Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-137

van Guy D'haeseleer (Vlaams Belang) d.d. 19 november 2019

aan de vice-eersteminister en minister van FinanciŽn, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Onroerend goed in het buitenland - Fiscale gegevens - Automatische gegevensuitwisseling - Multilateraal verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand voor fiscale aangelegenheden - Overeenkomsten - Stand van zaken

belastingovereenkomst
administratieve samenwerking
wederzijdse bijstand
onroerend eigendom
uitwisseling van informatie
sociale woning
OCMW

Chronologie

19/11/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 19/12/2019 )
20/12/2019 Antwoord

Vraag nr. 7-137 d.d. 19 november 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het bekomen van buitenlandse gegevens inzake onroerend goed is een transversale aangelegenheid omdat deze zowel in de sociale huisvesting als inzake OCMW dienstverlening nuttig is.

Zowel inzake toekenning van sociale huisvesting als inzake het uitbetalen van leeflonen is het al jaren problematisch dat de diensten die daarmee belast zijn geen zicht hebben op gebeurlijke buitenlandse onroerende eigendommen van diegenen die daar aanspraak op maken bij gebrek aan informatie uitwisseling ter zake met heel wat landen. Dat leidt tot heel wat fraude op dat vlak.

Er zijn echter verschillende pistes verkend of mogelijk om huisvestingsmaatschappijen en openbare centra voor maatschappelijke welzijn (OCMW) toch deze gegevens te laten geworden. Zo onder meer via het multilateraal verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand voor fiscale aangelegenheden. Dat verdrag is inmiddels door 112 jurisdicties ondertekend. Het biedt de mogelijkheid om fiscale inlichtingen voor niet fiscale doelstellingen te gebruiken en automatisch uit te wisselen indien de wetgeving van beide landen dit toelaat en de verstrekkende Staat ermee instemt. Daartoe is kennelijk wel een administratief akkoord nodig.

1) In welke van de 112 vermelde landen is het wettelijk toegelaten om verstrekte fiscale inlichtingen voor niet fiscale doelstellingen te gebruiken en automatisch uit te wisselen?

2) Met welke van deze landen bestaat er een administratief akkoord voor automatische gegevensuitwisseling?

3) Welke van deze Staten, waarvoor dat (nog) niet het geval is, werden door BelgiŽ verzocht over te gaan tot het sluiten van een administratief akkoord inzake automatische gegevensuitwisseling? Wat is de stand van zaken ter zake?

4) Voor welke van deze landen kunnen huisvestingsmaatschappijen en OCMW's momenteel een beroep doen op dit verdrag en dergelijke overeenkomsten om te controleren of personen die op hun diensten een beroep doen eigendommen in het buitenland hebben? Staan er nog bepaalde obstakels in de weg om dit te concretiseren? Welke en wat doet u daaraan?

5) Welke maatregelen neemt u om meer akkoorden met dergelijke landen af te sluiten, inzonderheid wat landen betreft waarvan grotere groepen onderdanen zich in dit land bevinden die gebruik maken van onze sociale voorzieningen en bijstand?

Antwoord ontvangen op 20 december 2019 :

1) Automatische uitwisseling van inlichtingen overeenkomstig het Multilateraal Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand voor fiscale aangelegenheden is inderdaad slechts mogelijk mits het afsluiten van een administratief akkoord. En zoals u zelf aangeeft, kunnen in eerste instantie de inlichtingen enkel gebruikt worden voor fiscale doeleinden.

Het verdere gebruik voor niet-fiscale doeleinden van deze automatisch uitgewisselde inlichtingen overeenkomstig dit Verdrag is slechts mogelijk op voorwaarde dat die inlichtingen voor die andere welbepaalde doeleinden kunnen gebruikt worden krachtens de wetgeving van het land dat de inlichtingen verstrekt heeft én indien de bevoegde autoriteit van dat land toestemming voor dat gebruik verleent. We zijn bijgevolg afhankelijk van de interne wetgeving van het land dat de inlichtingen verstrekt. Wij zijn echter niet op de hoogte van de interne wetgeving van onze partnerlanden.

2) Er zijn op basis van het Multilateraal Verdrag bilaterale administratieve akkoorden gesloten voor de automatische uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot onroerende goederen met Denemarken, Frankrijk en Nederland. We zijn echter niet op de hoogte of de interne wetgeving van deze landen het toelaat om uitgewisselde inlichtingen voor niet-fiscale doeleinden te gebruiken.

3) Op verzoek van mijn voorganger heeft de fiscale administratie met het oog op het sluiten van een administratief akkoord op informele wijze contact opgenomen met de belastingautoriteiten van verscheidene Staten. Hieruit bleek dat hun absolute prioriteit momenteel ligt bij de automatische uitwisseling van financiële gegevens conform de zogenaamde CRS-standaard. Deze landen hebben zich namelijk geëngageerd om deze internationale standaard te implementeren. Dit impliceert dat zij op korte termijn geen mogelijkheid zien om met België een bilateraal project inzake uitwisseling van informatie omtrent onroerende goederen op te starten. Daarbovenop moet nog blijken of de interne wetgeving van deze landen gebruik voor andere doeleinden toelaat en of ze met dergelijk ander gebruik instemmen.

4) Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 bestaan er momenteel slechts akkoorden voor de uitwisseling van inlichtingen omtrent het bezit van onroerende goederen met Denemarken, Frankrijk en Nederland. In de huidige stand van zaken is het niet mogelijk de uit deze landen verkregen inlichtingen te gebruiken voor andere doeleinden. Vooraleer deze landen te contacteren met de vraag om de fiscale inlichtingen voor andere doeleinden te gebruiken dient eerst te worden nagegaan of de Belgische regelgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens toelaat de verkregen inlichtingen op automatische wijze ter beschikking te stellen van sociale huisvestingmaatschappijen en OCMW’s. Specifiek wat de OCMW’s betreft maken deze inlichtingen inderdaad geen deel uit van de gegevens waarvoor de OCMW’s (via de POD Maatschappelijke Integratie) een machtiging hebben verkregen van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (zie Sectoraal comité voor de Federale Overheid – Beraadslaging AF nr. 05/2010 van 25 maart 2010). In deze beraadslaging hebben ze alleen machtiging verkregen voor de toegang tot de onderstaande gegevens:

–  de netto inkomsten in het kader van de totale belastbare inkomen;

–  de netto inkomsten in het kader van de afzonderlijk belastbare inkomens.

Als de OCMW’s toegang willen hebben tot andere gegevens die deel uitmaken van het aanslagbiljet, moeten ze een nieuw verzoek indienen via de POD Maatschappelijke Integratie bij de Gegevensbeschermingsautoriteit.

5) Zie het antwoord op vraag 3.