren. Uit de verzamelde getuigenissen blijkt dat het gaat om misbruik van de zwakheid van personen, oplichting, afpersing, verduistering van geld, het onwettig uitoefenen van de geneeskunde, seksueel misbruik van minderjarigen, mensenhandel, enz.

In de mate dat die sekten zich meer en meer begeven op het gebied van fysiek en mentaal welzijn en gelet op de mogelijke schade op het vlak van de mentale gezondheid, is dit ook een zaak die raakt aan de bevoegdheden van de deelstaten. Aangezien sommige sekten hun eigen onderwijs verstrekken via het oprichten van scholen en bijgevolg als inrichtende macht zijn erkend en een overheidssubsidie ontvangen, is het duidelijk dat de deelstaten hierbij betrokken zijn.

Volgens de reportage neemt justitie de slachtoffers van sectaire ontsporingen veel te weinig au sérieux.

Tal van klachten krijgen geen gerechtelijk gevolg. Sektarische ontsporingen blijven momenteel dus ongestraft doorgaan.

De reportage hekelt ook het gebrek aan informatie-uitwisseling tussen de parketten en het Informatie- en Adviescentrum inzake de schadelijke sektarische organisaties (IACSSO) die de sektarische organisaties die actief zijn op ons grondgebied in kaart moet brengen.

De wet van 2 juni 1998 houdende oprichting van een Informatie- en Adviescentrum inzake de schadelijke sektarische organisaties en van een Administratieve coördinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische organisaties voorziet in actieve samenwerking tussen het IACSSO, de administratieve coördinatiecel inzake de strijd tegen schadelijke sektarische organisaties en de andere overheidsdiensten die betrokken zijn bij die strijd, waaronder de parketten, het federaal parket, de politie, de Veiligheid van de Staat (VSSE) en de lokale besturen.

1) Met welke frequentie gebeuren die contactnames? Hoe krijgt die samenwerking concreet gestalte? Hoe verloopt de informatie-uitwisseling?

2) Moeten de parketten en het federaal parket niet ambsthalve hun informatie terugkoppelen naar het IACSSO wanneer er een klacht is over een sektarische organisatie, die dus mogelijk schadelijk is?

3) Is het op basis van die informatie niet aangewezen om de schadelijke sektarische organisaties in kaart te brengen?

4) Volgens de reportage laat de opleiding van politieagenten en magistraten te wensen over. Klopt dat? Welke opleidingen krijgen zij in dit verband?

5) Moeten er, gelet op de grote toename van het aantal van die sektarische organisaties (en het feit dat ze gebruik maken van moderne wervingsmiddelen zoals sociale media), niet meer middelen worden vrijgemaakt voor de strijd tegen dit fenomeen?

Antwoord ontvangen op 2 april 2021 :

1) In 2015 heeft de Nationale Veiligheidsraad op vraag van de Veiligheid van de Staat (VSSE) beslist dat de VSSE de opvolging van schadelijke sektarische organisaties en georganiseerde criminaliteit niet mee prioritair zal verzekeren. Deze beslissing kwam er door de noodzaak om de prioriteiten voor de dienst beter te kunnen enten op de acute terrorismedreiging, en houdt rekening met de capaciteit en de maatschappelijke context. Voor wat betreft georganiseerde criminaliteit werd de opvolging, nog meer dan daarvoor al het geval was, door de gerechtelijke diensten en de politie verzekerd.

Een logisch gevolg van deze beslissing is dat de VSSE sindsdien geen coördinatievergaderingen meer heeft georganiseerd.

Het Informatie- en Adviescentrum inzake schadelijke sektarische organisaties (IACSSO) geeft op eigen initiatief meldingen door aan het secretariaat van de Administratieve CoördinatieCel (ACC), dat gevestigd is bij de VSSE, en aan de leden van de ACC, voor verder gevolg. De VSSE beantwoordt deze meldingen en vragen systematisch maar doordat er geen actieve opvolging meer gebeurt is de inhoud van de antwoorden logischerwijs gedateerd. Er is geen verdere terugkoppeling met het IACSSO.

Ondertussen liggen de prioriteiten nog steeds op terrorisme en extremisme, ook uit ideologische hoek, en op de spionagedreiging die in België, mede door de aanwezigheid van de Europese instellingen en de NAVO, uitzonderlijk groot is in vergelijking met de ons omringende landen.

2) Door het geheim van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek is het niet mogelijk om informatie afkomstig van de parketten door te geven aan het IACSSO, zoals bedoeld in de vraag.

3) Het IACSSO geeft inderdaad aan dat wenselijk zou zijn om de schadelijke sektarische organisaties in België in kaart te brengen. Een lijst opstellen betekent echter dat er een grondige analyse moet gebeuren om de correcte afweging te maken of een organisatie op de lijst moet komen of niet. Het is immers niet ernstig om dit te doen op basis van onvolledige of historische data. Deze informatiepositie bestaat vandaag niet. De relevante diensten opereren in functie van hun prioriteiten en de middelen die ze daartoe hebben.

4) Het Instituut voor gerechtelijke opleiding heeft in 2016 een opleiding over het thema «Détection et prévention de la radicalisation» georganiseerd. Die opleiding, waaraan ruim tachtig magistraten hebben deelgenomen, omvatte een module met een presentatie van het IACSSO. Thans wordt er een nieuwe sessie voorbereid, met opnieuw een module in het teken van het IACSSO. Wat betreft het onderzoek en de vervolging van misdrijven op het stuk van schadelijke sektarische organisaties, moet voor ogen worden gehouden dat het optreden van het openbaar ministerie afhangt van de initiatieven die de politie- en inlichtingendiensten ter zake nemen. Die hebben thans echter andere prioriteiten. Het zou dus nutteloos zijn om frequentere en grondigere opleidingen in dat verband voor de magistraten te organiseren.

5) Dossiers over schadelijke sektarische organisaties worden door het parket met dezelfde ernst en middelen behandeld als andere, in functie van de feiten.

Er zijn momenteel onvoldoende cijfers die aanwijzen dat het aantal gerechtelijke dossiers dat voortkomt door lidmaatschap van een schadelijke sektarische organisatie, de voorbije jaren zou toenemen.