Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-398

van Stephanie D'Hose (Open Vld) d.d. 10 maart 2020

aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Buitenlandse Handel

Federale politie - Cel «Kunst & Antiek» - Evaluatieverslag - Resultaten - Databank gestolen kunst

politie
kunstvoorwerp
eigendomsdelict
gegevensbank
verslag over de werkzaamheden
zwarte handel
Unesco
tekort aan arbeidskrachten
bescherming van het erfgoed
diefstal

Chronologie

10/3/2020 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 9/4/2020 )
9/4/2020 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-396
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-397

Vraag nr. 7-398 d.d. 10 maart 2020 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Jaarlijks zitten de experten inzake gestolen culturele goederen van alle landen die deel uitmaken van Interpol samen om aanbevelingen te geven aan de landen en dit om de strijd tegen kunstdiefstal en roofkunst te versterken.

Bij het doornemen van de verschillende jaarverslagen zijn ze heel expliciet in hun aanbevelingen. Jaar na jaar wordt benadrukt dat er binnen elk land een gespecialiseerde politie-eenheid moet zijn die exclusief inzet op gestolen kunst en antiek en dat deze voldoende bemand moet zijn. Jaar na jaar wordt benadrukt dat er een nationale databank van gestolen kunst moet zijn.

In 2017 werd er een expliciete aanbeveling opgenomen dat elk land moet voorzien in een magistraat gespecialiseerd in kunstcriminaliteit.

Ook in 2017 werd benadrukt dat elk land statistische data moet verzamelen en delen rond kunstdiefstal en de inbeslagnames van geplunderde kunst.

Het contrast tussen deze aanbevelingen en de concrete situatie op het terrein in ons land kan niet groter zijn:

– in plaats van de Kunstcel te versterken overeenkomstig de aanbevelingen van Interpol heeft de vorige regering de Kunstcel drastisch ingekrompen tot één politieagent. België kent dus in tegenstelling tot andere Europese landen geen coördinerende dienst die zich specifiek bezighoudt met de strijd tegen kunstroof en illegale kunsthandel zoals dit wel bestaat in onder andere Italië, Frankrijk of Nederland;

– er worden bij de federale politie ook geen statistieken over gestolen kunst meer bijgehouden, het documentatiecentrum is niet meer up-to-date;

– wat betreft de politiedatabank «gestolen kunst» werden de data van 2015 en 2016 niet ingevoerd door een gebrek aan personeel. Deze achterstand is er nog steeds. Je zal maar een museum, stichting of particulier zijn die in 2015 of 2016 het slachtoffer werd van een kunstdiefstal;

– het is zo mogelijk nog hallucinanter dat de politieagenten op het terrein en de douane geen toegang hebben tot de databank «gestolen kunst»;

– ook de expliciete vraag van Interpol om een gespecialiseerde magistraat aan te duiden inzake kunstroof blijft tot op vandaag dode letter;

– opleidingen omtrent kunstdiefstal en roofkunst zijn heden onbestaande en dit zowel voor politie als douane.

België is aldus in gebreke ten aanzien van de verwachtingen en aanbevelingen van resolutie 2347 van de Verenigde Naties (VN), van de Organisatie der Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization – UNESCO) (juridische en praktische maatregelen tegen de illegale handel van cultuurgoederen) en van Interpol.

Wat de situatie zo mogelijk nog pijnlijker maakt is dat dit in schril contrast staat met de inspanningen van zowel onze rechtstreekse buurlanden als de andere leden van Interpol.

Ik heb als antwoord op mijn vraag om uitleg in het Vlaams Parlement aan de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en huidig Vlaams minister-president, Jan Jambon, vernomen dat hij in 2017 aan de federale politie expliciet een evaluatie heeft gevraagd over de hervorming van de cel «Kunst en Antiek» die de facto werd afgeschaft (Vlaams Parlement, vraag om uitleg nr. 1315 (2019-2020) over de restitutie van Joodse roofkunst).

Transversaal karakter van de vraag: deze vraag betreft een transversale aangelegenheid met de Gemeenschappen (cultuur en media). De bescherming van ons cultuurpatrimonium is een gedeelde bevoegdheid waarbij het federale luik eerder de handhaving betreft alsook de federale musea en wetenschappelijke instellingen en het daarin opgenomen cultuurpatrimonium.

Graag had ik u volgende vragen voorgelegd:

1) Graag had ik van u een gedetailleerd overzicht ontvangen van de desbetreffende evaluatie van de drastische inkrimping van de cel «Kunst en Antiek» en dit wat betreft de volgende punten:

a) Quid de uitbreiding van de cel «Kunst en Antiek» en zo ja met hoeveel eenheden?

b) Quid het onderhoud en de input in de databank «gestolen kunst»? Wordt deze nog up to date gehouden en zo ja, is deze reeds toegankelijk voor alle politie- en douanediensten?

c) Hoe verhoudt de inkrimping van de cel zich ten aanzien van de verwachtingen en aanbevelingen van resolutie 2347 van de VN, van de UNESCO (juridische en praktische maatregelen tegen de illegale handel van cultuurgoederen) en van Interpol?

2) Bent u bereid om overeenkomstig het door de Senaat aangenomen informatieverslag inzake de bestrijding van kunstroof (stukken Senaat, nr. 6-357/1 tot 4) en de vraag van de sector, de musea, de Gemeenschappen en Interpol, de beslissing tot hervorming van de cel «Kunst en Antiek», beslist tijdens de vorige legislatuur te onderzoeken? Kan u dit toelichten?

3) Hoeveel mensen zijn er momenteel werkzaam in de cel «Kunst en Antiek» van de federale politie? Acht u dit voldoende in het licht van de aantallen bij onze buurlanden?

4) Kan u meedelen of er reeds een gespecialiseerde magistraat werd aangeduid wat betreft kunstroof zoals Interpol aanbeveelt?

5) Kan u meedelen of en zo ja aan wie en voor welke duur er opleidingen worden gegeven wat betreft kunstdiefstal en roofkunst?

6) Werd het bestaande informele interfederale overlegplatform «Invoer, uitvoer en restitutie van cultuurgoederen» reeds omgevormd tot een structureel overlegorgaan, met als taak het vrijwaren van het eigen kunstpatrimonium en het bestrijden van kunstroof? Zo neen, waarom niet? Zo ja, kan u dit toelichten?

Antwoord ontvangen op 9 april 2020 :

1) a) In januari 2017 werd, in samenspraak met toenmalige directeur-generaal beslist om het aanspreekpunt Kunst binnen de directie DJSOC opnieuw in te stellen, binnen de bestaande capaciteit van DJSOC. Dit houdt evenwel in dat andere opdrachten dienen te worden afgebouwd. De eventuele verdere uitbreiding en de wijze waarop dit dient te geschieden, wordt momenteel nog onderzocht binnen de politie.

b) De door de partners aangeleverde informatie wordt in de bijzondere databank verwerkt. De bijzondere databank werd, wat de toegankelijkheid betreft, vooralsnog niet uitgebreid.

c) Van zodra België toetreedt tot verdragen tracht zij deze coherent uit te voeren. De aanbevelingen zijn vooreerst niet bindend en betreffen ten tweede diverse partners. Er zijn echter sommige aanbevelingen die wel degelijk de politie betreffen.

2) Het verslag met aanbevelingen wordt momenteel bestudeerd.

3) Ik verwijs naar het antwoord op de mondelinge vraag nr. 3377 van 14 februari 2020 van volksvertegenwoordiger Briers, waar ik gesteld heb dat er twee personeelsleden met dergelijke opdrachten zijn belast binnen de huidige capaciteit van DJSOC.

4) Het aanstellen van een magistraat behoort niet tot de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken.

5) De politie organiseert geen opleidingen inzake kunstdiefstal en kunstroof. Het fenomeen van de diefstal (van om het even welk goed) wordt uiteraard wel onderwezen in bepaalde modules van de opleiding.

Een benchmarking heeft enkel zin indien alle elementen in overweging worden genomen. Zowel de wijze waarop de politie in een land is georganiseerd, het aantal niet-politionele partners als de criminaliteit op zich spelen een determinerende rol.

6) Neen, maar dit is niet de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken.