Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-302

van Sabine de Bethune (CD&V) d.d. 9 december 2014

aan de minister van FinanciŽn, belast met de Bestrijding van de fiscale fraude

Beursgenoteerde bedrijven - Raad van bestuur - Vrouwelijke bestuurders - Wettelijke voorwaarden - Toezichtprocedure

gendermainstreaming
beursnotering
raad van bestuur
gelijke behandeling van man en vrouw
participatie van vrouwen

Chronologie

9/12/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 8/1/2015 )
15/1/2015 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-300
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-301

Vraag nr. 6-302 d.d. 9 december 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Motivering van het transversale karakter van de schriftelijke vraag : de gevolgen voor de bevoegdheden van de Gemeenschappen en / of de Gewesten zijn de volgende. De Senaat is ter zake bevoegd omdat deze materie aan de bevoegdheden van de deelstaten raakt in geval zij bevoegd (zouden) zijn om bestuurders af te vaardigen in beursgenoteerde bedrijven waarvan de overheid (met inbegrip van de deelstaten) ook aandeelhouder (zou zijn) is.

In ons land werd in juli 2011 al een wet goedgekeurd die beursgenoteerde bedrijven verplicht om hun raden van bestuur voor minstens 30 % uit vrouwen te laten bestaan. Voor die wet is evenwel in een overgangsperiode en een trapsgewijze invoegetreding voorzien. Grote bedrijven hebben zes jaar gekregen om aan de norm te voldoen, kleine en middelgrote bedrijven acht jaar. Als ze niet aan die voorwaarden voldoen kunnen sancties volgen.

Hiervoor is natuurlijk toezicht nodig.

Daarom wordt de minister verzocht mee te delen welke toezichtprocedure is ingesteld om te controleren of de geviseerde bedrijven aan de wettelijke voorwaarden voldoen.

Antwoord ontvangen op 15 januari 2015 :

De bepalingen van artikel 518bis van het Wetboek van vennootschappen treden inderdaad pas binnen enkele jaren in werking. De genoteerde vennootschappen dienen echter, in afwachting van de inwerkingtreding ervan, nu reeds in hun jaarverslag een overzicht op te nemen van de ondernomen inspanningen om ervoor te zorgen dat de raad van bestuur voor ten minste een derde uit vrouwen bestaat. Zo kan iedereen die dat wenst al de op dat vlak gedane inspanningen opvolgen. Volgens een recent rapport van de adviesgroep Hay is het aandeel van vrouwen in de raden van bestuur van de belangrijkste genoteerde vennootschappen in 2013 gestegen van 12 tot 19 %. Hay stipt ook aan dat van de nieuwe bestuurders die benoemd worden 38 % vrouw is.

Wat de effectieve benoeming van vrouwen als bestuurders betreft, dient benadrukt te worden dat het de algemene vergadering is die de bestuurders benoemt en dat het dus aan de algemene vergadering toekomt de wettelijke verplichting (met name ervoor zorgen dat de raad van bestuur uiterlijk op het ogenblik van de inwerkingtreding van artikel 518bis voor ten minste een derde uit vrouwen bestaat) na te leven.

Als het aantal vrouwelijke bestuurders op het ogenblik van de inwerkingtreding van artikel 518bis nog niet voor ten minste een derde uit vrouwen bestaat, moet de eerstvolgende bestuurder die wordt benoemd een vrouw zijn. Als er dan toch een man wordt benoemd, dan is zijn benoeming nietig. De sanctie is dus een vennootschapsrechtelijke sanctie. Als de raad van bestuur een jaar later nog steeds niet voldoende vrouwen telt en de algemene vergadering niet het nodige doet om die situatie recht te trekken, dan wordt elk voordeel van de bestuurders verbonden aan de uitoefening van hun mandaat geschorst tot de raad van bestuur voldoende vrouwen telt. Ook deze sanctie situeert zich volledig op het vennootschapsrechtelijke vlak.